UITERSTE BESLISSINGSDATUM VOOR DIT DOSSIER: 10 november 2025
Verslag van de omgevingsambtenaar
Dossiernummer omgevingsloket: OMV_2024135103
Dossiernummer gemeente: 202500278
Inrichtingsnummer: 20200630-0079
De gemeente Geel heeft op 11 oktober 2024 een aanvraag ontvangen voor de hernieuwing, uitbreiding en verandering (actualisatie) van de milieuvergunning van het slachthuis geel nv (incl. norenca nv). De aanvraag werd op 26 juni 2025 volledig en ontvankelijk verklaard. Op 28/07/2025 werd een eerste advies verleend betreffende het MER. Het CBS werd op 23 oktober 2025 verzocht om een tweede advies te verlenen betreffende het MER omwille van enkele aanpassingen.
Gegevens van de aanvrager
COBENIFOND NV gevestigd Kalverstraat 1 te 2440 Geel en SLACHTHUIS GEEL NV gevestigd Winkelom 52 te 2440 Geel
Gegevens van de ligging
Administratieve ligging: Hondstraat 1, Kalverstraat , 1A, 1B, Winkelom 50, 52, 54, 56 en 58
Kadastrale ligging: afdeling 3 sectie K nrs. 120P, 120S, 327B, 328C2, 328B2, 328Y, 334E, 341/2 D en 342B
Verslag
1.Stedenbouwkundige basisgegevens
Ligging volgens de plannen van aanleg, uitvoeringsplannen, verkavelingen.
De aanvraag is volgens het gewestplan Herentals-Mol goedgekeurd op 28 juli 1978 gelegen in:
woongebied met landelijk karakter
De woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;
agrarisch gebied
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.
ambachtelijke bedrijven en kmo's
Ligging volgens BPA + bijhorende voorschriften :
De aanvraag is volgens het bijzonder plan van aanleg Slachthuis goedgekeurd op 6 juli 1998
Ligging volgens RUP + bijhorende voorschriften :
De aanvraag is volgens het ruimtelijk uitvoeringsplan RUP zonevreemde woningen goedgekeurd op 29 januari 2009 gelegen in overdruk zonevreemde woningen II
De aanvraag is volgens het ruimtelijk uitvoeringsplan Zonevreemde Bedrijven goedgekeurd op 14 maart 2013 gelegen in Zone voor landschappelijke buffer
De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling
Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag
De aanvraag is gesitueerd in een bijzonder plan van aanleg. De aanvraag dient getoetst te worden aan de bepalingen van het bijzonder plan van aanleg.De aanvraag is gesitueerd in een ruimtelijk uitvoeringsplan. De aanvraag dient getoetst te worden aan de bepalingen van het ruimtelijke uitvoeringsplan.
Overeenstemming met dit plan
De aanvraag is in overeenstemming met dit plan en met de stedenbouwkundige voorschriften.
Afwijkings- en uitzonderingsbepalingen
Niet van toepassing
2. Intern advies dienst openbare werken/mobiliteit d.d. 28/10/2025
In het kader van dit ontwerp-mer werd intern advies gevraagd aan de dienst openbare werken/mobiliteit. Het advies wordt opgenomen in het huidige verslag.
Mobiliteitsadvies hervergunning project-MER slachthuis Geel (PR3679)
Gelet op de huidige toestand en de geplande en in voorbereiding zijnde wijzigingen rond de mobiliteitsvoorzieningen voor de slachthuissite in Geel, wordt op basis van onderstaande elementen een omstandig advies geformuleerd. Deze argumenten zijn ingegeven door een kritische reflectie op het bestaande wegennet, de verkeersbelasting, en de inpassing in het mobiliteitskader zoals omschreven in de gemeentelijke richtlijnen.
Historiek van de hervergunningsaanvraag
De slachthuissite verzocht in het verleden meermaals om een directe ontsluiting vanaf de site naar de R14-Westelijke Ring N71 via de Hondstraat en eigen verworven private kavels aan beide zijden van de Hondstraat, met de bedoeling om een efficiënte toegangsroute te creëren voor de site. Echter, het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) gaf hierop bij herhaling een negatief advies. De motivatie van AWV was dat het verkeer op de R14-Westelijke Ring niet verstoord mocht worden en verwees naar de afsluiting van de nabijgelegen straat ‘Winkelom’ met paaltjes, wat bedoeld was om de doorstroming op de gewestelijke weg te verbeteren. De directie en bestuur van het slachthuis vroegen aan stad Geel om een overleg met AWV op te zetten wat ook gebeurde in 2018/2019. Het negatief standpunt van wegbeheerder AWV voor deze nieuwe ontsluiting over de eigen gronden van slachthuis gelegen aan de Ring naast Hondstraat naar N71 bleef overeind. Tot 2018 terug konden voertuigen namelijk vanaf de R14 richting Winkelom indraaien, maar deze optie werd afgesloten om de verkeersveiligheid en doorstroming te bevorderen.
Door de slachthuisorganisatie werd een bewonersvergadering in zaal De Vesten georganiseerd in periode rond 2019 met bewoners uit omliggende straten van de slachthuissite, waaronder Winkelom, Hondstraat en Seppendijk. Tijdens dit overleg brachten omwonenden hun zorgen naar voren over de mogelijke overbelasting van hun woonstraten door vrachtverkeer, en benadrukten ze de noodzaak van een alternatieve ontsluiting die de leefbaarheid en veiligheid in de buurt zou beschermen. In samenspraak met de slachthuissite kwam een voorstel om een directe verbinding naar de N126 te realiseren door private percelen langsheen Winkelom en de N126 te gebruiken voor een nieuwe toegang tot de slachthuissite over gronden die ook eigendom zijn van de slachthuisorganisatie.
