Terug

2018_CBS_03287 - Omgevingsvergunning - Het oprichten van 13 appartementen en 20 carports (201800321 joh), gelegen Rijn 155, 157, kadastraal afdeling 1, sectie H, nummer 1221V, op naam van Dirk Bogaerts, Muizensteenweg 95, 2820 Bonheiden - Vergunning

College van Burgemeester en Schepenen
ma 03/12/2018 - 11:00 Bureel secretaris
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Vera Celis, Griet Smaers, Marleen Verboven, Bart Julliams, Griet Verhesen, Gie Claes

Verontschuldigd

Nadine Laeremans, Pieter Verhesen, Ben Van Looveren, Francois Mylle

Voorzitter

Vera Celis
2018_CBS_03287 - Omgevingsvergunning - Het oprichten van 13 appartementen en 20 carports (201800321 joh), gelegen Rijn 155, 157, kadastraal afdeling 1, sectie H, nummer 1221V, op naam van Dirk Bogaerts, Muizensteenweg 95, 2820 Bonheiden - Vergunning 2018_CBS_03287 - Omgevingsvergunning - Het oprichten van 13 appartementen en 20 carports (201800321 joh), gelegen Rijn 155, 157, kadastraal afdeling 1, sectie H, nummer 1221V, op naam van Dirk Bogaerts, Muizensteenweg 95, 2820 Bonheiden - Vergunning

Motivering

Aanleiding en context

UITERSTE BESLISSINGSDATUM VOOR DIT DOSSIER: 11/01/2018

 

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

 

Ligging volgens de plannen van aanleg, uitvoeringsplannen, verkavelingen.

Koninklijk besluit van 28 juli 1978 - Gewestplan Herentals-Mol goedgekeurd op 28/07/1978

bestemming: woongebieden

 

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg.

De aanvraag is niet gelegen in een ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag

De aanvraag is gesitueerd in het gewestplan Herentals - Mol. De aanvraag dient getoetst te worden aan de bepalingen van het gewestplan.

 

Overeenstemming met dit plan

De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en met de stedenbouwkundige voorschriften.

 

Afwijkings- en uitzonderingsbepalingen

Niet van toepassing.

 

Verordeningen

  • gemeentelijke stedenbouwkundige verordening - verkavelingen

  • gemeentelijke stedenbouwkundige verordening - parkeervoorzieningen

  • Hemelwaterputten (gewestelijk)

  • Toegankelijkheid (gewestelijk)

  • gemeentelijke stedenbouwkundige verordening - basisverordening

 

  1. Historiek

  • Stedenbouwkundig attest: 2363, bouwen van 2 vrijstaande één- of meergezinswoningen - Positief

  • Stedenbouwkundig attest: 2371, bouwen van een meergezinswoning - Positief

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

Type handelingen: stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft het oprichten van 13 appartementen en 20 carports.

De bestaande bebouwing op het perceel zal worden gesloopt.

Overeenkomstige de vernieuwde gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake parkeren (d.d. 25/06/2018), worden er voldoende parkeerplaatsen en fietsenstalplaatsen voorzien. In functie van 13 wooneenheden worden er bijgevolg 1,5 parkeerplaats per woongelegenheid voorzien. Hierdoor komen we op 20 staanplaatsen (waarvan er 2 voorzien worden in functie van personen met verminderde beweeglijkheid > 6% van totale aantal) die voorzien zijn als carports. Alle staanplaatsen hebben hier de minimale afmeting van 5m x 2,75m en waarbij de mindervalide staanplaatsen een omvang hebben van 6,5m x 3,5m. Om de bewoners ook de noodzakelijke luxe te geven, bovenop de voorziening van de carport, wordt er per parkeerplaats ook een berging gekoppeld voor het stallen van fietsen. Overeenkomstig de nieuwe regel van de verordening wordt er nu rekening gehouden met het aantal slaapkamers bovenop de basis van 1x 2-persoonskamer. Elke berging bevat minimaal 3 fietsstaanplaatsen en er zijn tevens een aantal bergingen voorzien voor 6 fietsstaanplaatsen wanneer dit vereist is volgens de verordening zoals in het geval van appartment 12 waar 3 slaapkamers voorzien zijn. Dit appartement zal ten allen tijde een dubbele parkeerplaats krijgen waarbij een berging voor 6 fietsenstalplaatsen voorzien is. Tevens wordt er rekening gehouden met een aantal nieuwe bepalingen waaronder het elektrisch opladen van fietsen en wagens.
Bijgevolg wordt er helemaal voldaan aan de nieuwe gemeentelijke verordening inzake parkeren.

Het voorgestelde bouwproject heeft een kroonlijsthoogte ter plaatse van de voorgevel- en achtergevelbouwlijn van 6,15 m en heeft een bouwdiepte van 17 m op zowel de gelijkvloerse als op de eerste bouwlaag. De derde bouwlaag is 2 m terugliggend voorzien ten opzichte van de voorgevelbouwlijn. Meer nog, in functie van de privacy is de derde bouwlaag grotendeels opgetrokken volgens dezelfde methodiek om zo voldoende privacy te kunnen garanderen naar de aanpalende percelen. Om de privacy naar de naburige percelen nog verder te garanderen zijn er hoofdzakelijk geen leefruimtes gericht naar naar de buren. Voor de oprichting van de vereiste buitenruimtes met terrassen, die evenwel gelegen zijn aan de zijdelingse tuinstroken, is de privacy gegarandeerd door de creatie van bouwkundige elementen die het directe zicht van en naar de buren afschermen, indirecte zichtlijnen worden voorzien door zich niet loodrecht naar de perceelsgrens te situeren, maar, schuin hierop om zodoende de zichtlijn te verlengen, alsook het voorzien van de nodige schermen door middel van groene elementen zoals deze op het dakterras.
Door de grote breedte van de voorgevel is er bewust geopteerd voor een verticalisering van het bouwvolume met doelgerichte onderbrekingen en vormgevingen in de voorgevelzijde. Er wordt hierbij verwezen naar de verticale raampartijen, inspringende bouwdelen met verwezenlijking van de terrassen, het wisselende harmonische materiaalgebruik, maar, ook zeker het terugspringen van het bovenste dakvolume aan de linker en rechterzijde van het gebouw en het lostrekken van vrijstaande wand aan de rechterzijde waardoor hier niet alleen de horizontaliteit gebroken wordt maar ook dat zodoende het volledige bouwproject minder massief overkomt in het straatbeeld ten opzichte van het feit wanneer er daadwerkelijk met een hellend dak gebouw zou worden.

Het bouwproject is hoofdzakelijk opgericht in een steense architectuur waarbij gebruik gemaakt werd van een basis in een licht gekleurde gevelsteen en een verweven bouwvolume met een donker gekleurde gevelsteen. De gevelzijdes worden verder verrijkt met enkele accenten in een donker gekleurde aluminium beplating. Het buitenschrijnwerk, regenwaterafvoeren, dakranden en kroonlijsten zijn eveneens voorzien in dezelfde donker gekleurde aluminium. De uitkragende terrassen zijn voorzien in wit gekleurd architectonisch beton en glazen transparante balustrades.
De carports zijn opgebouwd als een metaalconstructie met dakvloer in steeldeck met sandwichpanelen als toplaag en omkadering. Bijhorende fietsenstallingen/bergingen worden vorm gegegeven d.m.v. staalconstructie waarbij de bekleding in strekmetaal wordt toegepast dat zorgt voor een semitransparante bouwvolume.

