Terug

2018_CBS_03314 - Omgevingsvergunning - het aanleggen van nieuwe sleufsilo's, mestopslagplaats en erfverhardingen (201800348, klasse 1, avg, nvp) voor Stijn Lietaer en Griet Vangenechten, Poiel 62 te Geel - Advies

College van Burgemeester en Schepenen
ma 03/12/2018 - 11:00 Bureel secretaris
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Vera Celis, Griet Smaers, Marleen Verboven, Bart Julliams, Griet Verhesen, Gie Claes

Verontschuldigd

Nadine Laeremans, Pieter Verhesen, Ben Van Looveren, Francois Mylle

Voorzitter

Vera Celis
2018_CBS_03314 - Omgevingsvergunning - het aanleggen van nieuwe sleufsilo's, mestopslagplaats en erfverhardingen (201800348, klasse 1, avg, nvp) voor Stijn Lietaer en Griet Vangenechten, Poiel 62 te Geel - Advies 2018_CBS_03314 - Omgevingsvergunning - het aanleggen van nieuwe sleufsilo's, mestopslagplaats en erfverhardingen (201800348, klasse 1, avg, nvp) voor Stijn Lietaer en Griet Vangenechten, Poiel 62 te Geel - Advies

Motivering

Aanleiding en context

Uiterste adviesdatum voor dit dossier: 23/11/2018

VERSLAG VAN DE OMGEVINGSAMBTENAAR

1.     Stedenbouwkundige basisgegevens

Ligging volgens de plannen van aanleg, uitvoeringsplannen, verkavelingen.

  • Gewestplan: Koninklijk besluit van 28 juli 1978 - Gewestplan Herentals-Mol, goedgekeurd op: 28/07/1978, bestemming: agrarische gebieden

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg

Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag

De aanvraag is gesitueerd in een ruimtelijk uitvoeringsplan. De aanvraag dient getoetst te worden aan de bepalingen van het ruimtelijke uitvoeringsplan.

Overeenstemming met dit plan

De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en met de stedenbouwkundige voorschriften.

Afwijkings- en uitzonderingsbepalingen

Niet van toepassing.

Verordeningen

  • Wegen voor voetgangersverkeer (gewestelijk)
  • gemeentelijke stedenbouwkundige verordening - verkavelingen
  • gemeentelijke stedenbouwkundige verordening - parkeervoorzieningen
  • Hemelwaterputten (gewestelijk)
  • Weekendverblijven (gewestelijk)
  • Toegankelijkheid (gewestelijk)
  • gemeentelijke stedenbouwkundige verordening - basisverordening

 2.     Historiek

  • Stedenbouwkundige vergunning (OS): 2002/00185, Het bouwen van een rundveestal, een loods en sleufsilo's - Vergund
  • Stedenbouwkundige vergunning (OS): 05312, Nieuwbouw land- en tuinbouw - Vergund
  • Stedenbouwkundige vergunning (OS): 09534, Uitbreiding stalling+schuur - Vergund
  • Stedenbouwkundige vergunning (OS): 10683, Nieuwbouw ligboxenloopstal - Vergund
  • Stedenbouwkundige vergunning (OS): 12023, Nieuwbouw jongveestal - Vergund
  • Stedenbouwkundige vergunning (OS): 14246, Het verbouwen van een koestal - Geweigerd
  • Stedenbouwkundige vergunning (OS): 07854, Het oprichten van een bergschuur - Geweigerd
  • Stedenbouwkundige vergunning (OS): 07854 B, Het oprichten van een bergschuur en jongveestal bij bestaand agrarisch bedrijf - Vergund
  • Stedenbouwkundige vergunning reguliere procedure: 2012/00489, De nieuwbouw van een jongveestal, mestopslag, sleufsilo en aanleggen erfverharding en de regularisatie van een loods - Vergund
  • VLAREM milieuvergunning: 2002/M3/03360, MAZOUTTANK - Vergund
  • VLAREM milieuvergunning: 2001/M3/03201, MAZOUTTANK - Vergund
  • VLAREM melding klasse 3: 1996/M3/02228, MESTOPSLAG - Niet vergund
  • VLAREM melding klasse 3: 1996/M3/02162, MAZOUTTANK - Niet vergund
  • ARAB/milieu informatiedossier: 1990/A/04568, MESTOPSLAG - Vergund
  • ARAB/milieu informatiedossier: 1977/A/02964, RUNDVEE - Niet vergund
  • VLAREM milieuvergunning: 2013/V1/00963, MAZOUTTANK - Vergund
  • VLAREM melding klasse 3: 1993/M3/00884, MAZOUTTANK - Niet vergund
  • Informatiedossier: 1511, Princiepsvraag -