De slachthuisorganisatie diende recent verkavelingsaanvragen in met betrekking tot de vrijliggende percelen langs Winkelom. Dit betekent dat de percelen, die als potentiële ontsluitingsmogelijkheid naar de site kunnen dienen, nu bestemd worden voor woningbouw in plaats van als doorgangsroute. De stad is hier absoluut geen voorstander van.
De gemeentelijke straat Winkelom, de voornaamste toegangsweg, heeft momenteel geen fietspaden of voetpaden en kent een snelheidslimiet van 70 km/u. Deze situatie maakt het bijzonder onveilig voor gemengd verkeer, vooral gezien het hoge aandeel vrachtwagens (23% van het verkeer op gemeenteweg Winkelom), dat aanzienlijk hoger ligt dan het gemiddelde op de gewestweg N126 (15%).
De stad Geel voerde in 2019 en 2020 verkeerstellingen uit. De resultaten toonden aan dat:
Deze bevindingen benadrukken de noodzaak om de snelheid op Winkelom te verlagen en de toegangsinfrastructuur voor de slachthuissite te verbeteren.
De slachthuissite voorziet een aanzienlijke uitbreiding, met een stijging van het aantal werknemers van 320 naar 399 op lange termijn. Dit zal het aantal dagelijkse autobewegingen verhogen naar 538, met een bijhorende toename in vrachtverkeer naar een verwachte 140-180 vrachten per werkdag. Deze uitbreiding zou het verkeer op gemeenteweg Winkelom nog verder belasten, met naar verwachting een stijging van 27% op deze route, terwijl de impact op de N126 relatief beperkt blijft.
Ter informatie worden volgende CROW-handleidingen toegevoegd om het aantal parkeerplaatsen te staven: per 100 m² brutovloeroppervlakte bedraagt de autoparkeernorm hier in weinig stedelijk gebied in buitengebied: minimaal 2,1 tot maximaal 2,6 parkeerplaatsen. Het aandeel bezoekers bedraagt hier ongeveer 5%. Dit cijfer is exclusief vrachtwagenparkeren gerekend. Voor het aantal fietsparkeerplaatsen ligt de norm op volgende vork: minimaal 0,6 tot maximaal 0,8 fietsparkeerplaatsen per 100 m² brutovloeroppervlakte.
Het fietsgebruik onder werknemers is toegenomen tot 22%, maar de huidige voorzieningen zijn niet toereikend. De bestaande fietsenstallingen bieden niet voldoende capaciteit, en in de vergunningsaanvraag worden geen nieuwe inpandige, veilige stallingen voorzien in overeenstemming met de richtlijnen vanuit de bouwcode. Bovendien ontbreekt infrastructuur om veilig fietsen langs Winkelom mogelijk te maken.
Verkeersdoorstroming en veilige ontsluiting
De slachthuissite bevindt zich in een gebied dat momenteel ontoereikend is ontsloten voor zwaar vrachtverkeer langsheen Winkelom, Seppendijk en/of Hondstraat. De bestaande ontsluitingen via de N126 hebben al een hoge verkeersintensiteit, gezien de tellingen die hebben plaatsgevonden tussen 23 en 30 april 2019 op de toegangsweg en tussen 14 en 21 februari 2020 op de N126 nabij de R14. De ontsluiting via het smalle straatje Winkelom, zonder aparte fietspaden en voetpaden, en met een maximumsnelheid van 70 km/u, is niet geschikt voor een intensieve vrachtstroom, zoals de 100 vrachtbewegingen per werkdag die momenteel plaatsvinden. Hieruit volgt:
Inbreuk op de functionele structuur en woonfunctie
De slachthuissite leunt sterk op de lokale weg Winkelom, die als “lokale weg III” geclassificeerd is, wat betekent dat deze enkel geschikt is voor beperkte erf- en woonontsluiting.
De hoge vrachtwagenintensiteit van 23% op Winkelom (tegenover 15% op de gewestweg N126) veroorzaakt hinder voor de omwonenden, in strijd met het statuut van deze weg.
Hoewel er bij voorgaande dossiers en tussentijds bezwaren werden geuit tegen de intensieve vrachtontsluiting via Winkelom, is er geen alternatief ontsluitingsplan ingediend.
Gezien bovenstaande bevindingen en de bewonersvergadering georganiseerd door het slachthuis ca. 5 jaar geleden en heeft de stad initiatief genomen om bijkomende ontsluiting van de site verder te onderzoeken. Deze voorbereiding werd opgestart, eerste voorbereidende schetsen over een nieuwe bedding voor een ontsluitingsweg van het slachthuis zijn getekend en zouden met de directie van het slachthuis besproken worden in de loop van het laatste kwartaal van 2024.
Intussen heeft de slachthuissite verkavelingsaanvragen ingediend voor de percelen langsheen Winkelom die als potentiële alternatieve ontsluiting kunnen dienen en in eigendom zijn van het slachthuis. Op deze wijze wordt een grote hypotheek gelegd op de oplossingen voor de mobiliteit en voor de bijkomende trafiekstijging die te verwachten is.