 

  1. Openbaar onderzoek

Overeenkomstig de criteria van artikels 11 t.e.m. 14 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning is de gewone procedure van toepassing en moet de aanvraag openbaar gemaakt worden.

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 09/10/2018 t.e.m. 08/11/2018. Er werden 3 bezwaren ingediend:

 

Bezwaar 1

De aanpalende eigenaars zijn bezorgd over de houten omheining op de perceelsgrens die eventueel schade zou oplopen bij het kappen van de bomen op het terrein.

 

Bezwaar 2 en 3 zijn grotendeels gelijk

 

 Volgens de beleidsvisie van de stad, het college van burgemeester en schepenen, stedenbouwkundig attest van 20 juni 2017, dossiernummer 2371, mag er een meergezinswoning gebouwd worden dat bestaat uit gelijkvloers en een verdieping en eventueel een hellend dak. Een plat dak mag ook maar dan volgens bepaalde voorwaarden.

Op deze derde bouwlaag zijn “geen aparte woongelegenheden toegestaan. Deze ruimte kan wel worden ingericht met slaapgelegenheden en/of sanitair in functie van de onderliggende woongelegenheden (duplexen)” .

Toch zijn er volgens de plannen wel ‘drie’ aparte woongelegenheden getekend op deze derde bouwlaag onder het plat dak, wat zorgt voor serieuze overlast en een serieuze inbreuk op de privacy, mits deze volledige inkijk hebben op het aanpalende perceel. Er wordt ook een enorm dakterras voorzien met volledige inkijk in op het aanpalende perceel. De terrassen zijn voorzien van glazen transparante balustrades.

Achter de tuinstrook is de strook voor bijgebouwen gelegen:

Groenbeleid? zicht op een gigantische metalen constructie i.p.v. tuin en groen, zoals het nu het geval is.

Een bijgebouw is niet gelijk aan een constructie van 20 carports en bijhorende bergingen, dit betekent een verharding van wel meer dan 600m², waar nu enkel groen is.

Geluidshinder, luchtverontreiniging en overlast: het toegangspad voor elk voertuig loopt langs ons gehele huis, terras en tuin, waardoor er ‘geen’ privacy noch rust zal zijn.

 

Dit moet toegang geven tot 20 voertuigen die dagelijks langs moeten en dit zal zeker minimum twee keer per dag gebeuren, als het niet meer zal zijn.

Wie garandeert dat dit ook geen ideale toegang biedt aan ongewenste gasten/indringers, wat naar beveiliging toe?

Ook wordt dit een gigantisch monumentaal bouwwerk, het zal er ‘niet’ uitzien als een eengezinswoning, zoals de andere woningen rondom en zoals ook bevonden in de beleidsvisie van de stad.

Op dit moment hebben de aanpalende eigenaars geen enkele geluidshinder noch luchtverontreiniging, mits de slaapkamers bewust naar de achterzijde/tuin/groen gericht zijn, dit gaat ten gronde veranderen door dit grootschalige project.

Dit project zou gebouwd worden op een oppervlakte van drie bouwgronden, indien dit meergezinswoningen worden, betekent dit per bouwgrond/perceel twee wooneenheden, dit is een totaal van zes wooneenheden. Nu wil men hier wel 13 (dertien) wooneenheden zetten, dit is meer dan een verdubbeling.

De bezwaarindieners staan erop dat hun rust en privacy en gebruiksgenot van hun woning gegarandeerd wordt.

Dit door bouwkundige elementen die het directe zicht van en naar het aanpalende perceel afschermen, als ook het voorzien van de nodige schermen door middel van groene elementen, die dan ook verplicht en definitief geplaatst zullen worden, zodat dit gegarandeerd blijft!

Wij wensen dat de correcte veiligheidsvoorschriften bij de afbraakwerken van de huidige woning in acht worden genomen, zeker bij aanwezigheid van eventuele asbest.

 

  1. Adviezen

Op 28/09/2018 werd advies gevraagd aan brandweerzone Kempen - hulpverleningszone 5 (Geel) - preventie - administratie.

Op 28/09/2018 werd advies gevraagd aan Toegankelijk Vlaanderen (Inter).

 

  1. Project-MER

Niet van toepassing.

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier door het college van burgemeester en schepenen

 

Planologische toets

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, alsmede voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
(Artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichtingen en toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).

Wegenis

Het perceel is gelegen langsheen een gemeenteweg.

Art. 4.3.5.§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie « wonen », « verblijfsrecreatie », dagrecreatie, met inbegrip van sport, detailhandel, dancing, restaurant en café, kantoorfunctie, dienstverlening, vrije beroepen, industrie, bedrijvigheid, « gemeenschapsvoorzieningen » of « openbare nutsvoorzieningen », kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

§ 3. In het geval de opdrachtgever instaat voor zowel het bouwen van de gebouwen als de verwezenlijking van de voor het project noodzakelijke wegeniswerken, of in het geval de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen of een overheid de wegenis aanbesteedt, kan de omgevingsvergunning voor de gebouwen worden afgeleverd zodra de omgevingsvergunning voor de wegeniswerken is verleend.

Het vergunningverlenende bestuursorgaan kan in dat geval een afdoende financiële waarborg voor de uitvoering van de wegeniswerken eisen.

§ 4. De voorwaarde, vermeld in § 1, is niet van toepassing :
1° in verkavelingen waar geen of beperktere lasten op het vlak van de weguitrusting zijn opgelegd;
2° voor land- of tuinbouwbedrijven en voor bedrijfswoningen van een land- of tuinbouwbedrijf;
3° op het verbouwen, herbouwen of uitbreiden van bestaande constructies.

Watertoets

Artikel 8 van het decreet van 5 juli 2013 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad van 8 oktober 2013) legt in hoofdstuk III, afdeling I, bepaalde verplichtingen op, die de watertoets genoemd wordt. Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.

Enkel wordt bij toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt.  Dit moet gecompenseerd worden door de plaatsing van een hemelwaterput of de aanleg van een infiltratievoorziening.

Goede ruimtelijke ordening

De aanvraag is inpasbaar in de omgeving en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

 

Resultaten openbaar onderzoek

Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 09/10/2018 tot 08/11/2018.

Resultaat: er werden 3 bezwaren ingediend.

Het openbaar onderzoek wordt als volgt geëvalueerd:

Zoals wettelijk bepaald, werden alle aanpalende eigenaars per aangetekend schrijven op de hoogte gebracht van de aanvraag.

Bij het kappen van de bomen op het terrein dienen de nodige maatregelen te worden getroffen om de aanpalende schutting op Rijn 153 niet te beschadigen.

Gelet op de ligging in het woongebied en op de omgeving die aanleunt aan het stedelijk gebied, kan zowel de omvang van het project als de ligging aanvaard worden.

Tevens springt de bovenste verdieping terug om de omvang van het project te beperken.

