Uiterste beslissingsdatum voor dit dossier: 03/12/2018
VERSLAG VAN DE OMGEVINGSAMBTENAAR
1. Stedenbouwkundige basisgegevens
Ligging volgens de plannen van aanleg, uitvoeringsplannen, verkavelingen.
Koninklijk besluit van 28 juli 1978 - Gewestplan Herentals-Mol goedgekeurd op 28/07/1978
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg
Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
De aanvraag is gesitueerd in een ruimtelijk uitvoeringsplan. De aanvraag dient getoetst te worden aan de bepalingen van het ruimtelijke uitvoeringsplan.
Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en met de stedenbouwkundige voorschriften.
Afwijkings- en uitzonderingsbepalingen
Niet van toepassing.
Verordeningen
2. Historiek
3. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag
De aanvraag betreft het exploiteren van een garage en showroom en het bouwen van een transfocabine
Type handelingen: stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van een ingedeelde inrichting
De aanvraag betreft een hoogspanningscabine en de exploitatie van de nodige ingedeelde inrichtingen en activiteiten voor een nieuwe garage met toonzaal en werkplaats voor Van Houdt Kempen nv te Molseweg 164 in Geel. Deze nieuw te bouwen garage moet de huidige exploitatie aan de Molseweg 1 te Geel gaan vervangen. De bouwvergunning voor deze garage met toonzaal en werkplaats werd reeds vergund in beroep op 19 april 2018.
Stedenbouwkundige handelingen
De aanvraag betreft het oprichten van een hoogspanningscabine.
De hoogspanningscabine wordt ingeplant op 25,5 meter uit de as van de weg en op 3 meter van de rechterperceelsgrens.
De oppervlakte bedraagt 8,1 m² (3m x 2,7m) en wordt verder opgericht met een plat dak.
Ingedeelde inrichting of activiteit
De aanvraag betreft een nieuwe inrichting met name een garage met toonzaal en werkplaats voorzien van hefbruggen, compressor, opslag van diesel en een verdeelslang voor diesel, opslag van gevaarlijke producten en een wasplaats voor voertuigen.
De aangevraagde rubriekenlijst is als volgt (voor omschrijving van de rubrieken wordt verwezen naar bijlage 1 van Vlarem II):
4. Openbaar onderzoek
Overeenkomstig de criteria van artikels 11 t.e.m. 14 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning is de gewone procedure van toepassing en moet de aanvraag openbaar gemaakt worden.
Het openbaar onderzoek werd gehouden van 06/09/2018 t.e.m. 06/10/2018. Er werden 0 bezwaren ingediend.
5. Adviezen
Op 30/08/2018 werd advies gevraagd aan agentschap wegen en verkeer - awv - district geel.
6. Inhoudelijke beoordeling van het dossier door het college van burgemeester en schepenen
Planologische toets
Woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet.
Wegenis
Het perceel is gelegen langsheen een gewestweg.
Art. 4.3.5.§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie « wonen », « verblijfsrecreatie », dagrecreatie, met inbegrip van sport, detailhandel, dancing, restaurant en café, kantoorfunctie, dienstverlening, vrije beroepen, industrie, bedrijvigheid, « gemeenschapsvoorzieningen » of « openbare nutsvoorzieningen », kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
§ 3. In het geval de opdrachtgever instaat voor zowel het bouwen van de gebouwen als de verwezenlijking van de voor het project noodzakelijke wegeniswerken, of in het geval de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen of een overheid de wegenis aanbesteedt, kan de omgevingsvergunning voor de gebouwen worden afgeleverd zodra de omgevingsvergunning voor de wegeniswerken is verleend.
Het vergunningverlenende bestuursorgaan kan in dat geval een afdoende financiële waarborg voor de uitvoering van de wegeniswerken eisen.
§ 4. De voorwaarde, vermeld in § 1, is niet van toepassing :
1° in verkavelingen waar geen of beperktere lasten op het vlak van de weguitrusting zijn opgelegd;
2° voor land- of tuinbouwbedrijven en voor bedrijfswoningen van een land- of tuinbouwbedrijf;
3° op het verbouwen, herbouwen of uitbreiden van bestaande constructies.
Watertoets
Artikel 8 van het decreet van 5 juli 2013 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad van 8 oktober 2013) legt in hoofdstuk III, afdeling I, bepaalde verplichtingen op, die de watertoets genoemd wordt. Het voorliggende project heeft een beperkte oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.