Fietsinfrastructuur en beperking van fietsgebruik
Volgens het vademecum fietsvoorzieningen moet het gebruik van de fiets maximaal gestimuleerd worden. In het huidige en toekomstige scenario komt deze eis niet tot zijn recht:
Onevenwichtige parkeerbalans en autogebruik
Hoewel de site voldoet aan de parkeerbehoefte voor het huidige aantal personeelsleden, zal een stijging van het aantal werknemers (naar 399 op lange termijn) een verhoogde vraag naar parkeerruimte genereren. Er wordt voorgesteld om het aantal parkeerplaatsen te reduceren door de aanleg van een tweede toegang aan de Hondstraat, wat de parkeerdruk in de buurt kan verhogen, aangezien bij het verminderen van parkeerplaatsen door het creëren van een tweede toegang langs de Hondstraat het aantal parkeerplaatsen is afgetoetst bij het huidig aantal werknemers, met name 215 parkeerplaatsen, en niet bij de toekomstige evolutie in aantal werknemers die erbij zullen komen:
Onvoldoende multimodale ondersteuning
Het mobiliteitsplan voorziet geen robuuste alternatieven voor de auto. De nabijheid van de bushalte op de N126, die sinds januari 2024 slechts door één buslijn wordt bediend, doet afbreuk aan het OV-bereik. Dit beperkt de keuzevrijheid voor werknemers en bezoekers van de site, wat in tegenspraak is met het multimodale streefbeeld. Dienst mobiliteit stimuleert multimodale bereikbaarheid door OV, deelmobiliteit, en fietsinfrastructuur, aangevuld met elektrificatie-maatregelen, zoals het creëren van laadpunten voor elektrische fietsen en wagens, maar deze zijn momenteel onvoldoende vertegenwoordigd in het project.
Ontbrekende aspecten binnen de mobiliteitsdiscipline van het project-MER
In de project-MER ontbreken enkele cruciale elementen die essentieel zijn voor een duurzame mobiliteitsoplossing:
Stad Geel werkt momenteel aan een ontwerp voor een nieuwe ontsluitingsweg voor de site. De stad neemt deze ontsluitingsweg mee op met een rioleringsproject (GEL3044) en bovengemeentelijk project 23.212 "verplaatsing overstort slachthuis". De nieuwe wegenis komt er na verschillende pogingen om het verkeer van het slachthuis op een andere manier te ontsluiten en de omliggende wijken niet te belasten. De nieuwe wegenis zou worden aangelegd als permanente afwikkeling voor het verkeer komende van het slachthuis. Zodoende kunnen de zijstraten ingericht worden met een traag karakter. Deze zijstraten worden bovendien geknipt, het gebied wordt via de nieuwe ontsluitingsweg ontsloten (1 kruispunt op de gewestweg). De maximum toegelaten snelheid op de nieuwe ontsluitingsweg zal 50 km/u zijn volgens het huidige ontwerp en hierop zijn geen fietsers of voetgangers toegelaten.
Het voornoemde rioleringsproject wordt aanbesteed in 2025. De kredieten voor het stedelijke deel zijn opgenomen in het meerjarenplan van stad Geel 2024-2026. De intekening van de bestaande wegenis is quasi klaar. Het zou ideaal zijn mochten de werken aan de nieuwe ontsluitingsweg voor het slachthuis samen kunnen lopen, ook om de hinder voor de buurt in tijd te beperken..
De huidige plannen gaan uit van een aanzienlijke groei van zowel werknemers als vrachtvervoer. Om de volledige impact van deze veranderingen correct in te schatten, moet het volgende worden opgenomen in de MER-analyse:
Volgens de bouwcode is een voldoende en veilig fietsbeleid verplicht voor alle nieuwe ontwikkelingen. Het project mist echter de gewenste ondersteuning voor een fietsgerichte mobiliteitsoplossing. Essentiële aanbevelingen zijn:
De verwachte toename van werknemers en bezoekers plaatst extra druk op de parkeercapaciteit van de slachthuissite en het openbaar domein. Voor een beter beheer van de parkeerbehoefte wordt aanbevolen:
De interacties tussen het vrachtverkeer van de slachthuissite en de verkeersstromen op de N126 en Winkelom vereisen maatregelen voor een veiligere verkeersafwikkeling. Aanvullende veiligheidsvoorzieningen zijn:
3. Inhoudelijke beoordeling van het dossier door de gemeentelijke omgevingsambtenaar
Aanleiding en context
Op 23 oktober 2025 heeft stad Geel van het departement omgeving, Beleidsontwikkeling en juridische ondersteuning een verzoek tot advies ontvangen betreffende de ontwerp-MER voor het project Hervergunning slachthuis Geel en Norenca te Geel.
Omwille van aanpassingen die werden aangebracht in het MER en de vergunningsaanvraag werd een tweede adviesronde georganiseerd. Enkel de aanpassingen in het MER worden verder meegenomen in deze beoordeling. In de conclusie zullen de eerdere bemerkingen, ter volledigheid, opnieuw worden meegenomen.
MER-plicht
Het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage vermeldt de categorieën van projecten voor dewelke een project-MER moet worden opgemaakt (bijlage I lijst) of waarvoor de initiatiefnemer een gemotiveerd verzoek tot ontheffing kan indienen (bijlage II lijst) of waarvoor de initiatiefnemer minstens de project-m.e.r.-screeningsprocedure dient te doorlopen (bijlage III-lijst).