Voor de oprichting van de vereiste buitenruimtes met terrassen, die evenwel gelegen zijn aan de zijdelingse tuinstroken, is de privacy gegarandeerd door de creatie van bouwkundige elementen die het directe zicht van en naar de buren afschermen, indirecte zichtlijnen worden voorzien door zich niet loodrecht naar de perceelsgrens te situeren, maar, schuin hierop om zodoende de zichtlijn te verlengen, alsook het voorzien van de nodige schermen door middel van groene elementen zoals deze op het dakterras.
De garages in de tuin zijn in overeenstemming met de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake parkeren en stallen van auto's en fietsen.

Er kan nog wel worden aangegeven dat in een stedelijke omgeving, en de hierbij horende hogere gebouwen, het aspect van eventuele verminderde lichtinval/privacy een feitelijke realiteit is en naar de toekomst toe waarschijnlijk een steeds grotere factor zal worden.

Indien er asbest aanwezig is op de werf, dient bij de sloop en verwijdering van het asbesthoudend materiaal de bepalingen van Vlarem II Hfdst. 6.4. opgevolgd te worden (www.asbestinfo.be).

Bespreking adviezen

De omgevingsambtenaar heeft kennis genomen van volgende adviezen:

Het advies van brandweerzone Kempen - hulpverleningszone 5 (Geel) - preventie – administratie, afgeleverd op 03/10/2018, is voorwaardelijk gunstig.

Het advies van Toegankelijk Vlaanderen (Inter), afgeleverd op 15/10/2018, is volledig gunstig.

 

Besluit

Er wordt een gunstig advies gegeven onder volgende voorwaarden:

De werken dienen te worden uitgevoerd overeenkomstig de bijgevoegde plannen.

Er dienen steeds ten minste 2 fietsstalplaatsen, aangevuld met 1 extra fietsstalplaats per slaapkamer (vanaf de 2de slaapkamer) en 2 m² afvalberging per woongelegenheid in functie van het project behouden te worden, ook na overdracht van (een deel van) het project.

Er dienen steeds ten minste 20 parkeerplaatsen (garages, carports) in functie van het project behouden te worden, ook na overdracht van (een deel van) het project.

Er dient gevolg te worden gegeven aan het voorwaardelijk gunstig advies van brandweerzone Kempen dd. 01/10/2018 met kenmerk BWDP/2018-0545/001/01/BCO.

De vegetatie op het perceel mag verwijderd worden. Bij het vellen/rooien dient de uitvoerder de nodige veiligheidsmaatregelen in acht te nemen. Meer info, zie: https://www.ecopedia.be/artikel/veilig-werken-met-de-motorzaag-0.

In het kader van art. 14 van het natuurbehoud wordt gevraagd om het verdwenen groen te compenseren door aanplant van minimum 4 bomen. De zorgplicht bepaalt dat iedereen die iets wijzigt zodat er een effect is op de natuur alle maatregelen moet nemen om schade te voorkomen, te beperken, of indien dat niet mogelijk is te herstellen. De zorgplicht is een instrument dat het stand-still beginsel ondersteunt. Door iedereen zorg te laten dragen voor de natuur, mag de totale natuurwaarde er niet op achteruit gaan. De inplanting en de boomkeuze zijn terug te vinden in bijlage. De aanplant van de bomen dient te gebeuren conform de voorschriften zoals beschreven in het ‘Technisch Vademecum Bomen’ (Harmonisch Park en Groenbeheer). Deze bomen dienen te beschikken over een doorwortelbaar volume van min. 64 m², om te komen tot hun uiteindelijke hoogte en breedte. De aanplant dient gerealiseerd tijdens het eerstvolgende plantseizoen (dat loopt van 1/11 tot 1/03), volgend op de uitvoering van de werken die het onderwerp uitmaken van de aanvraag. Indien de aanplanting niet aanslaat dient deze vervangen tijdens het eerstvolgende groeiseizoen. De verplichting tot compensatie komt niet te vervallen bij niet aanslaan.

De plaatsing van een hemelwaterput is verplicht overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering dd. 05/07/2013 inzake hemelwaterputten. Die hemelwaterput dient aan volgende eisen te voldoen:

  • met een inhoud van min. 10.000 liter die met een pomp wordt uitgerust;
  • de volledige dakoppervlakte dient in één of meerdere hemelwaterputten af te wateren;
  • de overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratiebed, een gracht, een oppervlaktewater of de regenwederafvoer van de openbare riolering. Indien deze voorzieningen niet voorhanden zijn dan wordt de overloop aangesloten op de openbare riolering;
  • de hemelwaterput dient geplaatst te zijn alvorens het gebouw in gebruik wordt genomen;
  • de hemelwaterput dient bij plaatsing in de bouwvrije voortuinstrook, voorzien op minimum 8 meter uit de wegas en met een minimu van 2 meter uit de rooilijn;
  • de hemelwaterput dient te voldoen aan de code van de goede praktijk voor hemelwaterputten en infiltratievoorzieningen, die toegevoegd wordt in bijlage, terwijl de plaatsing dient te gebeuren voor het gebouw in gebruik genomen wordt;
  • het hemelwater dient herbruikt te worden door de aftappunten voorzien op het bouwplan.

    Het gebouw moet voldoen aan de EPB-eisen.

    De afvoerbuizen voor het regenwater (grijs) en het huishoudelijk afvalwater (oranje) dienen een diameter te hebben van max. 200 mm.

    Het is verplicht vóór de eerste ingebruikname en bij belangrijke wijzigingen van de privéwaterafvoer deze te laten keuren door een erkende deskundige. Hierbij wordt nagegaan of de scheiding van hemelwater en afvalwater wordt nageleefd. Zonder keuringsattest van de erkende deskundige mag de privéwaterafvoer niet worden aangesloten op het openbaar rioleringsnet.

    Het huishoudelijk afvalwater dient te worden geloosd in de reeds aanwezige huisaansluiting op het bestaande rioleringsnet.

    Indien er geen huisaansluitputjes aanwezig zijn, dienen deze te worden geplaatst door de bouwheer.

    De eventuele plaatsing van een mazouttank dient te beantwoorden aan de installatievoorwaarden, opgelegd in de Vlaremwetgeving zoals beschreven in bijlage bij de bouwvergunning;

    De droogzuiging dient aangesloten te worden op de RWA-aansluiting van het toekomstig gebouw; tevens zijn de Vlarem-voorwaarden (artikel 5.53.6.1. Vlarem II) van toepassing.

    De afval- en regenwaters dienen via een gescheiden stelstel te worden afgevoerd.

    Er mogen geen werken uitgevoerd worden op het openbaar domein zonder voorafgaandelijke toelating en onder de vooropgestelde voorwaarden van het stadsbestuur.

    De kosten voor het uitvoeren van aanpassingswerken aan het openbaar domein of het verplaatsen van nutsvoorzieningen zijn ten laste van de bouwheer.

    De vloerpas ligt op maximum 20 cm en kan verhoogd worden door het aantal meter tussen de voorgevel en de rooilijn te vermenigvuldigen met 2 cm, en dit tot een maximum van 40 cm.

    Het peil van de woning ligt hiermee maximum 36 cm boven de as van de weg.

    Het buffervolume van de infiltratievoorziening dient minimum 22.235,75 liter te bedragen.
    De oppervlakte van de infiltratievoorziening dient minimum 35,58 m² te bedragen.