 3.     Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

De aanvraag betreft het aanleggen van nieuwe sleufsilo's en erfverhardingen

Type handelingen: stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van een ingedeelde inrichting

 

Deel stedenbouwkundige handeling

De aanvraag betreft het aanleggen van sleufsilo’s met onderliggende drijfmestopslag, het aanleggen van de bijhorende erfverhardingen, het aanleggen van een overwelving van een onbevaarbare waterloop, het plaatsen first-flush en hemelwaterbuffer met vertraagde afvoer en het aanleggen van een compensatiebuffer hemelwater.

 

De aanvrager wenst twee nieuwe sleufsilo’s voor de opslag van groenvoer te bouwen bij een bestaand melkveebedrijf. Onder deze sleufsilo’s wenst de aanvrager een put te voorzien voor de opslag van drijfmest. Door de mestopslagcapaciteit op het bedrijf te verhogen kan de aanvrager mest uitrijden op het meest geschikte tijdstip zodat deze maximaal beschikbaar is voor de gewassen en daardoor niet uitspoelt naar het grond- en oppervlaktewater.

Ten slotte wenst de aanvrager ter hoogte van de nieuwe sleufsilo’s een nieuwe inrit te voorzien. Hiertoe dient een aantal meter van de Poeyelveldloop ingebuisd te worden. Dit is een provinciale onbevaarbare waterloop categorie 2. Met deze nieuwe inrit kan de aanvrager de nieuwe sleufsilo’s veilig en efficiënt bereiken.

De reeds bestaande inrit bevindt zich ter hoogte van de Poiel, dit is een drukkere gemeenteweg waarlangs veel verkeer passeert. Dit samen met de bocht in de weg vlak aan de bestaande inrit van het bedrijf resulteert in een moeilijkere betreding van de openbare weg. De aanvrager wenst daarom een nieuwe inrit te voorzien ter hoogte van de Kremer, een rustigere gemeenteweg waar het zicht zowel naar links als naar rechts optimaal zal zijn aan de nieuwe inrit. Hierdoor zal de openbare weg steeds veilig kunnen betreden worden bij het transport van mest of groenvoer en zal de verkeersveiligheid enkel maar kunnen toenemen.

 

Volgens de watertoets – overstromingsgevoelige gebieden 2017 is het goed deels gelegen in overstromingsgevoelig gebied. Het betreft echter enkel het uiteinde van de geplande werken (sleufsilo’s) dat binnen deze zone gelegen is. Door de plaatsing van de sleufsilo’s wordt er 120 m³ van de buffercapaciteit voor hemelwater weggenomen op het goed. Om deze te compenseren wordt er in het naastgelegen weiland een compensatiebuffer van 132 m³ voorzien. Het betreft een verdieping van 30 cm van het weiland waar terug gras zal worden ingezaaid. Op deze manier zullen de koeien de verdieping van het weiland als graasweide kunnen blijven gebruiken, hierdoor is de ruimtelijke impact zeer beperkt.

Als de Poeyelveldloop uit zijn oevers zou treden blijft de buffercapaciteit van water gelijk op de percelen van de aanvrager (buffercapaciteit vergroot zelfs lichtjes 120 m³ weg → 132 m³ erbij). Hierdoor wordt het overstromingsrisico op de omliggende percelen niet vergroot.

Tevens bevinden de inritten van de sleufsilo’s zich aan de zijde van de bestaande gebouwen en verhardingen, deze zijn ook op dezelfde hoogte gelegen. De inritten zijn ruim buiten de risicozone voor overstromingen gelegen waardoor er geen gevaar ontstaat voor het onderlopen van de opgeslagen groenvoeders. Er is op deze manier geen gevaar voor de vervuiling van het water alsook geen risico op bederf van opgeslagen groenvoeders door wateroverlast.

Rekening houdend met de bovenvermelde punten is de ruimtelijke inpasbaarheid van de werken op de voorziene locatie te verantwoorden. Het risico op omliggende percelen wordt niet vergroot en de risico’s op eigen terrein worden uitgesloten.