Het project betreft een hervergunning van een installatie voor het slachten van dieren met een capaciteit van 265.980 slachtdieren of 93.093 ton levend gewicht. Het project valt onder categorie 7 f) van bijlage II van het Besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan de milieueffectrapportage.
Categorie 7 f) van bijlage II van het MER-besluit luidt:
Installaties voor het slachten van dieren met een verwerkingscapaciteit van 30.000 ton levend gewicht per jaar of meer.
De initiatiefnemer kiest ervoor om geen ontheffing van de MER- plicht aan te vragen en onmiddellijk over te gaan tot de opmaak van een project-MER.
Advies MER
Algemeen
Het CBS maakte eerder de volgende bemerkingen over:
Betreffende mobiliteit:
Om hinder naar omwonende te beperken wordt door de initiatiefnemer aan stad Geel gevraagd om de snelheid van Winkelom en Hondstraat te beperken tot 50 km/u. Na eventuele vergunningverlening zal stad Geel de wenselijkheid van de gevraagde maatregel bekijken.
De voorgestelde milderende maatregelen binnen het aspect mobiliteit betreffen enkel het stimuleren van duurzame(re) verplaatsingen in het woon-werkverkeer. In het MER wordt te weinig ingegaan op de aanpak van de nu reeds ernstige verkeersonveiligheid en de verkeersonleefbaarheid op Winkelom (onsluitingsroute slachthuis). In het MER wordt aangegeven dat er in de toekomst een verhoging van het aantal vrachten wordt verwacht van 100 naar 140-180 per dag en komt daarbij tot de conclusie dat 'het extra verkeer niet zal leiden tot een hogere verkeersonveiligheid of verkeersonleefbaarheid'.
In een toestand die vandaag de dag reeds onveilig en onleefbaar is, dient elke toename als belangrijk te worden beschouwd. Er kan dan ook niet worden aangesloten bij de conclusie dat het extra verkeer niet zal leiden tot een hogere verkeersonveiligheid en verkeersonleefbaarheid. De draagkracht van de omgeving lijkt hier overschreden in de huidige toestand alsook in het licht van de toekomstige uitbreiding.
Er kan wel worden aangesloten bij de conclusie van het MER dat het ontwikkelingsscenario met de nieuwe ontsluitingsweg een aanzienlijke positieve impact zal hebben op de veiligheid en de leefbaarheid langs de huidige ontsluitingsweg. Desondanks omvat het dossier geen voldoende concrete maatregelen die de implementatie van deze maatregel, op korte termijn, garanderen.
Betreffende lucht
Het is aangewezen om in het project-MER bij elke stookinstallatie aan te geven welke brandstof gebruikt wordt en dat er, indien van toepassing, ook de emissies van SO2 gemeten worden (indien stookoliegestookt).
Betreffende geluid
Er worden in het project-MER verschillende maatregelen voorgesteld die een gunstig effect zullen hebben op de omgeving. De initiatiefnemer geeft zelf aan dat omwonende regelmatig klachten indienen m.b.t. geluid. De stad Geel wenst omwonenden te kunnen verzekeren van een verbetering t.o.v. de huidige situatie. Hiervoor wordt aan de vergunningverlenende overheid gevraagd om strikte deadlines vast te stellen voor het implementeren van de voorgestelde milderende maatregelen. De stad Geel is van mening dat zonder strikte deadlines niet gegarandeerd kan worden dat de nodige stappen gezet zullen worden binnen een wenselijke termijn.
Uit het project-MER blijkt dat vracht- of bestelwagens een koelgroep kunnen hebben. Het is niet duidelijk of er geladen vrachtwagens of bestelwagens, waarbij de koelgroep in werking is, zullen geparkeerd worden op de bedrijfssite. In het project-MER werden geparkeerde vracht- of bestelwagens met koelgroep in werking, niet als afzonderlijke geluidsbron opgenomen. Indien er vrachtwagens of bestelwagens, waarbij de koelgroep in werking is, zullen geparkeerd worden op de bedrijfssite, dienen deze geparkeerde vracht- of bestelwagens met koelgroep in werking, als afzonderlijke geluidsbron opgenomen worden in het project-MER.
Betreffende water
Hierbij dient bemerkt te worden dat alle hemelwater afkomstig van daken en niet vervuilde oppervlakten op heden worden geloosd in de Molse Nete en de openbare riolering. Met oog op duurzaamheid is het steeds wenselijk om laagwaardig water in te zetten indien mogelijk. Stad Geel stelt voor om het uitvoeren van een studiewerk naar haalbaarheid voor het inzetten van hemelwater op te nemen als voorwaarde bij eventuele vergunningverlening. De studie dient bij de toezichthoudende overheid voorgelegd te worden.
Volgende wijzigingen werden aangebracht in het MER:
Betreffende de waterhuishouding: update 2023-2024 werd toegevoegd aan het MER; waterverbruik wordt geraamd op 2.180 l per slachting en een afvalwaterproductie van 1.800 l per slachting; een gedetailleerd overzicht van de cijfers van 2025 wordt toegevoegd; het luik afvalwaterzuivering en lozing werd aangepast; er werden aanpassingen gedaan betreffende chloriden.