     

     

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

 

HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN BESLIST TOT VERLENING VAN EEN OMGEVINGSVERGUNNING VOOR HET OPRICHTEN VAN 13 APPARTEMENTEN EN 20 CARPORTS, GELEGEN RIJN 155, 157, KADASTRAAL AFDELING 1, SECTIE H, NUMMER 1221V

  

De aanvraag ingediend door Dirk Bogaerts, Muizensteenweg 95 te 2820 Bonheiden,werd ingediend op 10/09/2018

De aanvraag werd ontvankelijk en volledig verklaard op 28/09/2018.

 

De aanvraag heeft betrekking op een terrein, gelegen Rijn 155, Rijn 157 te 2440 Geel, kadastraal bekend: Afdeling 1, sectie H, perceel 1221V.

 

Het betreft een aanvraag tot het oprichten van 13 appartementen en 20 carports.

De aanvraag omvat: stedenbouwkundige handelingen

Het college van burgemeester en schepenen heeft deze aanvraag onderzocht, rekening houdend met de terzake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder met het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten.

 

 

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

 

Ligging volgens de plannen van aanleg, uitvoeringsplannen, verkavelingen.

Koninklijk besluit van 28 juli 1978 - Gewestplan Herentals-Mol goedgekeurd op 28/07/1978

bestemming: woongebieden

 

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg.

De aanvraag is niet gelegen in een ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag

De aanvraag is gesitueerd in het gewestplan Herentals - Mol. De aanvraag dient getoetst te worden aan de bepalingen van het gewestplan.

 

Overeenstemming met dit plan

De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en met de stedenbouwkundige voorschriften.

 

Afwijkings- en uitzonderingsbepalingen

Niet van toepassing.

 

Verordeningen

  • gemeentelijke stedenbouwkundige verordening - verkavelingen

  • gemeentelijke stedenbouwkundige verordening - parkeervoorzieningen

  • Hemelwaterputten (gewestelijk)

  • Toegankelijkheid (gewestelijk)

  • gemeentelijke stedenbouwkundige verordening - basisverordening

 

  1. Historiek

  • Stedenbouwkundig attest: 2363, bouwen van 2 vrijstaande één- of meergezinswoningen - Positief

  • Stedenbouwkundig attest: 2371, bouwen van een meergezinswoning - Positief

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

Type handelingen: stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft het oprichten van 13 appartementen en 20 carports.

De bestaande bebouwing op het perceel zal worden gesloopt.

Overeenkomstige de vernieuwde gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake parkeren (d.d. 25/06/2018), worden er voldoende parkeerplaatsen en fietsenstalplaatsen voorzien. In functie van 13 wooneenheden worden er bijgevolg 1,5 parkeerplaats per woongelegenheid voorzien. Hierdoor komen we op 20 staanplaatsen (waarvan er 2 voorzien worden in functie van personen met verminderde beweeglijkheid > 6% van totale aantal) die voorzien zijn als carports. Alle staanplaatsen hebben hier de minimale afmeting van 5m x 2,75m en waarbij de mindervalide staanplaatsen een omvang hebben van 6,5m x 3,5m. Om de bewoners ook de noodzakelijke luxe te geven, bovenop de voorziening van de carport, wordt er per parkeerplaats ook een berging gekoppeld voor het stallen van fietsen. Overeenkomstig de nieuwe regel van de verordening wordt er nu rekening gehouden met het aantal slaapkamers bovenop de basis van 1x 2-persoonskamer. Elke berging bevat minimaal 3 fietsstaanplaatsen en er zijn tevens een aantal bergingen voorzien voor 6 fietsstaanplaatsen wanneer dit vereist is volgens de verordening zoals in het geval van appartment 12 waar 3 slaapkamers voorzien zijn. Dit appartement zal ten allen tijde een dubbele parkeerplaats krijgen waarbij een berging voor 6 fietsenstalplaatsen voorzien is. Tevens wordt er rekening gehouden met een aantal nieuwe bepalingen waaronder het elektrisch opladen van fietsen en wagens.
Bijgevolg wordt er helemaal voldaan aan de nieuwe gemeentelijke verordening inzake parkeren.

Het voorgestelde bouwproject heeft een kroonlijsthoogte ter plaatse van de voorgevel- en achtergevelbouwlijn van 6,15 m en heeft een bouwdiepte van 17 m op zowel de gelijkvloerse als op de eerste bouwlaag. De derde bouwlaag is 2 m terugliggend voorzien ten opzichte van de voorgevelbouwlijn. Meer nog, in functie van de privacy is de derde bouwlaag grotendeels opgetrokken volgens dezelfde methodiek om zo voldoende privacy te kunnen garanderen naar de aanpalende percelen. Om de privacy naar de naburige percelen nog verder te garanderen zijn er hoofdzakelijk geen leefruimtes gericht naar naar de buren. Voor de oprichting van de vereiste buitenruimtes met terrassen, die evenwel gelegen zijn aan de zijdelingse tuinstroken, is de privacy gegarandeerd door de creatie van bouwkundige elementen die het directe zicht van en naar de buren afschermen, indirecte zichtlijnen worden voorzien door zich niet loodrecht naar de perceelsgrens te situeren, maar, schuin hierop om zodoende de zichtlijn te verlengen, alsook het voorzien van de nodige schermen door middel van groene elementen zoals deze op het dakterras.
Door de grote breedte van de voorgevel is er bewust geopteerd voor een verticalisering van het bouwvolume met doelgerichte onderbrekingen en vormgevingen in de voorgevelzijde. Er wordt hierbij verwezen naar de verticale raampartijen, inspringende bouwdelen met verwezenlijking van de terrassen, het wisselende harmonische materiaalgebruik, maar, ook zeker het terugspringen van het bovenste dakvolume aan de linker en rechterzijde van het gebouw en het lostrekken van vrijstaande wand aan de rechterzijde waardoor hier niet alleen de horizontaliteit gebroken wordt maar ook dat zodoende het volledige bouwproject minder massief overkomt in het straatbeeld ten opzichte van het feit wanneer er daadwerkelijk met een hellend dak gebouw zou worden.

Het bouwproject is hoofdzakelijk opgericht in een steense architectuur waarbij gebruik gemaakt werd van een basis in een licht gekleurde gevelsteen en een verweven bouwvolume met een donker gekleurde gevelsteen. De gevelzijdes worden verder verrijkt met enkele accenten in een donker gekleurde aluminium beplating. Het buitenschrijnwerk, regenwaterafvoeren, dakranden en kroonlijsten zijn eveneens voorzien in dezelfde donker gekleurde aluminium. De uitkragende terrassen zijn voorzien in wit gekleurd architectonisch beton en glazen transparante balustrades.
De carports zijn opgebouwd als een metaalconstructie met dakvloer in steeldeck met sandwichpanelen als toplaag en omkadering. Bijhorende fietsenstallingen/bergingen worden vorm gegegeven d.m.v. staalconstructie waarbij de bekleding in strekmetaal wordt toegepast dat zorgt voor een semitransparante bouwvolume.

 

  1. Openbaar onderzoek

Overeenkomstig de criteria van artikels 11 t.e.m. 14 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning is de gewone procedure van toepassing en moet de aanvraag openbaar gemaakt worden.