Natuurtoets
De exploitatie ligt op ca. 130 m van het VEN-gebied ‘De Molse Nete’ en op ca. 150 m van het habitatrichtlijngebied ‘Bovenloop van de Grote Nete met Zammelsbroek, Langdonken en Goor’. De exploitatie is niet gelegen nabij vogelrichtlijngebied.
Aangezien het project geen luchtemissies heeft naar de omgeving omwille van:
worden geen aanzienlijke effecten verwacht van de exploitatie van de garage met showroom en carwash op de nabijgelegen SBZ's. Het afvalwater wordt afgevoerd via de gracht gelegen langs de Molseweg en bijgevolg zal ook zodanig geen aantasting van de SBZ's te verwachten zijn. Het resultaat van de uitgevoerde voortoets kleurt daarnaast ook groen.
Er kan bijgevolg aangenomen worden dat er geen vermijdbare schade zal toegebracht worden aan de SBZ's door deze exploitatie.
Mobiliteit
De garage (Molseweg 164 te Geel) komt in de plaats van de huidige, reeds bestaande garage aan de Molseweg 1 te Geel. De exploitant neemt volgende maatregelen om potentiële mobiliteitshinder te beperken:
Aangezien de garageactiviteiten reeds aanwezig zijn in de nabijheid van de huidige locatie en met de genomen maatregelen, kan gesteld worden dat de potentiële mobiliteitshinder beperkt zal blijven tot een aanvaardbaar niveau.
Milieuaspecten
Water
Huishoudelijk afvalwater
Het huishoudelijk afvalwater is afkomstig van de sanitaire installaties, refter en reinigen van de burelen en de toonzaal. Het huishoudelijk afvalwater zal via septische putten geloosd worden in de gracht langs de Molseweg. In de aanvraag wordt vermeld dat het afvalwater geloosd zal worden in de DWA, maar voorlopig is nog geen gescheiden rioleringsstelsel aanwezig aan de Molseweg waardoor de lozing gebeurt in de nabijgelegen gracht. Dit is ook van toepassing op het volgende punt over bedrijfsafvalwater. Het max. geloosde jaardebiet ligt ruim onder 600 m³/jaar waardoor de lozing van huishoudelijk afvalwater niet meldings- of vergunningsplichtig is. Het huishoudelijk afvalwater wordt voorbehandeld in 2 septische putten.
Bedrijfsafvalwater
Er ontstaat bedrijfsafvalwater ten gevolge van de carwash-activiteiten. De exploitant vraagt om akte te nemen van het lozen van bedrijfsafvalwater, afkomstig van de carwash (roll-over systeem) met een max. debiet van 1,5 m³/uur.
Uit de bijgevoegde plannen (inplantingsplan en plan 2) kan afgeleid worden dat het bedrijfsafvalwater via een bezinkput en KWS-afscheider afvloeit naar de gracht langs de Molseweg. Er is een meetput aanwezig na de KWS-afscheider. De bezinkput, de KWS-afscheider, de meetput, de afvoerkanalen en het lozingspunt werden ingetekend op het inplantingsplan. Uit het inplantingsplan kan ook afgeleid worden dat het bedrijfsafvalwater, na passage via bezinkput, KWS-afscheider en meetput samenvloeit met het huishoudelijk afvalwater (dat op het punt van samenvloeiing reeds twee septische putten passeerde). Aangezien deze deelstromen apart kunnen gecontroleerd worden, moet het mengsel van bedrijfsafvalwater en huishoudelijk afvalwater niet integraal beschouwd te worden als bedrijfsafvalwater, conform artikel 4.2.1.2 van Vlarem II.
De inrichting is gelegen in collectief te optimaliseren buitengebied: er is riolering gepland of er is riolering aanwezig maar die is nog niet aangesloten op een waterzuivering. De exploitant dient er op gewezen te worden dat, conform artikel 5.15.0.10 van Vlarem II, de bezink- en koolwaterstofverwijderingsinstallatie bijkomend dient uitgerust te zijn met en coalescentiefilter indien geloosd wordt in oppervlaktewater.