Er wordt aangegeven dat het bedrijf binnen de drie jaar na het verkrijgen van de vergunning een voortgangsrapport zal overmaken aan de vergunning verlenende overheid waarin er wordt vermeld welke onderzoeken en mogelijke oplossingen er genomen worden/zijn voor het terugdringen van ijzertrichloriden. Het is aangewezen hierbij om driemaandelijkse metingen gedurende de eerste twee jaar na hervergunning te laten uitvoeren voor de prameters totaal fosfor, kobalt en chloriden. Voor de beoordeling van het luik afvalwater/oppervlaktewater, lozingsnormen en de impact van de lozing wordt verwezen naar de adviezen van Aquafin, VMM en ANB omwille van hun deskundigheid in deze materie.
Er werd een herberekening gedaan van de impactscore rekening houdende met VLOPS25 en de aangepaste KDW’s.
Bij “Hemelwaterverbruik” wordt aangegeven dat 30% van het waterverbruik vervangen zou kunnen worden door laagwaardig water (58.000 m³/jaar)
Er wordt gesproken over een afname van het aantal slachtingen tot 265.980 stuks per jaar in de gewenste toestand en een totaal waterverbruik van 273.000 m³/jaar en een lozing van 225.225 m³/jaar.
De omgevingsambtenaar wenst het eerdere advies te behouden:
Betreffende mobiliteit:
Stad Geel zal na eventuele vergunningverlening bekijken of het wijzigen van de snelheidslimiet te Winkelom en Hondstraat gewenst is.
Om hinder naar omwonende te beperken wordt door de initiatiefnemer aan stad Geel gevraagd om de snelheid van Winkelom en Hondstraat te beperken tot 50 km/u. Na eventuele vergunningverlening zal stad Geel de wenselijkheid van de gevraagde maatregel bekijken.
De voorgestelde milderende maatregelen binnen het aspect mobiliteit betreffen enkel het stimuleren van duurzame(re) verplaatsingen in het woon-werkverkeer. In het MER wordt te weinig ingegaan op de aanpak van de nu reeds ernstige verkeersonveiligheid en de verkeersonleefbaarheid op Winkelom (onsluitingsroute slachthuis). In het MER wordt aangegeven dat er in de toekomst een verhoging van het aantal vrachten wordt verwacht van 100 naar 140-180 per dag en komt daarbij tot de conclusie dat 'het extra verkeer niet zal leiden tot een hogere verkeersonveiligheid of verkeersonleefbaarheid'.
In een toestand die vandaag de dag reeds onveilig en onleefbaar is, dient elke toename als belangrijk te worden beschouwd. Er kan dan ook niet worden aangesloten bij de conclusie dat het extra verkeer niet zal leiden tot een hogere verkeersonveiligheid en verkeersonleefbaarheid. De draagkracht van de omgeving lijkt hier overschreden in de huidige toestand alsook in het licht van de toekomstige uitbreiding.
Er kan wel worden aangesloten bij de conclusie van het MER dat het ontwikkelingsscenario met de nieuwe ontsluitingsweg een aanzienlijke positieve impact zal hebben op de veiligheid en de leefbaarheid langs de huidige ontsluitingsweg. Desondanks omvat het dossier geen voldoende concrete maatregelen die de implementatie van deze maatregel, op korte termijn, garanderen.
Betreffende lucht
Het is aangewezen om in het project-MER bij elke stookinstallatie aan te geven welke brandstof gebruikt wordt en dat er, indien van toepassing, ook de emissies van SO2 gemeten worden (indien stookoliegestookt).
Betreffende geluid
Er worden in het project-MER verschillende maatregelen voorgesteld die een gunstig effect zullen hebben op de omgeving. De initiatiefnemer geeft zelf aan dat omwonende regelmatig klachten indienen m.b.t. geluid. De stad Geel wenst omwonende te kunnen verzekeren van een verbetering t.o.v. de huidige situatie. Hiervoor wordt aan de vergunningverlenende overheid gevraagd om strikte deadlines vast te stellen voor het implementeren van de voorgestelde milderende maatregelen. De stad Geel is van mening dat zonder strikte deadlines niet gegarandeerd kan worden dat de nodige stappen gezet zullen worden binnen een wenselijke termijn. Uit het project-MER blijkt dat vracht- of bestelwagens een koelgroep kunnen hebben. Het is niet duidelijk of er geladen vrachtwagens of bestelwagens, waarbij de koelgroep in werking is, zullen geparkeerd worden op de bedrijfssite. In het project-MER werden geparkeerde vracht- of
bestelwagens met koelgroep in werking, niet als afzonderlijke geluidsbron opgenomen. Indien er vrachtwagens of bestelwagens, waarbij de koelgroep in werking is, zullen geparkeerd worden op de bedrijfssite, dienen deze geparkeerde vracht- of bestelwagens met koelgroep in werking, als afzonderlijke geluidsbron opgenomen worden in het project-MER.
Betreffende water
Hierbij dient bemerkt te worden dat alle hemelwater afkomstig van daken en niet vervuilde oppervlakten op heden worden geloosd in de Molse Nete en de openbare riolering. Met oog op duurzaamheid is het steeds wenselijk om laagwaardig water in te zetten indien mogelijk. Stad Geel stelt voor om het uitvoeren van een studiewerk naar haalbaarheid voor het inzetten van hemelwater op te nemen als voorwaarde bij eventuele vergunningverlening. De studie dient bij de toezichthoudende overheid voorgelegd te worden.