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 09/10/2018 t.e.m. 08/11/2018. Er werden 3 bezwaren ingediend:

 

Bezwaar 1

De aanpalende eigenaars zijn bezorgd over de houten omheining op de perceelsgrens die eventueel schade zou oplopen bij het kappen van de bomen op het terrein.

 

Bezwaar 2 en 3 zijn grotendeels gelijk

 

 Volgens de beleidsvisie van de stad, het college van burgemeester en schepenen, stedenbouwkundig attest van 20 juni 2017, dossiernummer 2371, mag er een meergezinswoning gebouwd worden dat bestaat uit gelijkvloers en een verdieping en eventueel een hellend dak. Een plat dak mag ook maar dan volgens bepaalde voorwaarden.

Op deze derde bouwlaag zijn “geen aparte woongelegenheden toegestaan. Deze ruimte kan wel worden ingericht met slaapgelegenheden en/of sanitair in functie van de onderliggende woongelegenheden (duplexen)” .

Toch zijn er volgens de plannen wel ‘drie’ aparte woongelegenheden getekend op deze derde bouwlaag onder het plat dak, wat zorgt voor serieuze overlast en een serieuze inbreuk op de privacy, mits deze volledige inkijk hebben op het aanpalende perceel. Er wordt ook een enorm dakterras voorzien met volledige inkijk in op het aanpalende perceel. De terrassen zijn voorzien van glazen transparante balustrades.

Achter de tuinstrook is de strook voor bijgebouwen gelegen:

Groenbeleid? zicht op een gigantische metalen constructie i.p.v. tuin en groen, zoals het nu het geval is.

Een bijgebouw is niet gelijk aan een constructie van 20 carports en bijhorende bergingen, dit betekent een verharding van wel meer dan 600m², waar nu enkel groen is.

Geluidshinder, luchtverontreiniging en overlast: het toegangspad voor elk voertuig loopt langs ons gehele huis, terras en tuin, waardoor er ‘geen’ privacy noch rust zal zijn.

 

Dit moet toegang geven tot 20 voertuigen die dagelijks langs moeten en dit zal zeker minimum twee keer per dag gebeuren, als het niet meer zal zijn.

Wie garandeert dat dit ook geen ideale toegang biedt aan ongewenste gasten/indringers, wat naar beveiliging toe?

Ook wordt dit een gigantisch monumentaal bouwwerk, het zal er ‘niet’ uitzien als een eengezinswoning, zoals de andere woningen rondom en zoals ook bevonden in de beleidsvisie van de stad.

Op dit moment hebben de aanpalende eigenaars geen enkele geluidshinder noch luchtverontreiniging, mits de slaapkamers bewust naar de achterzijde/tuin/groen gericht zijn, dit gaat ten gronde veranderen door dit grootschalige project.

Dit project zou gebouwd worden op een oppervlakte van drie bouwgronden, indien dit meergezinswoningen worden, betekent dit per bouwgrond/perceel twee wooneenheden, dit is een totaal van zes wooneenheden. Nu wil men hier wel 13 (dertien) wooneenheden zetten, dit is meer dan een verdubbeling.

De bezwaarindieners staan erop dat hun rust en privacy en gebruiksgenot van hun woning gegarandeerd wordt.

Dit door bouwkundige elementen die het directe zicht van en naar het aanpalende perceel afschermen, als ook het voorzien van de nodige schermen door middel van groene elementen, die dan ook verplicht en definitief geplaatst zullen worden, zodat dit gegarandeerd blijft!

Wij wensen dat de correcte veiligheidsvoorschriften bij de afbraakwerken van de huidige woning in acht worden genomen, zeker bij aanwezigheid van eventuele asbest.

 

  1. Adviezen

Op 28/09/2018 werd advies gevraagd aan brandweerzone Kempen - hulpverleningszone 5 (Geel) - preventie - administratie.

Op 28/09/2018 werd advies gevraagd aan Toegankelijk Vlaanderen (Inter).

 

  1. Project-MER

Niet van toepassing.

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier door het college van burgemeester en schepenen

 

Planologische toets

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, alsmede voor agrarische bedrijven.
Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving.
(Artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichtingen en toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).

Wegenis

Het perceel is gelegen langsheen een gemeenteweg.

Art. 4.3.5.§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie « wonen », « verblijfsrecreatie », dagrecreatie, met inbegrip van sport, detailhandel, dancing, restaurant en café, kantoorfunctie, dienstverlening, vrije beroepen, industrie, bedrijvigheid, « gemeenschapsvoorzieningen » of « openbare nutsvoorzieningen », kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

§ 3. In het geval de opdrachtgever instaat voor zowel het bouwen van de gebouwen als de verwezenlijking van de voor het project noodzakelijke wegeniswerken, of in het geval de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen of een overheid de wegenis aanbesteedt, kan de omgevingsvergunning voor de gebouwen worden afgeleverd zodra de omgevingsvergunning voor de wegeniswerken is verleend.

Het vergunningverlenende bestuursorgaan kan in dat geval een afdoende financiële waarborg voor de uitvoering van de wegeniswerken eisen.

§ 4. De voorwaarde, vermeld in § 1, is niet van toepassing :
1° in verkavelingen waar geen of beperktere lasten op het vlak van de weguitrusting zijn opgelegd;
2° voor land- of tuinbouwbedrijven en voor bedrijfswoningen van een land- of tuinbouwbedrijf;
3° op het verbouwen, herbouwen of uitbreiden van bestaande constructies.

Watertoets

Artikel 8 van het decreet van 5 juli 2013 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad van 8 oktober 2013) legt in hoofdstuk III, afdeling I, bepaalde verplichtingen op, die de watertoets genoemd wordt. Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.

Enkel wordt bij toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt.  Dit moet gecompenseerd worden door de plaatsing van een hemelwaterput of de aanleg van een infiltratievoorziening.

Goede ruimtelijke ordening

De aanvraag is inpasbaar in de omgeving en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.

 

Resultaten openbaar onderzoek

Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 09/10/2018 tot 08/11/2018.

Resultaat: er werden 3 bezwaren ingediend.

Het openbaar onderzoek wordt als volgt geëvalueerd:

Zoals wettelijk bepaald, werden alle aanpalende eigenaars per aangetekend schrijven op de hoogte gebracht van de aanvraag.

Bij het kappen van de bomen op het terrein dienen de nodige maatregelen te worden getroffen om de aanpalende schutting op Rijn 153 niet te beschadigen.

Gelet op de ligging in het woongebied en op de omgeving die aanleunt aan het stedelijk gebied, kan zowel de omvang van het project als de ligging aanvaard worden.

Tevens springt de bovenste verdieping terug om de omvang van het project te beperken.

Voor de oprichting van de vereiste buitenruimtes met terrassen, die evenwel gelegen zijn aan de zijdelingse tuinstroken, is de privacy gegarandeerd door de creatie van bouwkundige elementen die het directe zicht van en naar de buren afschermen, indirecte zichtlijnen worden voorzien door zich niet loodrecht naar de perceelsgrens te situeren, maar, schuin hierop om zodoende de zichtlijn te verlengen, alsook het voorzien van de nodige schermen door middel van groene elementen zoals deze op het dakterras.
De garages in de tuin zijn in overeenstemming met de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening inzake parkeren en stallen van auto's en fietsen.