De exploitant wordt erop gewezen dat, conform de bepalingen in artikel 5.15.0.10 van Vlarem II, de koolwaterstofafscheider zo dikwijls dient geledigd en gereinigd te worden als nodig is om de goede werking ervan te waarborgen. De afvalstoffen die daarbij vrijkomen, moeten worden opgehaald door een daartoe geregistreerde IHM. De exploitant dient om de drie maanden de afscheider te inspecteren en van die inspecties een logboek bij te houden.
Uit plan 3 (begane grond) bij de aanvraag kan afgeleid worden dat de tankplaats zich buiten het gebouw bevindt. In bijlage C6 bij de aanvraag is opgenomen dat er onder een luifel getankt wordt. Conform bijlage E2 bij de aanvraag gebeurt het tanken volledig overdekt op een vloeistofdichte vloer.
De exploitant moet, conform de bepalingen in artikel 5.6.2.1.2 van Vlarem II, de nodige maatregelen treffen om het morsen van vloeibare brandstoffen, verontreiniging van de bodem, het grond- en oppervlaktewater te voorkomen. In geval van een incident dient de exploitant onmiddellijk doeltreffende maatregelen te nemen om de verspreiding van vloeibare brandstoffen te voorkomen. Als bijzondere voorwaarde wordt daarom opgenomen dat de exploitant de nodige absorptiemiddelen ter beschikking moet houden om eventuele spills onmiddellijk op te ruimen.
Tenslotte dient het eventuele reinigingswater dat ontstaat bij natte reiniging van de garagewerkplaats als bedrijfsafvalwater beschouwd te worden. Als de garagewerkplaats nat gereinigd wordt en dit reinigingswater geloosd wordt, moet de exploitant zich hiermee in regel stellen (eventuele aanpassing van max. lozingsdebiet indien nodig) en de bijhorende algemene en sectorale voorwaarden naleven.
Waterbesparingsmaatregelen
Het hemelwater wordt opgevangen in drie gekoppelde hemelwaterputten van elk 10.000 liter. Het opgevangen hemelwater wordt gebruikt als waswater in de carwash.
Afval
De exploitant wordt erop gewezen dat hij de bepalingen van het Materialendecreet, het Vlarema en Vlarem strikt dient na te leven.
Lucht
De carrosseriewerkzaamheden worden extern uitgevoerd. Er is geen spuitcabine aanwezig op de plaats van exploitatie (geen emissie van VOS). De verwarming zal gebeuren met een warmtepomp gekoppeld aan een BEO-veld. Er treden bijgevolg geen luchtemissies ten gevolge van stookinstallaties op.
Geluid
De exploitant wordt erop gewezen dat, conform de bepalingen in artikel 5.15.0.6 van Vlarem II, met betrekking tot garagewerkplaatsen, rustverstorende activiteiten verboden zijn tussen 19 en 7 uur en op zon- en feestdagen.
Brandbare vloeistoffen
Er wordt een opslag van 9.956 liter brandbare vloeistoffen aangevraagd. Motorolie wordt opgeslagen in drie bovengrondse, dubbelwandige houders (2x 1.488 liter en 1x 2.400 liter). Afvalolie wordt opgeslagen in een bovengrondse, dubbelwandige houder van 4.000 liter. Verder is er een opslag van diverse oliën in 2 vaten van elk 200 liter en een opslag van 180 liter afvalolie in vaten, waarbij de vaten telkens op lekbakken geplaatst worden.
De exploitant neemt in bijlage E2 van de aanvraag op dat alle vaste houders dubbelwandig uitgevoerd zijn en periodiek zullen gekeurd worden door een erkende milieudeskundige in de houders voor gevaarlijke stoffen.
De exploitant wordt erop gewezen dat hij de bepalingen m.b.t. de scheidingsafstanden, zoals opgenomen in artikel 5.6.1.1.4 en bijlage 5.6.1 van Vlarem II strikt dient na te leven.
Gevaarlijke producten
Gevaarlijke vaste stoffen en vloeistoffen in vaste houders
De exploitant vraagt om akte te nemen van de opslag van diesel in een bovengrondse, dubbelwandige houder van 3.300 liter (2,75 ton). De exploitant neemt in bijlage E2 van de aanvraag op dat alle vaste houders dubbelwandig uitgevoerd zijn en periodiek zullen gekeurd worden door een erkende milieudeskundige in de houders voor gevaarlijke stoffen. Als bijzondere voorwaarde wordt opgenomen dat de exploitant, binnen de 6 maanden na definitieve vergunningverlening, het laatste conforme keuringsattest of het verslag dat opgemaakt werd door een erkend deskundige na de installatie, maar voor de ingebruikname van de houder, overmaakt aan de vergunningverlenende overheid.