De omgevingsambtenaar wenst het eerdere advies aan te vullen:
met de bemerking dat reeds in het eerdere scopingsadvies betreffende het voorliggende MER benadrukt werd dat een hemelwaterplan geïmplementeerd diende te worden in het MER. Het ontbreken van gegevens betreffende infiltratie en buffering beïnvloeden een gepland rioleringsproject in de buurt. Het CBS zal dan ook, in het kader van de voorliggende omgevingsaanvraag de VVO verzoeken om een buffering van 589 m³ aan hemelwater op te leggen in de bijzondere voorwaarden.
Volgende bemerkingen worden toegevoegd uit het advies van de dienst mobiliteit:
De toegangsinfrastructuur voor de slachthuissite dient bekeken te worden en te worden verbeterd ook in functie van de geluidshinder voor de woningen Winkelom 53 en 55.
Stad Geel OD/ team mobiliteit stelt dat mobiliteitsvraagstukken door toenemend aantal werknemers en toenemend vrachtverkeer op eigen terrein moeten worden opgelost, en dat autogebruik ontmoedigd moet worden door duurzame alternatieven te faciliteren. Het project-MER biedt echter onvoldoende onderbouwing voor de parkeerbalans in relatie tot de te verwachten stijging in verkeer door een toenemend aantal werknemers op korte termijn en lange termijn zonder concrete timing.
De toename van gemotoriseerde bewegingen (naar ca. 900 per werkdag) op de site zal door een beperkte afwikkeling van het autoverkeer en de vervanging van parkeerplaatsen door een tweede toegang in de buurt zorgen voor een hogere parkeerdruk op het openbaar domein bij het verwezenlijken van de lange termijnoplossing (qua toenemend aantal werknemers die met de wagen komen).
Het mobiliteitsplan voorziet geen robuuste alternatieven voor de auto. De nabijheid van de bushalte op de N126, die sinds januari 2024 slechts door één buslijn wordt bediend, doet afbreuk aan het OV-bereik. Dit beperkt de keuzevrijheid voor werknemers en bezoekers van de site, wat in tegenspraak is met het multimodale streefbeeld. Dienst mobiliteit stimuleert multimodale bereikbaarheid door OV, deelmobiliteit, en fietsinfrastructuur, aangevuld met elektrificatie-maatregelen, zoals het creëren van laadpunten voor elektrische fietsen en wagens, maar deze zijn momenteel onvoldoende vertegenwoordigd in het project.
De project-MER ontbreekt in enkele cruciale elementen die essentieel zijn voor een duurzame mobiliteitsoplossing:
• Alternatieve ontsluitingsroute: Zorg mee voor een directe ontsluitingsroute vanaf de N126 zonder langs Winkelom te rijden over de aanwezige en beschikbare particuliere gronden, naar analogie van de eerdere piste ontsluiting over eigen gronden van het slachthuis naar N71.
• Aanpassingen voor de snelheidsregimes op Winkelom (70 km/u) zijn niet opgenomen, echter wel zacht aangehaald, terwijl een verlaging naar 50 km/u logischer en veiliger is gezien het hoge aandeel vrachtverkeer en het feit dat de weg door een woongebied loopt. Het project biedt echter geen aanpassingen aan infrastructuur die noodzakelijk zijn om de verkeersveiligheid voor alle weggebruikers te garanderen.
• Verkeersbeheersingsmaatregelen voor het vrachtverkeer ontbreken, waaronder het ontbreken van veilige circulatie bij in- en uitritten, een plan voor de spreiding van transport over de dag om congestie te vermijden, en structuren voor wachtruimte zodat vrachtwagens op geen enkel moment zullen moeten blijven wachten op openbaar domein.
• Betere alternatieven voor autogebruik en de manier om een modal shift te bewerkstelligen worden niet voorgesteld om het autogebruik te compenseren en de congestie op te vangen.
De huidige plannen gaan uit van een aanzienlijke groei van zowel werknemers als vrachtvervoer. Om de volledige impact van deze veranderingen correct in te schatten, moet het volgende worden opgenomen in de MER-analyse:
• Omdat verkeersdrukte rond de R14, de N126, en het smalle Winkelom kan oplopen, is een simulatie van wachttijden en capaciteit essentieel, met focus op veiligheidsrisico’s en doorstromingsefficiëntie. Hiermee kan ook worden nagegaan of de huidige infrastructuur toekomstbestendig is voor de geplande groei.
• De MER moet ook inzoomen op de geluidsimpact van het extra vrachtverkeer. Het zwaar vrachtverkeer door een residentiële omgeving heeft aanzienlijke geluidshinder als gevolg.
• Er dient een gedetailleerde verkeersanalyse uitgevoerd te worden die rekening houdt met de verwachte stijging van het aantal werknemers, de modale splitsing, en de potentiële effecten op nabijgelegen straten zoals Winkelom en Seppendijk. Deze simulatie zou ook variaties gedurende piekuren moeten weergeven. In de analyse dient ook ook de te realiseren ontsluitingsweg voor het slachthuis naar N 126 als scenario mee worden verwerkt. Actieve bijdragen vanuit het slachthuis aan die ontsluitingsmogelijkheid worden gevraagd.