Er kan nog wel worden aangegeven dat in een stedelijke omgeving, en de hierbij horende hogere gebouwen, het aspect van eventuele verminderde lichtinval/privacy een feitelijke realiteit is en naar de toekomst toe waarschijnlijk een steeds grotere factor zal worden.

Indien er asbest aanwezig is op de werf, dient bij de sloop en verwijdering van het asbesthoudend materiaal de bepalingen van Vlarem II Hfdst. 6.4. opgevolgd te worden (www.asbestinfo.be).

Bespreking adviezen

De omgevingsambtenaar heeft kennis genomen van volgende adviezen:

Het advies van brandweerzone Kempen - hulpverleningszone 5 (Geel) - preventie – administratie, afgeleverd op 03/10/2018, is voorwaardelijk gunstig.

Het advies van Toegankelijk Vlaanderen (Inter), afgeleverd op 15/10/2018, is volledig gunstig.

 

Besluit

Er wordt een gunstig advies gegeven onder volgende voorwaarden:

De werken dienen te worden uitgevoerd overeenkomstig de bijgevoegde plannen.

Er dienen steeds ten minste 2 fietsstalplaatsen, aangevuld met 1 extra fietsstalplaats per slaapkamer (vanaf de 2de slaapkamer) en 2 m² afvalberging per woongelegenheid in functie van het project behouden te worden, ook na overdracht van (een deel van) het project.

Er dienen steeds ten minste 20 parkeerplaatsen (garages, carports) in functie van het project behouden te worden, ook na overdracht van (een deel van) het project.

Er dient gevolg te worden gegeven aan het voorwaardelijk gunstig advies van brandweerzone Kempen dd. 01/10/2018 met kenmerk BWDP/2018-0545/001/01/BCO.

De vegetatie op het perceel mag verwijderd worden. Bij het vellen/rooien dient de uitvoerder de nodige veiligheidsmaatregelen in acht te nemen. Meer info, zie: https://www.ecopedia.be/artikel/veilig-werken-met-de-motorzaag-0.

In het kader van art. 14 van het natuurbehoud wordt gevraagd om het verdwenen groen te compenseren door aanplant van minimum 4 bomen. De zorgplicht bepaalt dat iedereen die iets wijzigt zodat er een effect is op de natuur alle maatregelen moet nemen om schade te voorkomen, te beperken, of indien dat niet mogelijk is te herstellen. De zorgplicht is een instrument dat het stand-still beginsel ondersteunt. Door iedereen zorg te laten dragen voor de natuur, mag de totale natuurwaarde er niet op achteruit gaan. De inplanting en de boomkeuze zijn terug te vinden in bijlage. De aanplant van de bomen dient te gebeuren conform de voorschriften zoals beschreven in het ‘Technisch Vademecum Bomen’ (Harmonisch Park en Groenbeheer). Deze bomen dienen te beschikken over een doorwortelbaar volume van min. 64 m², om te komen tot hun uiteindelijke hoogte en breedte. De aanplant dient gerealiseerd tijdens het eerstvolgende plantseizoen (dat loopt van 1/11 tot 1/03), volgend op de uitvoering van de werken die het onderwerp uitmaken van de aanvraag. Indien de aanplanting niet aanslaat dient deze vervangen tijdens het eerstvolgende groeiseizoen. De verplichting tot compensatie komt niet te vervallen bij niet aanslaan.

De plaatsing van een hemelwaterput is verplicht overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering dd. 05/07/2013 inzake hemelwaterputten. Die hemelwaterput dient aan volgende eisen te voldoen:

  • met een inhoud van min. 10.000 liter die met een pomp wordt uitgerust;

  • de volledige dakoppervlakte dient in één of meerdere hemelwaterputten af te wateren;

  • de overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratiebed, een gracht, een oppervlaktewater of de regenwederafvoer van de openbare riolering. Indien deze voorzieningen niet voorhanden zijn dan wordt de overloop aangesloten op de openbare riolering;

  • de hemelwaterput dient geplaatst te zijn alvorens het gebouw in gebruik wordt genomen;

  • de hemelwaterput dient bij plaatsing in de bouwvrije voortuinstrook, voorzien op minimum 8 meter uit de wegas en met een minimu van 2 meter uit de rooilijn;

  • de hemelwaterput dient te voldoen aan de code van de goede praktijk voor hemelwaterputten en infiltratievoorzieningen, die toegevoegd wordt in bijlage, terwijl de plaatsing dient te gebeuren voor het gebouw in gebruik genomen wordt;

  • het hemelwater dient herbruikt te worden door de aftappunten voorzien op het bouwplan.

    Het gebouw moet voldoen aan de EPB-eisen.

    De afvoerbuizen voor het regenwater (grijs) en het huishoudelijk afvalwater (oranje) dienen een diameter te hebben van max. 200 mm.

    Het is verplicht vóór de eerste ingebruikname en bij belangrijke wijzigingen van de privéwaterafvoer deze te laten keuren door een erkende deskundige. Hierbij wordt nagegaan of de scheiding van hemelwater en afvalwater wordt nageleefd. Zonder keuringsattest van de erkende deskundige mag de privéwaterafvoer niet worden aangesloten op het openbaar rioleringsnet.

    Het huishoudelijk afvalwater dient te worden geloosd in de reeds aanwezige huisaansluiting op het bestaande rioleringsnet.

    Indien er geen huisaansluitputjes aanwezig zijn, dienen deze te worden geplaatst door de bouwheer.

    De eventuele plaatsing van een mazouttank dient te beantwoorden aan de installatievoorwaarden, opgelegd in de Vlaremwetgeving zoals beschreven in bijlage bij de bouwvergunning;

    De droogzuiging dient aangesloten te worden op de RWA-aansluiting van het toekomstig gebouw; tevens zijn de Vlarem-voorwaarden (artikel 5.53.6.1. Vlarem II) van toepassing.

    De afval- en regenwaters dienen via een gescheiden stelstel te worden afgevoerd.

    Er mogen geen werken uitgevoerd worden op het openbaar domein zonder voorafgaandelijke toelating en onder de vooropgestelde voorwaarden van het stadsbestuur.

    De kosten voor het uitvoeren van aanpassingswerken aan het openbaar domein of het verplaatsen van nutsvoorzieningen zijn ten laste van de bouwheer.

    De vloerpas ligt op maximum 20 cm en kan verhoogd worden door het aantal meter tussen de voorgevel en de rooilijn te vermenigvuldigen met 2 cm, en dit tot een maximum van 40 cm.

    Het peil van de woning ligt hiermee maximum 36 cm boven de as van de weg.

    Het buffervolume van de infiltratievoorziening dient minimum 22.235,75 liter te bedragen.
    De oppervlakte van de infiltratievoorziening dient minimum 35,58 m² te bedragen.

     

 

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het advies van de omgevingsambtenaar en maakt dit zich eigen.

 

BESLUIT IN ZITTING VAN 03/12/2018

 

 

  1. De aanvraag ingediend door Dirk Bogaerts, Muizensteenweg 95 te 2820 Bonheiden, wordt vergund.

 

  1. Volgende voorwaarden en/of lasten worden opgelegd:

           

De werken dienen te worden uitgevoerd overeenkomstig de bijgevoegde plannen.