Uit de aanvraag en het bijhorend kaartmateriaal lijkt te kunnen afgeleid worden dat, m.b.t. de vaste houder voor diesel, de scheidingsafstanden gerespecteerd worden.
Gevaarlijke vaste stoffen en vloeistoffen in verplaatsbare houders
De exploitant vraagt om akte te nemen van de opslag van 260 kg ontvlambare vloeistoffen van cat. 2; 1,05 ton schadelijke producten en 0,55 ton op lange termijn gezondheidsgevaarlijke producten. Deze producten worden in vaten opgeslagen die op lekbakken geplaatst worden.
De exploitant wordt erop gewezen dat hij de bepalingen m.b.t. de scheidingsafstanden, zoals opgenomen in artikels 5.17.4.1.5 en 5.17.4.1.6 en bijlage 5.17.1 van Vlarem II strikt dient na te leven. Op basis van het kaartmateriaal dat bij de aanvraag gevoegd werd, lijkt te kunnen worden afgeleid dat voldaan is aan de onderlinge scheidingsafstanden voor de opslag van gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen.
Gevaarlijke vaste stoffen en vloeistoffen in kleine verpakkingen
De exploitant vraagt om akte te nemen van de opslag van 100 kg diverse producten in kleine verpakkingen. In bijlage C7 van de aanvraag wordt vermeld dat deze producten op lekbakken opgeslagen worden.
Brandstofverdeelinstallatie
Er wordt één verdeelslang op de dieseltank aangevraagd. In bijlagen E2 en E3 van de aanvraag is opgenomen dat er getankt wordt op een vloeistofdichte betonvloer en onder een grote luifel. De exploitant wordt erop gewezen dat hij, conform de bepalingen in artikel 5.6.2.1.2 van Vlarem II, de nodige maatregelen moet treffen om het morsen van vloeibare brandstoffen, verontreiniging van de bodem, het grond- en oppervlaktewater te voorkomen. In geval van een incident dient de exploitant onmiddellijk doeltreffende maatregelen te nemen om de verspreiding van vloeibare brandstoffen te voorkomen.
Globaal kan gesteld worden dat de risico’s voor de externen veiligheid, de hinder, de effecten op het leefmilieu, op de wateren, op de natuur op de mens buiten de inrichting veroorzaakt door de gevraagde exploitatie bij naleving van de opgelegde exploitatievoorwaarden tot een aanvaardbaar niveau kunnen beperkt worden.
Goede ruimtelijke ordening
De aanvraag is inpasbaar in de omgeving en verenigbaar met de goede plaatselijke aanleg.
Resultaten openbaar onderzoek
Het openbaar onderzoek werd gehouden door aanplakking op de gewone aanplakplaatsen, van 06/09/2018 tot 06/10/2018.
Resultaat: er werden 0 bezwaren ingediend.
Bespreking adviezen
De omgevingsambtenaar heeft kennis genomen van volgende adviezen:
Het advies van agentschap wegen en verkeer - awv - district geel afgeleverd op 06/09/2018 is volledig gunstig
Besluit
De omgevingsambtenaar geeft voorwaardelijk gunstig advies onder volgende voorwaarden.
Voorwaarden
De hoogspanningscabine dient ingeplant en opgericht zoals aangeduid op het goedgekeurde bouwplan.
Gevolg dient gegeven aan de opmerkingen opgenomen in het advies van AWV.
Bijzondere milieuvoorwaarden
Het college van burgemeester en schepenen beslist de aanvraag ingediend door Groep Van Houdt Kempen NV, Molseweg 1, 2440 Geel voor het exploiteren van een garage en showroom en het bouwen van een transformatorcabine gelegen te Molseweg 164, 2440 Geel, te vergunnen onder voorwaarden.
Voorwaarden
De hoogspanningscabine dient ingeplant en opgericht zoals aangeduid op het goedgekeurde bouwplan.
Gevolg dient gegeven aan de opmerkingen opgenomen in het advies van AWV.
Bijzondere milieuvoorwaarden