Volgens de bouwcode is een voldoende en veilig fietsbeleid verplicht voor alle nieuwe ontwikkelingen. Het project mist echter de gewenste ondersteuning voor een fietsgerichte mobiliteitsoplossing. Essentiële aanbevelingen zijn:
• De huidige fietsenstalling is beperkt en voldoet niet aan de toekomstige behoefte (90 stallingen). Om te voldoen aan de bouwcode dient er minimaal ruimte voor 100 fietsen te zijn. De stallingen moeten inpandig en afsluitbaar zijn, met faciliteiten zoals oplaadpunten voor elektrische fietsen.
De verwachte toename van werknemers en bezoekers plaatst extra druk op de parkeercapaciteit van de slachthuissite en het openbaar domein. Voor een beter beheer van de parkeerbehoefte wordt aanbevolen:
• Hoewel de geplande vermindering in parkeerplaatsen past binnen het beleid van stedelijke ruimteoptimalisatie, kunnen minder parkeerplaatsen zonder sterke multimodale alternatieven extra parkeerdruk veroorzaken op omliggende gebieden.
• Het opladen van elektrische voertuigen moet in lijn zijn met de normen uit de bouwcode. Voldoende laadvoorzieningen zijn vereist om aan de toekomstige vraag te voldoen en kunnen verdeeld worden over verschillende zones om efficiënte toegang te garanderen.
De interacties tussen het vrachtverkeer van de slachthuissite en de verkeersstromen op de N126 en Winkelom vereisen maatregelen voor een veiligere verkeersafwikkeling. Aanvullende veiligheidsvoorzieningen zijn:
• Op Winkelom zijn duidelijk zichtbare in- en uitritten noodzakelijk om conflicten tussen vrachtverkeer en andere weggebruikers te minimaliseren. De aansluitingen moeten ontworpen worden voor een vlotte en veilige doorstroom.
• Wachtrijen van vrachtwagens op de openbare weg vormen een ernstig veiligheidsrisico, vooral wanneer deze zich op smalle toegangswegen bevinden. Alle wachtzones moeten buiten het openbaar domein worden voorzien om hinder en risico’s te minimaliseren.
De volgende bepalingen zijn van toepassing inzake de bevoegdheid:
• Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 56, § 2.
De beslissing wordt genomen op grond van:
• Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
• Besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 (en de wijzigingen van 29 april 2013) houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan
milieueffectrapportage.
• MER/VR-decreet van 18 december 2002, deels gewijzigd door het decreet van 22 april 2005 en het decreet van 27 april 2007 en in uitvoering gebracht door het besluit van 10 december
2004
• Besluit van de Vlaamse regering van 12 oktober 2007 betreffende de milieueffectenrapportage over plannen en programma’s
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het project-MER gevoegd bij de omgevingsvergunningsaanvraag van Slachthuis Geel voor het hervergunnen van Slachthuis Geel en Norenca, op de percelen gelegen te Kalverstraat 1, 2440 Geel.
Het college van burgemeester en schepenen beslist kennis te nemen van het verslag van de omgevingsambtenaar en maakt het zich eigen.
Het college van burgemeester en schepenen beslist het advies van de omgevingsambtenaar te volgen en geeft de volgende bemerkingen mee:
Uit het eerste advies van het college:
Betreffende mobiliteit:
Stad Geel zal na eventuele vergunningverlening bekijken of het wijzigen van de snelheidslimiet te Winkelom en Hondstraat gewenst is.
Om hinder naar omwonende te beperken wordt aan stad Geel gevraagd om de snelheid van Winkelom en Hondstraat te beperken tot 50 km/u. Na eventuele vergunningverlening zal stad Geel de wenselijkheid van de gevraagde maatregel bekijken.
De voorgestelde milderende maatregelen binnen het aspect mobiliteit betreffen enkel het stimuleren van duurzame(re) verplaatsingen in het woon-werkverkeer. In het MER wordt te weinig ingegaan op de aanpak van de nu reeds ernstige verkeersonveiligheid en de verkeersonleefbaarheid op Winkelom (onsluitingsroute slachthuis). In het MER wordt aangegeven dat er in de toekomst een verhoging van het aantal vrachten wordt verwacht van 100 naar 140-180 per dag en men komt daarbij tot de conclusie dat 'het extra verkeer niet zal leiden tot een hogere verkeersonveiligheid of verkeersonleefbaarheid'.
In een toestand die vandaag de dag reeds onveilig en onleefbaar is, dient elke toename als belangrijk te worden beschouwd. Er kan dan ook niet worden aangesloten bij de conclusie dat het extra verkeer niet zal leiden tot een hogere verkeersonveiligheid en verkeersonleefbaarheid. De draagkracht van de omgeving lijkt hier overschreden in de huidige toestand alsook in het licht van de toekomstige uitbreiding.
Er kan wel worden aangesloten bij de conclusie van het MER dat het ontwikkelingsscenario met de nieuwe ontsluitingsweg een aanzienlijke positieve impact zal hebben op de veiligheid en de leefbaarheid langs de huidige ontsluitingsweg. Desondanks omvat het dossier geen voldoende concrete maatregelen die de implementatie van deze maatregel, op korte termijn, garanderen.
Betreffende lucht
Het is aangewezen om in het project-MER bij elke stookinstallatie aan te geven welke brandstof gebruikt wordt en dat er, indien van toepassing, ook de emissies van SO2 gemeten worden (indien stookoliegestookt).