Er dienen steeds ten minste 2 fietsstalplaatsen, aangevuld met 1 extra fietsstalplaats per slaapkamer (vanaf de 2de slaapkamer) en 2m² afvalberging per woongelegenheid in functie van het project behouden te worden, ook na overdracht van (een deel van) het project.

Er dienen steeds ten minste 20 parkeerplaatsen (garages, carports) in functie van het project behouden te worden, ook na overdracht van (een deel van) het project.

Er dient gevolg te worden gegeven aan het voorwaardelijk gunstig advies van brandweerzone Kempen dd. 01/10/2018 met kenmerk BWDP/2018-0545/001/01/BCO.

De vegetatie op het perceel mag verwijderd worden. Bij het vellen/rooien dient de uitvoerder de nodige veiligheidsmaatregelen in acht te nemen. Meer info, zie: https://www.ecopedia.be/artikel/veilig-werken-met-de-motorzaag-0.

In het kader van art. 14 van het natuurbehoud wordt gevraagd om het verdwenen groen te compenseren door aanplant van minimum 4 bomen. De zorgplicht bepaalt dat iedereen die iets wijzigt zodat er een effect is op de natuur alle maatregelen moet nemen om schade te voorkomen, te beperken, of indien dat niet mogelijk is te herstellen. De zorgplicht is een instrument dat het stand-still beginsel ondersteunt. Door iedereen zorg te laten dragen voor de natuur, mag de totale natuurwaarde er niet op achteruit gaan. De inplanting en de boomkeuze zijn terug te vinden in bijlage. De aanplant van de bomen dient te gebeuren conform de voorschriften zoals beschreven in het ‘Technisch Vademecum Bomen’ (Harmonisch Park en Groenbeheer). Deze bomen dienen te beschikken over een doorwortelbaar volume van min. 64 m², om te komen tot hun uiteindelijke hoogte en breedte. De aanplant dient gerealiseerd tijdens het eerstvolgende plantseizoen (dat loopt van 1/11 tot 1/03), volgend op de uitvoering van de werken die het onderwerp uitmaken van de aanvraag. Indien de aanplanting niet aanslaat dient deze vervangen tijdens het eerstvolgende groeiseizoen. De verplichting tot compensatie komt niet te vervallen bij niet aanslaan.

De plaatsing van een hemelwaterput is verplicht overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering dd. 05/07/2013 inzake hemelwaterputten. Die hemelwaterput dient aan volgende eisen te voldoen:

  • met een inhoud van min. 10.000 liter die met een pomp wordt uitgerust;
  • de volledige dakoppervlakte dient in één of meerdere hemelwaterputten af te wateren;
  • de overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratiebed, een gracht, een oppervlaktewater of de regenwederafvoer van de openbare riolering. Indien deze voorzieningen niet voorhanden zijn dan wordt de overloop aangesloten op de openbare riolering;
  • de hemelwaterput dient geplaatst te zijn alvorens het gebouw in gebruik wordt genomen;
  • de hemelwaterput dient bij plaatsing in de bouwvrije voortuinstrook, voorzien op minimum 8 meter uit de wegas en met een minimu van 2 meter uit de rooilijn;
  • de hemelwaterput dient te voldoen aan de code van de goede praktijk voor hemelwaterputten en infiltratievoorzieningen, die toegevoegd wordt in bijlage, terwijl de plaatsing dient te gebeuren voor het gebouw in gebruik genomen wordt;
  • het hemelwater dient herbruikt te worden door de aftappunten voorzien op het bouwplan.

    Het gebouw moet voldoen aan de EPB-eisen.

    De afvoerbuizen voor het regenwater (grijs) en het huishoudelijk afvalwater (oranje) dienen een diameter te hebben van max. 200 mm.

    Het is verplicht vóór de eerste ingebruikname en bij belangrijke wijzigingen van de privéwaterafvoer deze te laten keuren door een erkende deskundige. Hierbij wordt nagegaan of de scheiding van hemelwater en afvalwater wordt nageleefd. Zonder keuringsattest van de erkende deskundige mag de privéwaterafvoer niet worden aangesloten op het openbaar rioleringsnet.

    Het huishoudelijk afvalwater dient te worden geloosd in de reeds aanwezige huisaansluiting op het bestaande rioleringsnet.

    Indien er geen huisaansluitputjes aanwezig zijn, dienen deze te worden geplaatst door de bouwheer.

    De eventuele plaatsing van een mazouttank dient te beantwoorden aan de installatievoorwaarden, opgelegd in de Vlaremwetgeving zoals beschreven in bijlage bij de bouwvergunning;

    De droogzuiging dient aangesloten te worden op de RWA-aansluiting van het toekomstig gebouw; tevens zijn de Vlarem-voorwaarden (artikel 5.53.6.1. Vlarem II) van toepassing.

    De afval- en regenwaters dienen via een gescheiden stelstel te worden afgevoerd.

    Er mogen geen werken uitgevoerd worden op het openbaar domein zonder voorafgaandelijke toelating en onder de vooropgestelde voorwaarden van het stadsbestuur.

    De kosten voor het uitvoeren van aanpassingswerken aan het openbaar domein of het verplaatsen van nutsvoorzieningen zijn ten laste van de bouwheer.

    De vloerpas ligt op maximum 20 cm en kan verhoogd worden door het aantal meter tussen de voorgevel en de rooilijn te vermenigvuldigen met 2 cm, en dit tot een maximum van 40 cm.

    Het peil van de woning ligt hiermee maximum 36 cm boven de as van de weg.

    Het buffervolume van de infiltratievoorziening dient minimum 22.235,75 liter te bedragen.
    De oppervlakte van de infiltratievoorziening dient minimum 35,58 m² te bedragen.

     

    Verval van de omgevingsvergunning – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

     

    Artikel 99. § 1. De omgevingsvergunning vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

    1° als de verwezenlijking van de vergunde stedenbouwkundige handelingen niet wordt gestart binnen de twee jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning;

    2° als het uitvoeren van de vergunde stedenbouwkundige handelingen meer dan drie opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

    3° als de vergunde gebouwen niet winddicht zijn binnen drie jaar na de aanvang van de vergunde stedenbouwkundige handelingen;

    4° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting niet binnen vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning aanvangt.

     

    Als de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, worden de termijnen van twee of drie jaar, vermeld in het eerste lid, gerekend per fase. Voor de tweede fase en de volgende fasen worden de termijnen van verval bijgevolg gerekend vanaf de aanvangsdatum van de fase in kwestie.

     

    § 2. De omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit vervalt van rechtswege in elk van de volgende gevallen:

    1° als de exploitatie van de vergunde activiteit of inrichting meer dan vijf opeenvolgende jaren wordt onderbroken;

    2° als de ingedeelde inrichting vernield is wegens brand of ontploffing veroorzaakt ten gevolge van de exploitatie;

    3° als de exploitatie op vrijwillige basis volledig en definitief wordt stopgezet overeenkomstig de voorwaarden en de regels, vermeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inkennisstelling van de stopzetting.

     

    § 3. Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1, betrekking hebben op een gedeelte van het bouwproject, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een bouwproject. Een gedeelte is eerst afgewerkt als het, in voorkomend geval na de sloping van de niet-afgewerkte gedeelten, kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

     

    Als de gevallen, vermeld in paragraaf 1 of 2, alleen betrekking hebben op een gedeelte van de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit, vervalt de omgevingsvergunning alleen voor dat gedeelte.

     

    Artikel 100. De omgevingsvergunning blijft onverkort geldig als de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 naar klasse 2 overgaat of omgekeerd.

     

    In geval de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van een project door een wijziging van de indelingslijst van klasse 1 of 2 naar klasse 3 overgaat, geldt de vergunning als aktename en blijven de bijzondere voorwaarden gelden.

     

    Artikel 101. De termijnen van twee, drie of vijf jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van de omgevingsvergunning aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, overeenkomstig hoofdstuk 9 behoudens indien de vergunde handelingen in strijd zijn met een vóór de definitieve uitspraak van de Raad van kracht geworden ruimtelijk uitvoeringsplan. In dat laatste geval blijft het eventuele recht op planschadevergoeding desalniettemin behouden.



     

    De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de archeologische opgraving, omschreven in de bekrachtigde archeologienota overeenkomstig artikel 5.4.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en in de bekrachtigde nota overeenkomstig artikel 5.4.16 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, met een maximumtermijn van een jaar vanaf de aanvangsdatum van de archeologische opgraving.



     

    De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst tijdens het uitvoeren van de bodemsaneringswerken van een bodemsaneringsproject waarvoor de OVAM overeenkomstig artikel 50, § 1, van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 een conformiteitsattest heeft afgeleverd, met een maximumtermijn van drie jaar vanaf de aanvangsdatum van de bodemsaneringswerken.



     

    De termijnen van twee of drie jaar, vermeld in artikel 99, worden geschorst zolang een bekrachtigd stakingsbevel, zoals vermeld in titel VI, niet wordt ingetrokken, hetzij niet wordt opgeheven bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing. De schorsing eindigt van rechtswege wanneer geen opheffing van het stakingsbevel wordt gevorderd of geen intrekking wordt gedaan binnen een termijn van twee jaar vanaf de bekrachtiging van het stakingsbevel.

     

    Beroepsmogelijkheden – uittreksel uit het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

     

     

    Artikel 52. De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie in eerste administratieve aanleg.

     

    De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen in eerste administratieve aanleg.

     

    Artikel 53. Het beroep kan worden ingesteld door:


    1° de vergunningsaanvrager, de vergunninghouder of de exploitant;

    2° het betrokken publiek;

    3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde als de adviesinstantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;


    4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;


    5° de leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;


    6° de leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde.

     

    Artikel 54. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid ingesteld binnen een termijn van dertig dagen die ingaat:


    1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;


    2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt;


    3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen.

     

    Artikel 55. Het beroep schorst de uitvoering van de bestreden beslissing tot de dag na de datum van de betekening van de beslissing in laatste administratieve aanleg.

     

    In afwijking van het eerste lid werkt het beroep niet schorsend ten aanzien van:

    1° de vergunning voor de verdere exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit waarvoor ten minste twaalf maanden voor de einddatum van de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag is ingediend;

    2° de vergunning voor de exploitatie na een proefperiode als vermeld in artikel 69;

    3° de vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die vergunningsplichtig is geworden door aanvulling of wijziging van de indelingslijst.

     

    Artikel 56. Het beroep wordt op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending ingesteld bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52.

     

    Degene die het beroep instelt, bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en per beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan:

    1° de vergunningsaanvrager behalve als hij zelf het beroep instelt;

    2° de deputatie als die in eerste administratieve aanleg de beslissing heeft genomen;

    3° het college van burgemeester en schepenen behalve als het zelf het beroep instelt.

     

    De Vlaamse Regering bepaalt de bewijsstukken die bij het beroep moeten worden gevoegd opdat het op ontvankelijke wijze wordt ingesteld.

     

    Artikel 57. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 52, of de door haar gemachtigde ambtenaar onderzoekt het beroep op zijn ontvankelijkheid en volledigheid.

     

    Als niet alle stukken als vermeld in artikel 56, derde lid, bij het beroep zijn gevoegd, kan de bevoegde overheid of de door haar gemachtigde ambtenaar de beroepsindiener per beveiligde zending vragen om binnen een termijn van veertien dagen die ingaat de dag na de verzending van het vervolledigingsverzoek, de ontbrekende gegevens of documenten aan het beroep toe te voegen.

     

    Als de beroepsindiener nalaat de ontbrekende gegevens of documenten binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, aan het beroep toe te voegen, wordt het beroep als onvolledig beschouwd.

     

    Beroepsmogelijkheden – regeling van het besluit van de Vlaamse Regering decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

     

    Het beroepschrift bevat op straffe van onontvankelijkheid:

    1° de naam, de hoedanigheid en het adres van de beroepsindiener;

    2° de identificatie van de bestreden beslissing en van het onroerend goed, de inrichting of exploitatie die het voorwerp uitmaakt van die beslissing;

    3° als het beroep wordt ingesteld door een lid van het betrokken publiek:

  1. een omschrijving van de gevolgen die hij ingevolge de bestreden beslissing ondervindt of waarschijnlijk ondervindt;

  2. b) het belang dat hij heeft bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden;

4° de redenen waarom het beroep wordt ingesteld.

 

Het beroepsdossier bevat de volgende bewijsstukken:

1° in voorkomend geval, een bewijs van betaling van de dossiertaks;

2° de overtuigingsstukken die de beroepsindiener nodig acht;

3° in voorkomend geval, een inventaris van de overtuigingsstukken, vermeld in punt 2°.

 

Als de bewijsstukken, vermeld in het tweede lid, ontbreken, kan hieraan verholpen worden overeenkomstig artikel 57, tweede lid, van het decreet van 25 april 2014.

 

Het beroepsdossier wordt ingediend met een analoge of een digitale zending.

 

Het bevoegde bestuur kan bij de beroepsindiener, de vergunningsaanvrager of de overheid die in eerste administratieve aanleg bevoegd is, alle beschikbare informatie en documenten opvragen die nuttig zijn voor het dossier.

 

De beroepsindiener geeft, op straffe van verval, uitdrukkelijk in zijn beroepschrift aan of hij gehoord wil worden.

 

Als de vergunningsaanvrager gehoord wil worden, brengt hij het bevoegde bestuur daarvan uitdrukkelijk op de hoogte met een beveiligde zending uiterlijk vijftien dagen nadat hij een afschrift van het beroepschrift als vermeld in artikel 56 van het decreet van 25 april 2014, heeft ontvangen, op voorwaarde dat hij niet de beroepsindiener is.

 

Mededeling

 

Deze gegevens kunnen worden opgeslagen in een of meer bestanden. Die bestanden kunnen zich bevinden bij de gemeente, waar u de aanvraag hebt ingediend, bij de provincie, en ook bij de Vlaamse administratie, bevoegd voor de omgevingsvergunning. Ze worden gebruikt voor de behandeling van uw dossier. Ze kunnen ook gebruikt worden voor het opmaken van statistieken en voor wetenschappelijke doeleinden. U hebt het recht om uw gegevens in deze bestanden in te kijken en zo nodig de verbetering ervan aan te vragen.