 

Er worden twee bijkomende sleufsilo’s voorzien voor de opslag van groenvoeders, de silosappen afkomstig van deze sleufsilo’s zullen opgevangen worden door middel van een first-flush sapopvangput. De run-off van het overtollige hemelwater zal, zoals beschreven in de BBT-studie veeteelt (2006), afgevoerd worden door middel van een hemelwaterbuffer met vertraagde afvoer naar het oppervlaktewater. Onder deze sleufsilo’s zal een mestkelder gebouwd worden voor de opslag van bedrijfseigen drijfmest.

Tevens wordt er een inrit voorzien ter hoogte van de nieuw te plaatsen sleufsilo’s.

Alle huidige en gevraagde constructies zijn dienstig voor het landbouwbedrijf van de aanvrager en dus vergunbaar in het agrarisch gebied.

 

Alle huidige en te bouwen constructies zijn qua vormgeving en keuze van gevelmaterialen conform de geldende bouwvoorschriften en zijn derhalve geïntegreerd in het agrarisch gebied.

Rond het bedrijf is er reeds een integrerende groenaanplant voorzien. Ter hoogte van de nieuwe sleufsilo’s wordt er tevens een nieuwe groenaanplant in streekeigen soorten voorzien langs de betonnen muren. Hierdoor wordt het zicht op de sleufsilo’s vanop de openbare weg sterk verkleind.

Deel ingedeelde inrichting of activiteit

De aanvraag betreft een uitbreiding van een bestaande inrichting namelijk het plaatsen van 2 nieuwe sleufsilo's en een drijfmestopslag bij een bestaand melkveebedrijf gelegen te Poiel 62, Geel.

De rubriekenlijst zoals opgenomen in de aanvraag is als volgt (voor omschrijving van de rubrieken wordt verwezen naar bijlage 1 van titel II van het Vlarem):

  • Rubriek 6.5.1°: ongewijzigd: brandstofverdeelinstallatie met 1 verdeelslang (klasse 3)
  • Rubriek 9.4.3.c)2°: ongewijzigd: 129 melkkoeien, 54 jongvee <1 jaar, 48 jongvee 1-2 jaar en 15 runderen >2 jaar (246 plaatsen, klasse 1)
  • Rubriek 15.1.1°: ongewijzigd: stallen van landbouwvoertuigen en aanhangwagens (20 voertuigen, klasse 3)
  • Rubriek 16.3.1.1°: ongewijzigd: melkkoelinstallatie (10,00 kW, klasse 3)
  • Rubriek 17.3.2.1.1.1°: ongewijzigd: opslag diesel (3,11 ton, klasse 3)
  • Rubriek 17.4: ongewijzigd: opslag van gevaarlijke producten in kleine verpakkingen (220 liter, klasse 3)
  • Rubriek 19.6.2°c): ongewijzigd: opslag van 150 m³ hooi, 200 m³ stro en 20 m³ zagemeel (370 m³, klasse 2)
  • Rubriek 28.2.c)1°: verandering: uitbreiding van de opslag drijfmest van 2491 m³ naar 3471 m³ (3471 m³, klasse 3)
  • Rubriek 45.4.e)1°: ongewijzigd: opslag melk (10 ton, klasse 3)
  • Rubriek 45.14.3°: verandering: uitbreiding van de opslag van groenvoer met 2 sleufsilo's van 3350 m³ naar 5030 m³ (5030 m³, klasse 2)

 4.     Openbaar onderzoek

De aanvraag werd getoetst aan de criteria van artikels 11-14 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. De aanvraag moet niet openbaar gemaakt worden. De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd. Er wordt een openbaar onderzoek georganiseerd van 14/10/2018 tot en met 13/11/2018.

 5.     Inhoudelijke beoordeling van het dossier door het college van burgemeester en schepenen

Planologische toets

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op te minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden (artikel 11 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).

Wegenis

Het perceel is gelegen langsheen een gemeenteweg.

Art. 4.3.5.§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie « wonen », « verblijfsrecreatie », dagrecreatie, met inbegrip van sport, detailhandel, dancing, restaurant en café, kantoorfunctie, dienstverlening, vrije beroepen, industrie, bedrijvigheid, « gemeenschapsvoorzieningen » of « openbare nutsvoorzieningen », kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

§ 3. In het geval de opdrachtgever instaat voor zowel het bouwen van de gebouwen als de verwezenlijking van de voor het project noodzakelijke wegeniswerken, of in het geval de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen of een overheid de wegenis aanbesteedt, kan de omgevingsvergunning voor de gebouwen worden afgeleverd zodra de omgevingsvergunning voor de wegeniswerken is verleend.

Het vergunningverlenende bestuursorgaan kan in dat geval een afdoende financiële waarborg voor de uitvoering van de wegeniswerken eisen.

§ 4. De voorwaarde, vermeld in § 1, is niet van toepassing :
1° in verkavelingen waar geen of beperktere lasten op het vlak van de weguitrusting zijn opgelegd;
2° voor land- of tuinbouwbedrijven en voor bedrijfswoningen van een land- of tuinbouwbedrijf;
3° op het verbouwen, herbouwen of uitbreiden van bestaande constructies.

Watertoets

Artikel 8 van het decreet van 5 juli 2013 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad van 8 oktober 2013) legt in hoofdstuk III, afdeling I, bepaalde verplichtingen op, die de watertoets genoemd wordt. Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.

Enkel wordt bij toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt.  Dit moet gecompenseerd worden door de plaatsing van een hemelwaterput of de aanleg van een infiltratievoorziening.

Milieuaspecten

Gevaarlijke producten

Bij het berekenen van de massa van diesel in de rubriekenlijst wordt volgende opmerking gemaakt. Met AGOP-M is standaard een dichtheid afgesproken van 0,833 kg/liter voor mazout, stookolie en diesel. (zie: https://www.provincieantwerpen.be/aanbod/dlm/omgevingsvergunningen/praktische-wegwijzer/gids-voor-het-samenstellen-van-een-dossier/clp.html). Daarom adviseert de omgevingsambtenaar de totale hoeveelheid onder rubriek 17.3.2.1.1.1° te wijzigen van de aangevraagde 3,11 ton naar 3,082 ton.

Geur

Er is geen informatie opgenomen in het dossier over potentiële bijkomende geurhinder door het plaatsen van de bijkomende mestkelder. De omgevingsambtenaar vraagt aan de POVC om hierover meer verduidelijking te vragen aan de exploitant.

Opslagplaatsen

Mestopslagplaats

De mestopslagplaats moet voorzien zijn van een mestdichte vloer, uitgevoerd zijn in verhard materiaal en langs drie zijden omgeven zijn door mestdichte wanden. In bijlage E2 van de aanvraag vermeldt de exploitant dat de drijfmestopslagplaats uitgevoerd wordt in een vloeistofdichte ondergrond en voorzien wordt van muren.

Groenvoeropslagplaats

De groenvoeropslagplaats wordt volgens bijlage E2 van de aanvraag uitgevoerd met een vloeistofdichte ondergrond. De perssappen van de groenvoeropslag worden opgevangen in de kelder onder de nieuwe sleufsilo's. Deze sappen zullen regelmatig afgevoerd worden volgens de regels van het mestdecreet.

Aanduiding op uitvoeringsplan

Op het uitvoeringsplan in bijlage C8a staat een sapopvang met first flushsysteem ingetekend aan de nieuw te bouwen mestkelder en sleufsilo's. In bjilage E2 wordt vermeld dat de perssappen afkomstig van de groenvoeropslag ook in de onderliggende kelder worden opgevangen. Dit zou dus kunnen impliceren dat het first flushsysteem afkomstig is van de gezamenlijke opslag van perssappen en mestsappen. Aangezien op het uitvoeringsplan ingetekend staat dat het first flush systeem overloopt naar de gracht en dus het oppervlaktewater, kan dit niet als aanvaardbaar beschouwd worden. Onder de sectorale voorwaarden in artikel 5.28.2.3 §2 vermeldt namelijk het volgende: 'de opslagplaats mag niet voorzien zijn van overstorten noch afleidingskanalen naar een oppervlaktewater, een openbare riolering, een kunstmatige afvoerweg voor regenwater of naar een besterfput'.

De omgevingsambtenaar geeft daarom voorwaardelijk gunstig advies voor de uitvoering van de groenvoeropslagplaats en mestopslagplaats zoals ze nu ingetekend zijn op het uitvoeringsplan. Indien aangetoond wordt dat het first flushsysteem enkel de verdunde fractie van de run-off van de kuilplaat en run-off van niet met mest bevuilde materialen wordt opgevangen, kan het first flushsysteem als aanvaardbaar worden beschouwd en kan gunstig advies verleend worden. In dat geval moet de uitstroom van het first slushsysteem nog steeds beschouwd worden als bedrijfsafvalwater en dient voldaan te worden aan de voorwaarden voor lozing van bedrijfsafvalwater. Echter, uit de informatie opgenomen in deze omgevingsvergunningsaanvraag kan niet expliciet afgeleid worden wat er terecht komt in het first flushsysteem. De informatie in de beschrijvende nota lijkt aan te geven dat het enkel gaat om run-off van de kuilplaat die via vertraagde afvoer via het first flushsysteem wordt afgevoerd. Dit is echter helemaal niet duidelijk uit het ingevulde luik “ingedeelde inrichting of activiteit”.

Goede ruimtelijke ordening

De aanvraag is inpasbaar in de omgeving en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

Resultaten openbaar onderzoek

Er werd een openbaar onderzoek georganiseerd van 14/10/2018 tot en met 13/112018. Er werden 0 schriftelijke en 0 mondelinge bezwaren ingediend.

Besluit

De omgevingsambtenaar adviseert voorwaardelijk gunstig onder volgende voorwaarden.

Voorwaarden

De voorgestelde werken kunnen uitgevoerd worden overeenkomstig de aanduidingen van de bouwplannen.

Het groenscherm dient aangeplant zoals voorgesteld op het beplantingsplan.

Het buffervolume van de infiltratievoorziening dient minimum 11.850 liter te bedragen.

De oppervlakte van de infiltratievoorziening dient minimum 19 m² te bedragen.

De kosten voor het uitvoeren van aanpassingswerken aan het openbaar domein of het verplaatsen van nutsvoorzieningen zijn ten laste van de bouwheer.

Voor de overwelving moet nog een aparte aanvraag gebeuren bij de stad Geel en de werken moeten worden uitgevoerd door de stad Geel of een door de stad Geel aangestelde aannemer.

Bijzondere milieuvoorwaarden

  • De omgevingsambtenaar vraagt duidelijkheid over de uitvoering van de opslagplaats met first flushsysteem. De informatie opgenomen in de beschrijvende nota en in de bijlagen uit het luik “ingedeelde inrichting of activiteit” geven geen eenduidige informatie. Ook de intekening op het uitvoeringsplan is in zekere mate voor interpretatie vatbaar.
  • De omgevingsambtenaar vraagt dat de exploitant voorafgaand aan de beslissing m.b.t. de vergunningsaanvraag aan de POVC welke maatregelen worden genomen voor het beperken van mogelijke geurhinder.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen geeft voorwaardelijk gunstig advies voor de omgevingsvergunningsaanvraag van Stijn Lietaer en Griet Vangenechten, Poiel 62, 2440 Geel onder volgende voorwaarden.

Artikel 2

Voorwaarden

De voorgestelde werken kunnen uitgevoerd worden overeenkomstig de aanduidingen van de bouwplannen.

Het groenscherm dient aangeplant zoals voorgesteld op het beplantingsplan.

Het buffervolume van de infiltratievoorziening dient minimum 11.850 liter te bedragen.

De oppervlakte van de infiltratievoorziening dient minimum 19 m² te bedragen.

De kosten voor het uitvoeren van aanpassingswerken aan het openbaar domein of het verplaatsen van nutsvoorzieningen zijn ten laste van de bouwheer.

Voor de overwelving moet nog een aparte aanvraag gebeuren bij de stad Geel en de werken moeten worden uitgevoerd door de stad Geel of een door de stad Geel aangestelde aannemer.

Bijzondere milieuvoorwaarden

  • De omgevingsambtenaar vraagt duidelijkheid over de uitvoering van de opslagplaats met first flushsysteem. De informatie opgenomen in de beschrijvende nota en in de bijlagen uit het luik “ingedeelde inrichting of activiteit” geven geen eenduidige informatie. Ook de intekening op het uitvoeringsplan is in zekere mate voor interpretatie vatbaar.
  • De omgevingsambtenaar vraagt dat de exploitant voorafgaand aan de beslissing m.b.t. de vergunningsaanvraag aan de POVC welke maatregelen worden genomen voor het beperken van mogelijke geurhinder.