Betreffende geluid
Er worden in het project-MER verschillende maatregelen voorgesteld die een gunstig effect zullen hebben op de omgeving. De initiatiefnemer geeft zelf aan dat omwonende regelmatig klachten indienen m.b.t. geluid. De stad Geel wenst omwonende te kunnen verzekeren van een verbetering t.o.v. de huidige situatie. Hiervoor wordt aan de vergunningverlenende overheid gevraagd om strikte deadlines vast te stellen voor het implementeren van de voorgestelde milderende maatregelen. De stad Geel is van mening dat zonder strikte deadlines niet gegarandeerd kan worden dat de nodige stappen gezet zullen worden binnen een wenselijke termijn.
Uit het project-MER blijkt dat vracht- of bestelwagens een koelgroep kunnen hebben. Het is niet duidelijk of er geladen vrachtwagens of bestelwagens, waarbij de koelgroep in werking is, zullen geparkeerd worden op de bedrijfssite. In het project-MER werden geparkeerde vracht- of bestelwagens met koelgroep in werking, niet als afzonderlijke geluidsbron opgenomen. Indien er vrachtwagens of bestelwagens, waarbij de koelgroep in werking is, zullen geparkeerd worden op de bedrijfssite, dienen deze geparkeerde vracht- of bestelwagens met koelgroep in werking, als afzonderlijke geluidsbron opgenomen worden in het project-MER.
Betreffende water
Hierbij dient bemerkt te worden dat alle hemelwater afkomstig van daken en niet vervuilde oppervlakten op heden worden geloosd in de Molse Nete en de openbare riolering. Met oog op duurzaamheid is het steeds wenselijk om laagwaardig water in te zetten indien mogelijk. Stad Geel stelt voor om het uitvoeren van een studiewerk naar haalbaarheid voor het inzetten van hemelwater op te nemen als voorwaarde bij eventuele vergunningverlening. De studie dient bij de toezichthoudende overheid voorgelegd te worden.
Het eerdere advies wordt aangevuld als volgt:
Reeds in het eerdere scopingsadvies betreffende het voorliggende MER werd benadrukt dat een hemelwaterplan geïmplementeerd diende te worden in het MER. Het ontbreken van gegevens betreffende infiltratie en buffering beïnvloeden een gepland project van de Stad Geel. Het CBS zal dan ook, in het kader van de voorliggende omgevingsaanvraag de VVO verzoeken om een buffering van 589 m³ aan hemelwater op te leggen in de bijzondere voorwaarden.
Volgende bemerkingen worden toegevoegd uit het advies van de dienst mobiliteit:
De toegangsinfrastructuur voor de slachthuissite dient bekeken te worden en te worden verbeterd ook in functie van de geluidshinder voor de woningen Winkelom 53 en 55.
Stad Geel OD/ team mobiliteit stelt dat mobiliteitsvraagstukken door toenemend aantal werknemers en toenemend vrachtverkeer op eigen terrein moeten worden opgelost, en dat autogebruik ontmoedigd moet worden door duurzame alternatieven te faciliteren. Het project-MER biedt echter onvoldoende onderbouwing voor de parkeerbalans in relatie tot de te verwachten stijging in verkeer door een toenemend aantal werknemers op korte termijn en lange termijn zonder concrete timing.
De toename van gemotoriseerde bewegingen (naar ca. 900 per werkdag) op de site zal door een beperkte afwikkeling van het autoverkeer en de vervanging van parkeerplaatsen door een tweede toegang in de buurt zorgen voor een hogere parkeerdruk op het openbaar domein bij het verwezenlijken van de lange termijnoplossing (qua toenemend aantal werknemers die met de wagen komen).
Het mobiliteitsplan voorziet geen robuuste alternatieven voor de auto. De nabijheid van de bushalte op de N126, die sinds januari 2024 slechts door één buslijn wordt bediend, doet afbreuk aan het OV-bereik. Dit beperkt de keuzevrijheid voor werknemers en bezoekers van de site, wat in tegenspraak is met het multimodale streefbeeld. Dienst mobiliteit stimuleert multimodale bereikbaarheid door OV, deelmobiliteit, en fietsinfrastructuur, aangevuld met elektrificatie-maatregelen, zoals het creëren van laadpunten voor elektrische fietsen en wagens, maar deze zijn momenteel onvoldoende vertegenwoordigd in het project.
De project-MER schiet tekort voor wat betreft enkele cruciale elementen die essentieel zijn voor een duurzame mobiliteitsoplossing:
De huidige plannen gaan uit van een aanzienlijke groei van zowel werknemers als vrachtvervoer. Om de volledige impact van deze veranderingen correct in te schatten, moet het volgende worden opgenomen in de MER-analyse:
Volgens de bouwcode is een voldoende en veilig fietsbeleid verplicht voor alle nieuwe ontwikkelingen. Het project mist echter de gewenste ondersteuning voor een fietsgerichte mobiliteitsoplossing. Essentiële aanbevelingen zijn:
De verwachte toename van werknemers en bezoekers plaatst extra druk op de parkeercapaciteit van de slachthuissite en het openbaar domein. Voor een beter beheer van de parkeerbehoefte wordt aanbevolen:
De interacties tussen het vrachtverkeer van de slachthuissite en de verkeersstromen op de N126 en Winkelom vereisen maatregelen voor een veiligere verkeersafwikkeling. Aanvullende veiligheidsvoorzieningen zijn: