Terug
Gepubliceerd op 14/11/2025

2025_CBS_03335 - Omgevingsvergunning - de hernieuwing, uitbreiding en verandering (actualisatie) van de milieuvergunning van het slachthuis Geel nv (incl. Norenca nv) en het plaatsen van geluidschermen. langs Kalverstraat 1, 1A, 1B, Winkelom 50, 52, 54, 56 en 58 (202500278GG/IV) - Advies

College van Burgemeester en Schepenen
vr 14/11/2025 - 12:00 1.14 L&R
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Pieter Cowé; Tom Corstjens; Bart Julliams; Luc Van Laer; Vera Celis; Francois Mylle, Algemeen Directeur; Marlon Pareijn

Afwezig

Kris Vangeel

Secretaris

Francois Mylle, Algemeen Directeur

Voorzitter

Marlon Pareijn
2025_CBS_03335 - Omgevingsvergunning - de hernieuwing, uitbreiding en verandering (actualisatie) van de milieuvergunning van het slachthuis Geel nv (incl. Norenca nv) en het plaatsen van geluidschermen. langs Kalverstraat 1, 1A, 1B, Winkelom 50, 52, 54, 56 en 58 (202500278GG/IV) - Advies 2025_CBS_03335 - Omgevingsvergunning - de hernieuwing, uitbreiding en verandering (actualisatie) van de milieuvergunning van het slachthuis Geel nv (incl. Norenca nv) en het plaatsen van geluidschermen. langs Kalverstraat 1, 1A, 1B, Winkelom 50, 52, 54, 56 en 58 (202500278GG/IV) - Advies

Motivering

Aanleiding en context

UITERSTE BESLISSINGSDATUM VOOR DIT DOSSIER: 15/11/2025

 

Verslag van de omgevingsambtenaar

 

Dossiernummer omgevingsloket: OMV_2024135103

Dossiernummer gemeente: 202500278

Inrichtingsnummer: 20200630-0079

 

De gemeente Geel heeft op 11 oktober 2024 een aanvraag ontvangen voor de hernieuwing, uitbreiding en verandering (actualisatie) van de milieuvergunning van het slachthuis Geel nv (incl. Norenca nv) en het plaatsen van geluidschermen. De aanvraag werd op 26 juni 2025 volledig en ontvankelijk verklaard.

 

Gegevens van de aanvrager

COBENIFOND NV gevestigd Kalverstraat 1 te 2440 Geel en SLACHTHUIS GEEL NV gevestigd Winkelom 52 te 2440 Geel

 

Gegevens van de  ligging

Administratieve ligging: Kalverstraat 1, 1A, 1B, Winkelom 50, 52, 54, 56 en 58

Kadastrale ligging: afdeling 3 sectie K nrs. 120P, 120S, 327B, 328C2, 328B2, 328Y, 334E, 341/2 D en 342B

 

Verslag

  1. Stedenbouwkundige basisgegevens

 

Ligging volgens de plannen van aanleg, uitvoeringsplannen, verkavelingen.

De aanvraag is volgens het gewestplan Herentals-Mol goedgekeurd op 28 juli 1978 gelegen in:

 

woongebied met landelijk karakter

de woongebieden met een landelijk karakter zijn bestemd voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven;

 

agrarisch gebied

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.

 

ambachtelijke bedrijven en kmo's

De industriegebieden zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. Ze

omvatten een bufferzone. Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. Tevens worden in deze gebieden complementaire dienstverlenende bedrijven ten behoeve van de andere industriële bedrijven toegelaten, namelijk: bankagentschappen, benzinestations, transportbedrijven, collectieve restaurants, opslagplaatsen van goederen bestemd voor nationale of internationale verkoop.

De gebieden voor ambachtelijke bedrijven en de gebieden voor kleine en middelgrote ondernemingen. Deze gebieden zijn mede bestemd voor kleine opslagplaatsen van goederen, gebruikte voertuigen en schroot, met uitzondering van afvalproducten van schadelijke aard.

 

 

Ligging volgens BPA + bijhorende voorschriften :

De aanvraag is volgens het bijzonder plan van aanleg Slachthuis goedgekeurd op 6 juli 1998

 

Ligging volgens RUP + bijhorende voorschriften :

De aanvraag is niet gelegen in een ruimtelijk uitvoeringsplan

 

De aanvraag is niet gelegen binnen de grenzen van een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling

 

Bepaling van het plan dat van toepassing is op de aanvraag

De aanvraag is gesitueerd in een bijzonder plan van aanleg. De aanvraag dient getoetst te worden aan de bepalingen van het bijzonder plan van aanleg.

 

Overeenstemming met dit plan

De aanvraag is niet in overeenstemming met dit plan en met de stedenbouwkundige voorschriften.

 

Het perceel is gesitueerd in BPA Slachthuis.

 

Art. 1.03 Plaatsing van de gebouwen en constructies

b) t.o.v. de perceelsgrenzen

t.o.v. de zij- en achtergrenzen dient een bouwvrije zone in acht genomen te worden met een minimum van 7m.

-  een strook van 3m langs de perceelsgrens moet aangeplant worden met streekeigen hoogstammige bomen en een dichte onderbegroeiing van heesters en struiken.

-  een strook van 4m moet aangewend worden als brandweerweg.

De aanvraag is niet in overeenstemming met dit artikel.

Ter hoogte van de perceelsgrens met Winkelom 60 wordt een muur geplaatst met een hoogte van 3m. De groenbuffer zoals opgelegd in dit artikel wordt niet voorzien.

Er is geen gemotiveerde afwijking toegevoegd aan de aanvraag.

Er kan niet akkoord gegaan worden met deze afwijking.

 

Art. 1.05. Welstand

B) Aanleg van het terrein

Het niet-bebouwde deel van het terrein dient als groenruimte te worden aangelegd en als dusdanig gehandhaafd. Alleen het deel van de terreinen ingericht als toegang, parkeerplaats, afgeschermde stapelplaats, mag verhard worden.

Het project is niet in overeenstemming met dit artikel.

De site kent een zeer hoge verhardingsgraad. Er worden geen voorstellen gedaan tot ontharden, er is geen infiltratievoorziening, er is weinig tot geen herbruik van het hemelwater. In een zone gelegen in overstromingsgevoelig gebied is dit niet logisch.

Er is geen gemotiveerde afwijking toegevoegd aan de aanvraag.

Er kan niet akkoord gegaan worden met deze afwijking.

 

Art. 1.06 Erfscheidingen

Behoudens beplantingen mogen erfscheidingen slechts worden uitgevoerd in palen met draadwerk.

De aanvraag is niet in overeenstemming met dit artikel. Als erfscheiding wordt een muur van 3m geplaatst.

Er is geen gemotiveerde afwijking toegevoegd aan de aanvraag.

Er kan niet akkoord gegaan worden met deze afwijking.

 

Afwijkings- en uitzonderingsbepalingen

Er kan niet akkoord gegaan worden met de afwijking t.o.v. de voorschriften uit het BPA.

 

Verordeningen

  • Bouwcode goedgekeurd op 30 september 2024.
  • gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid goedgekeurd op 5 juni 2009.
  • gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater goedgekeurd op 10 februari 2023.

 

  1. Historiek

Volgende vergunningen en/of weigeringen werden verleend:

  • Omgevingsvergunning 201800043/OMV_2018006152 voor het uitbreiden van een vleesbedrijf sopraco nv goedgekeurd op 18/04/2019.
  • Omgevingsvergunning 201900040/OMV_2019008271 voor inbreiding slachtlijn goedgekeurd op 25/04/2019.
  • Omgevingsvergunning 202000269/OMV_2020061145 voor ven  ontheffing kruidruimingen molse nete te geel en mol, vegetatiewijziging goedgekeurd op 10/08/2020.
  • Omgevingsvergunning 202000666/OMV_2020164847 voor aanleggen van een personeelsparking en het plaatsen van geluidsschermen goedgekeurd op 06/01/2022.
  • Omgevingsvergunning 201700011/OMV_2017007586 voor slachthuis geel nv - aanvraag tot afwijking bij de minister goedgekeurd op 29/03/2018.
  • Omgevingsvergunning 202100394/OMV_2021087896 voor bijstelling van de bijzondere voorwaarden van een vleesverwerkend bedrijf goedgekeurd op 14/10/2021.
  • Omgevingsvergunning 202200313/OMV_2022086098 voor bronbemaling voor het plaatsen van een kws-afscheider pompstation. ongegrond, niet rechtsgeldig op 01/07/2022.
  • Omgevingsvergunning 202200405/OMV_2022032353 voor toegang tot de personeelsparking en het plaatsen van een fietsenstalling goedgekeurd op 10/11/2022.
  • Omgevingsvergunning 202300567/OMV_2023083601 voor ministerieel besluit over de aanvraag van de nv slachthuis geel tot afwijking van artikel 5.45.1.3, §2, van titel ii van het vlarem voor een slachthuis gelegen te 2440 geel, winkelom 52. goedgekeurd op 06/12/2023.
  • Omgevingsvergunning 202400165/OMV_2024030508 voor dossier aangemaakt via het digitaal loket, geakteerd op 21/03/2024.
  • Omgevingsvergunning 202400336/OMV_2024091357 voor bronbemaling ongegrond, niet rechtsgeldig op 10/07/2024.
  • Omgevingsvergunning 202400532/OMV_2024135594 voor dossier aangemaakt via het digitaal loket, geakteerd op 14/11/2024.
  • Omgevingsvergunning 202500091/OMV_2025028966 voor het plaatsen van een hoogspanningscabine goedgekeurd op 30/06/2025.
  • Stedenbouwkundige vergunning (2002/00237) voor het bouwen van een diepvriesgebouw - goedgekeurd op 28/10/2002.
  • Stedenbouwkundige vergunning (2002/00268) voor het bouwen van een frigogebouw - goedgekeurd op 28/10/2002.
  • Stedenbouwkundige vergunning (2002/00326) voor het bouwen van een tankstation - goedgekeurd op 02/12/2002.
  • Stedenbouwkundige vergunning (2002/00351) voor het bouwen van een frigogebouw en het omvormen van een snijzaal - goedgekeurd op 06/01/2003.
  • Stedenbouwkundige vergunning (2003/00389) voor slopen van een woning - goedgekeurd op 20/10/2003.
  • Stedenbouwkundige vergunning (2002/00369) voor het bouwen van een gebouw voor het reinigen van vrachwagens - goedgekeurd op 06/01/2003.
  • Stedenbouwkundige vergunning (10087) voor nieuwbouw kalversorteerbedrijf + conciergewoning + burelen - goedgekeurd op 14/10/1991.
  • Stedenbouwkundige vergunning (10087 B) voor uitbreiding bureelgebouw - goedgekeurd op 24/02/1992.
  • Stedenbouwkundige vergunning (08681) voor uitbreiding slachthuis - goedgekeurd op 30/06/1986.
  • Stedenbouwkundige vergunning (08948) voor nieuwbouw bedrijfsruimte + kantoor - goedgekeurd op 09/05/1988.
  • Stedenbouwkundige vergunning (2004/00216) voor het bouwen van een machineruimte - goedgekeurd op 26/07/2004.
  • Stedenbouwkundige vergunning (2004/00260) voor het bouwen van een tankstation en een portiersloge - goedgekeurd op 23/08/2004.
  • Stedenbouwkundige vergunning (12759) voor het uitbreiden van burelen, verzending, sociale lokalen - goedgekeurd op 21/09/1998.
  • Stedenbouwkundige vergunning (14220) voor het oprichten van een weegbrug voor voertuigen - goedgekeurd op 14/05/2001.
  • Stedenbouwkundige vergunning (12190) voor het oprichten van inkom - geweigerd op 10/02/1997.
  • Stedenbouwkundige vergunning (2004/00418) voor oprichten bureelgebouw-productieruimte en afbraak bestaand kantoorgebouw - goedgekeurd op 18/04/2005.
  • Stedenbouwkundige vergunning (13528) voor het bouwen van een berging - goedgekeurd op 04/04/2000.
  • Stedenbouwkundige vergunning (13594) voor het oprichten van een voorraadsilo - goedgekeurd op 10/01/2000.
  • Stedenbouwkundige vergunning (13094) voor het oprichten van een vleesverwerkend bedrijf - goedgekeurd op 28/12/1998.
  • Stedenbouwkundige vergunning (2005/00176) voor het rooien van drie bomen - goedgekeurd op 11/04/2005.
  • Stedenbouwkundige vergunning (08425) voor het uitbreiden van een slachthuis - goedgekeurd op 19/08/1985.
  • Stedenbouwkundige vergunning (08519) voor het uitbreiden van een bedrijfsruimte - goedgekeurd op 10/02/1986.
  • Stedenbouwkundige vergunning (07646) voor het uitbreiden van een kantoor en bedrijfsruimte bij slachtruimte - goedgekeurd op 06/03/1981.
  • Stedenbouwkundige vergunning (07898) voor het aanbouwen van een huidenopslagplaats - goedgekeurd op 16/08/1982.
  • Stedenbouwkundige vergunning (2005/00258) voor het bouwen van een krattenwasserij - goedgekeurd op 28/11/2005.
  • Stedenbouwkundige vergunning (08235) voor het uitbreiden van de diepvriesruimten - goedgekeurd op 04/06/1984.
  • Stedenbouwkundige vergunning (08283) voor het uitbreiden van een slachthuis - goedgekeurd op 30/07/1984.
  • Stedenbouwkundige vergunning (07765) voor het uitbreiden van het slachthuis - goedgekeurd op 14/12/1981.
  • Stedenbouwkundige vergunning (2006/00347) voor het verbouwen van een kantoorgebouw - goedgekeurd op 22/01/2007.
  • Stedenbouwkundige vergunning (01210) voor het bouwen van een slachthuis - goedgekeurd op 04/11/1955.
  • Stedenbouwkundige vergunning (06195) voor uitbreiding slachthuisbedrijf - goedgekeurd op 05/06/1975.
  • Stedenbouwkundige vergunning (08985) voor het verbouwen en uitbreiden van een slachthuis - goedgekeurd op 03/05/1988.
  • Stedenbouwkundige vergunning (08985 B) voor verbouwen slachthuis - goedgekeurd op 20/06/1988.
  • Stedenbouwkundige vergunning (09094) voor het uitbreiden van een bedieningsgebouw - goedgekeurd op 20/04/1988.
  • Stedenbouwkundige vergunning (06118) voor uitbreiden van een slachthuisbedrijf - goedgekeurd op 10/03/1975.
  • Stedenbouwkundige vergunning (10906) voor nieuwbouw meetstation langs nete - goedgekeurd op 15/10/1993.
  • Stedenbouwkundige vergunning (06702) voor het bouwen van een garage - goedgekeurd op 31/01/1977.
  • Stedenbouwkundig attest 1724 voor nieuwbouw eengezinswoning - positief gevonden op 15/03/2004.
  • Milieuvergunning 2002/V1/00509 voor vleesverwerking - goedgekeurd op 07/11/2002.
  • Milieuvergunning 2001/V1/00474 voor vleesverwerking - goedgekeurd op 10/01/2002.
  • Milieuvergunning 1995/V2/00220 voor vleesverwerking - goedgekeurd op 06/11/1995.
  • Milieuvergunning 1997/V1/00309 voor vleesbewerking - goedgekeurd op 29/01/1998.
  • Milieuvergunning 2001/M3/03191 voor transportbedrijf - goedgekeurd op 24/08/2001.
  • Milieuvergunning 2007/V1/00704 voor slachthuis - goedgekeurd op 31/10/2007.
  • Milieuvergunning 2004/V1/00558 voor stedelijk slachthuis - goedgekeurd op 24/08/2004.
  • Milieuvergunning 1998/M3/02684 voor koelinstallatie - goedgekeurd op 05/10/1998.
  • Milieuvergunning 2009/V1/00771 voor slachthuis - goedgekeurd op 06/08/2009.
  • Milieuvergunning 2007/V1/00689 voor slachthuis - goedgekeurd op 11/04/2007.
  • Milieuvergunning 2015/V1/01054 voor slachthuis - goedgekeurd op 27/08/2015.
  • Milieuvergunning 2014/M3/04836 voor slachthuis - gedeeltelijk gunstig op 11/09/2014.
  • Milieuvergunning 1995/M3/02025 voor lpg - goedgekeurd op 18/05/1995.
  • Milieuvergunning 2013/V1/00990 voor vleesverwerking - goedgekeurd op 20/03/2014.
  • Milieuvergunning 2017/M3/05047 voor slachthuis - goedgekeurd op 27/07/2017.
  • Milieuvergunning 2017/M3/05048 voor vleesverwerkend bedrijf - goedgekeurd op 27/07/2017.

 

  1. Beschrijving van de omgeving en de aanvraag

 

Stedenbouwkundige handelingen

De aanvraag betreft het plaatsen van 2 geluidschermen aan weerszijde van de hoofdinrit via Winkelom:

  • Geluidscherm 1 in L-vorm langs de perceelsgrens met Winkelom 60
  • Geluidscherm 2 in L-vorm langs de perceelsgrens met Winkelom 42 en Hondstraat 1

 

Geluidscherm 1 heeft een lengte van 6m + 79m en 45m. De hoogte is 3m.

Geluidscherm 2 heeft een lengt van 32m + 34m + 31m. De hoogte is 3m.

De geluidschermen bestaan uit aluminium cassettes bevestigd tegen stalen kolommen. De kolommen worden in de grond geheid.

Onderaan is een betonnen plint waarop de panelen komen te rusten.

De cassettes bestaan aan beide zijdes uit een aluminiumplaat met akoestische perforaties en met een akoestische vulling. Het geheel wordt zo gemonteerd dat er geen akoestische lekken bestaan op kunnen ontstaan op termijn.

 

Ingedeelde inrichtingen

Het betreft een omgevingsvergunningsaanvraag voor de hernieuwing, uitbreiding en verandering (actualisatie) van de milieuvergunning van het slachthuis geel nv (incl. norenca nv)..

De aanvraag omvat de exploitatie van een of meerdere ingedeelde inrichtingen of activiteiten:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

Klasse

3.4.2°

Uitbreiding met lozingspunt 2 waar het bedrijfsafvalwater afkomstig van het reinigen van het kalversorteercentrum van Vilatca wordt geloosd met een max. debiet van 1 m³/u; 8 m³/dag en 416 m³/jaar (Verandering)

1 m³/uur

2

3.6.3.2°

Het lozen van max. 50 m³/u, 1.000 m³/dag en 365.000 m³/jaar bedrijfsafvalwater dat stoffen bevat uit bijlage 2C van Vlarem I, via een waterzuivering in de openbare riolering.

0 m³/uur

2

6.4.1°

Opslag van max. 4.000 liter smeeroliën en afvalolie (N) (Hernieuwing)

4000 liter

3

6.5.2°

3 verdeelslangen voor motorvoertuigen (S) (Hernieuwing)

3 verdeelslangen

2

12.2.2°

3 transformatoren: 1.600 kVA (S), 2 x 1.600 (N) (Hernieuwing)

4800 kVA

2

15.1.2°

Uitbreiding van 10 bedrijfsvoertuigen (Verandering)

10 voertuigen

2

15.4.1°

Uitbreiding met 1 wasplaats (zelfde aantal wagens) (Verandering)

1 wasplaats

3

16.3.2°b)

Vermindering met 404,13 kW door actualisatie aanwezige toestellen (Verandering)

-404,13 kW

2

17.1.2.1.2°

Uitbreiding met 1906 liter gassen (Verandering)

1906 liter

2

17.1.2.2.2°

De opslag van 5.784 liter CO2 in een tank en 3.000 liter O2 in een tank (N) (Hernieuwing)

8784 liter

2

17.3.2.1.1.2°

Correctie: compartimentering ondergrondse mazouttank van 45.000 liter + 5.000 liter naar 43.000 liter + 7.000 liter + uitbreiding met 0,74 ton ontsmettingsmiddel (virocid) (Verandering)

0 ton

2

17.3.4.2°a)

Uitbreiding met 15,575 ton corrosieve stoffen waarvan 7,775 ton natriumhydroxide, 7,3 ton ijzertrichloride en 0,5 ton reinigingsproducten (Verandering)

15,575 ton

2

17.3.6.1°a)

Uitbreiding met 8,06 ton schadelijke producten waarvan 7,3 ton ijzertrichloride en 0,76 ton reinigingsproducten (Verandering)

8,06 ton

3

17.3.7.1°a)

De opslag van 1,85 ton op lange termijn gezondheidsgevaarlijke producten (reinigings- en ontsmettingsproducten) (Nieuw)

1,85 ton

3

17.3.8.2°

De opslag van 2,05 ton milieugevaarlijke producten (reinigings- en ontsmettingsproducten) (Nieuw)

2,05 ton

2

17.4.

De opslag van maximaal 5.000 liter diverse gevaarlijke producten in kleine verpakkingen (S+N) (Hernieuwing)

5000 liter

3

23.3.1°a)

De opslag van 120 ton kunststofverpakking in een lokaal: 20 ton S en 100 ton N (Hernieuwing)

120 ton

3

24.2.

2 labo's voor kwaliteitscontrole (S+N) (Hernieuwing)

2 labo

3

25.3.

De opslag van 25 ton niet-gelooide huiden (S) (Hernieuwing)

25 ton

2

28.2.a)2°

De opslag van 54 m³ vaste mest en 36 m³ drijfmest (S) (Hernieuwing)

90

2

29.5.2.1°a)

Toestellen voor het behandelen van metalen: 6,2 kW S en 15 kW N (Hernieuwing)

21,2 kW

3

33.4.1°a)

Opslag van 50 ton kartonverpakking in een lokaal (S) (Hernieuwing)

50 ton

3

39.1.2°

Stoomketel van 995 liter werd vervangen door een ketel van 2.056 liter. De stoomketels van 2.300 liter en 5.000 liter werden vervangen door één ketel van 7.030 liter. (Verandering)

791 liter

2

43.1.2°a)

Vermindering warmtevermogen stookinstallaties slachthuis van 3.988 kW naar 2.919 kW en actualisatie stookinstallaties Norenca naar 1770 kW (Verandering)

-1028,9 kW

2

44.2.1°a)

Installaties voor het behandelen van dierlijke oliën en vetten met een vermogen van 17,2 kW (S) (Hernieuwing)

17,2 kW

3

44.3.

Opslagplaats voor 14 ton vet (S) (Hernieuwing)

14 ton

2

45.1.d)

Vermindering van 176,75 ton/dag geslachte dieren door ontmanteling slachtlijnen voor runderen en varkens (Verandering)

-176,75 ton/dag geslachte dieren

1

45.1.e)

Slachthuis met een verwerkingscapaciteit van 93.093 ton levend gewicht per jaar (Nieuw)

93093 ton/jaar levend gewicht

1

45.4.c)3°a)

Vermindering van het vermogen van de machines van het Slachthuis tot 316,38 kW + uitbreiding Norenca tot 1417,39 kW (Verandering)

216,57 kW

1

45.4.e)2°

De opslag van producten van dierlijke oorsprong: 500 ton (S) en 937 ton (N) (Hernieuwing)

1437 ton

2

45.4.f)

De opslag van 25 ton dierlijke vetten en beenderen: 20 ton (S) en 5 ton (N) (Hernieuwing)

25 ton

1

45.16.1°

Installaties voor het bewerken en verwerken voor de fabricage van levensmiddelen op basis van dierlijke grondstoffen (andere dan melk) met een productiecapaciteit van gem. 50 ton en max 100 ton per dag (N) (Hernieuwing)

100 ton/dag

1

 

Zodat de inrichting voortaan omvat:

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

Klasse

3.4.2°

Het lozen van max. 1,92 m³/u; 4,94 m³/dag en 102,85 m³/jaar verontreinigd hemelwater, afkomstig van de tankpiste en weegbrug, in een baangracht (lozingspunt 4) en het lozen van max. 1 m³/u; 8 m³/dag en 416 m³/jaar bedrijfsafvalwater afkomstig van het reiniging van het kalversorteercentrum in de openbare riolering (lozingspunt 2)

2,92 m³/uur

2

3.6.3.2°

Het lozen van max. 50 m³/u, 1.000 m³/dag en 365.000 m³/jaar bedrijfsafvalwater dat stoffen bevat uit bijlage 2C van Vlarem I, via een waterzuivering in de openbare riolering.

50 m³/uur

2

6.4.1°

Opslag van max. 4.000 liter smeeroliën en afvalolie

4000 liter

3

6.5.2°

3 verdeelslangen voor motorvoertuigen

3 verdeelslangen

2

12.2.2°

3 transformatoren: 1.600 kVA (S), 2 x 1.600 (N)

4800 kVA

2

15.1.2°

Stalplaats voor 40 bedrijfsvoertuigen

40 voertuigen

2

15.4.1°

2 wasplaatsen voor maximaal 50 vee -en vleeswagens per dag (2 wasplaatsen samen)

2 wasplaatsen

3

16.3.2°b)

Koelinstallaties (1562,15 kW), luchtcompressoren (132 kW), airco's (38,3 kW) en verdampers (282,385 kW) met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 2.014,835 kW

2.014,8350 kW

2

17.1.2.1.2°

De opslag van 6.050 liter gassen  in verplaatsbare recipienten (600 liter ontvlambaar, 5.450 liter inert)

6050 liter

2

17.1.2.2.2°

De opslag van 5.784 liter CO2 in een tank en 3.000 liter O2 in een tank.

8784 liter

2

17.3.2.1.1.2°

De opslag van 44,473 ton mazout (52500 liter): 50.000 L (41,65 ton) in een ondergrondse, compartimenteerde tank (43.000L+7.000L) en 2500 L (2,083 ton) mazout in een bovengrondse, dubbelwandige tank en 740 kg (740 liter) ontsmettingsmiddel (virocid)

44,4730 ton

2

17.3.4.2°a)

De opslag van 35,4 ton corrosieve producten waarvan 14,4 ton natriumhydroxide, 14,5 ton ijzertrichloride en 6,5 ton reinigings- en ontsmettingsproducten

35,400 ton

2

17.3.6.1°a)

De opslag van 16,06 ton schadelijke producten waarvan 14,5 ton ijzertrichloride en 1,56 ton reinigings- en ontsmettingsproducten

16,06 ton

3

17.3.7.1°a)

De opslag van 1,85 ton op lange termijn gezondheidsgevaarlijke producten (reinigings- en ontsmettingsproducten)

1,85 ton

3

17.3.8.2°

De opslag van 2,05 ton milieugevaarlijke producten (reinigings- en ontsmettingsproducten) (Nieuw)

2,05 ton

2

17.4.

De opslag van maximaal 5.000 liter diverse gevaarlijke producten in kleine verpakkingen

5000 liter

3

23.3.1°a)

De opslag van 120 ton kunststofverpakking in een lokaal

120 ton

3

24.2.

2 labo's voor kwaliteitscontrole

2 labo’s

3

25.3.

De opslag van 25 ton niet-gelooide huiden

25 ton

2

28.2.a)2°

De opslag van 54 m³ vaste mest en 36 m³ drijfmest

90 m³

2

29.5.2.1°a)

Toestellen voor het behandelen van metalen

21,2 kW

3

33.4.1°a)

Opslag van 50 ton kartonverpakking in een lokaal

50 ton

3

39.1.2°

2 stoomketels met een waterinhoud van 2.056L (Norenca) en 7.030L (Slachthuis)

9086 l

2

43.1.2°a)

Stookinstallaties met een totaal warmtevermogen van 4.689 kW

4.689 kW

2

44.2.1°a)

Installaties voor het behandelen van dierlijke oliën en vetten met een vermogen van 17,2 kW

17,2 kW

3

44.3.

Opslagplaats voor 14 ton vet

14 ton

2

45.1.d)

Een slachthuis met een slachtcapaciteit van maximaal 265.980 slachtdieren/jaar en 175 ton/dag geslachte dieren

175 ton/dag geslachte dieren

1

45.1.e)

Slachthuis met een verwerkingscapaciteit van 93.093 ton levend gewicht per jaar

93093 ton/jaar levend gewicht

1

45.4.c)3°a)

Vleesbewerkings- en behandelingsmachines met een totaal vermogen van 1.733,77 kW

1733,77 kW

1

45.4.e)2°

De opslag van producten van dierlijke oorsprong

1437 ton

2

45.4.f)

De opslag van 25 ton dierlijke vetten en beenderen

25 ton

1

45.16.1°

Installaties voor het bewerken en verwerken voor de fabricage van levensmiddelen op basis van dierlijke grondstoffen (andere dan melk) met een productiecapaciteit van gem. 50 ton en max 100 ton per dag

100 ton/dag

1

 

Er werd enkel een wijziging doorgevoerd aan rubriek 3.6.3.2. Hierbij wordt geen verhoging meer aangevraagd.

Volgende bijstellingen worden aangevraagd:

In de basisvergunning d.d. 28/06/2004 (MLAV1/0400000163) werden er voor enkele parameters lozingsnormen voor lozing op riolering na zuivering aangevraagd o.b.v. de toenmalige sectorale lozingsvoorwaarden voor slachthuizen. In de jaren die daarop volgden, werden er verschillende vergunningen/wijzigende voorwaarden afgeleverd i.v.m. de afkoppeling van de riolering en aansluiten op de Nete (zie ook historiek vergunningen in het omgevingsloket). Het resultaat hiervan was dat het Slachthuis Geel mocht blijven lozen op de riolering met volgende lozingsvoorwaarden (zie vergunning 27/08/2015 – MLAV1-2015-0125):

Parameter

Norm

 

Concentratie (mg/L)

Vuilvracht (kg/dag)

BZV

500

500

CZV

1.000

900

ZS

500

330

Totaal N

125

119

Totaal P

3

2

CO

0,015

 

 

Tevens dient er voldaan te worden aan volgende verhoudingen:

CZV/BZV: <4;

BZV/N: >4;

BZV/P: >25.

In bijlage ‘Extra informatie – bijzondere voorwaarden’ wordt er aangetoond dat het Slachthuis Geel deze bijzondere lozingsnormen respecteert of de nodige inspanning doet om deze te respecteren (zie ook meetresultaten opgenomen in het MER-rapport incl bijlagen)

Daarom wenst de exploitant deze bijzondere lozingsvoorwaarden opnieuw aan te vragen bij deze hernieuwing.

 

  1. Openbaar onderzoek

Overeenkomstig de criteria van artikels 11 t.e.m. 14 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning is de gewone procedure van toepassing en moet de aanvraag openbaar gemaakt worden.

 

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 6 juli 2025 t.e.m. 4 augustus 2025. Er werden 72 bezwaarschriften ingediend.

Er werd een informatievergadering gehouden op 10 juli 2025 en 29 oktober 2025.

 

Inhoud bezwaarschriften

Er werden 54 schriftelijke bezwaren ingediend waarvan er verschillende een gelijkaardige inhoud hebben:

Schriftelijke bezwaren:

Er werden 2 schriftelijke bewaren ingediend die de volgende punten aanhalen:

(Bezwaren 37-38)

  1. Uitbreiding en schaalvergroting

De geplande toename van het personeelsbestand en de bedrijfsactiviteiten zal onvermijdelijk leiden tot een significante stijging van het vracht- en personenverkeer. Deze bijkomende verkeersdruk zal de reeds zwaar belaste infrastructuur verder onder druk zetten en de veiligheid ernstig compromitteren.

 

  1. Afwijking van de oorspronkelijke bestemming

De verschuivingen van slachthuisactiviteiten naar versnijding wijkt af van de bestemming zoals vastgelegd in het BPA Slachthuis Geel. Deze voorziet enkel in kleine en middelgrote vleesverwerkende ondernemingen. De huidige omvang van het bedrijf overstijgt dit duidelijk.

 

  1. Mobiliteit en verkeersveiligheid

De aanvraag voorziet een uitbreiding van het aantal vrachtwagenbewegingen van 100 naar 180 per dag, wat neerkomt op ongeveer 10 extra gemotoriseerde bewegingen per uur. Dit is een aanzienlijke toename die de reeds overbelaste toegangswegen verder onder druk zet. De verkeersveiligheid komt hierdoor ernstig in het gedrang, zeker voor zwakke weggebruikers. Ook het personenverkeer kent problematische proporties: met name tijdens de nachtelijke uren wordt Seppendijk frequent doorkruist door snel rijdende voertuigen en bromfietsen, wat leidt tot geluidsoverlast en een verhoogd gevoel van onveiligheid bij buurtbewoners.

 

  1. Ontsluitingsweg achter Seppendijk

Hoewel de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg niet expliciet deel uitmaakt van deze aanvraag, wordt deze wel afgebeeld op slide 9 van de presentatie. Dit schept verwarring en doet vermoeden dat toekomstige uitbreidingen reeds impliciet voorbereid worden, zonder transparante inspraak of communicatie. De bezwaarindiener is geen vragende partij voor deze weg, die louter zou dienen van de mobiliteitsproblematiek van Sopraco op te lossen, zonder rekening te houden met de impact op de woonomgeving.

 

Er werden 2 schriftelijke bewaren ingediend die de volgende punten aanhalen:

(Bezwaren 39-40)

  1. Mobiliteit en verkeersdruk

De aanvraag voorziet een uitbreiding van het aantal vrachtwagenbewegingen van 100 naar 180 per dag, wat neerkomt op ongeveer 10 extra gemotoriseerde bewegingen per uur. Dit is een aanzienlijke toename die de reeds overbelaste toegangswegen (Winkelom en Hondstraat) verder onder druk zet. De verkeersveiligheid komt hierdoor ernstig in het gedrang, zeker voor zwakke weggebruikers.

 

  1. Geluidsoverlast

Uit het MER blijkt dat de geluidsnormen tijdens de nachtelijke uren worden overschreden. Ondanks voorgestelde maatregelen zoals sanering van de condensors en het plaatsen van akoestische schermen, is het onduidelijk of deze effectief zullen worden uitgevoerd. In het verleden zijn al gelijkwaardige maatregelen beloofd, maar niet gerealiseerd (bv. geluidsschermen die wel ingetekend maar nooit vergund werden).

 

  1. Schaalvergroting en afwijking van BPA

De uitbreiding van het personeelsbestand van 320 naar 399 medewerkers en de verschuivingen van slachthuisactiviteiten naar versnijding wijzen op een schaalvergroting die niet langer strookt met de bestemming zoals vastgelegd in het BPA Slachthuis Geel. Deze voorziet enkel in kleine en middelgrote vleesverwerkende ondernemingen. De huidige omvang van het bedrijf overstijgt dit duidelijk.

 

  1. Verwarring rond ontsluitingsweg

Hoewel de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg niet expliciet deel uitmaakt van deze aanvraag, wordt deze wel afgebeeld op slide 9 van de presentatie. Dit schept verwarring en doet vermoeden dat toekomstige uitbreidingen reeds impliciet voorbereid worden, zonder transparante inspraak.

 

Er werd 1 schriftelijke bezwaar ingediend dat de volgende punten aanhaalt:

(Bezwaren 41)

-          Schaalvergroting

-          Afwijking van de oorspronkelijk activiteit

-          Mobiliteit en verkeersdrukte

-          Geurhinder

-          Onduidelijkheid ontsluitingsweg

 

Er werden 28 schriftelijke bewaren ingediend die de volgende punten aanhalen:

(Bezwaren 4; 8-21; 42-54)

  1. Mobiliteit en verkeersdruk

De aanvraag voorziet een uitbreiding van het aantal vrachtwagenbewegingen van 100 naar 180 per dag, wat neerkomt op ongeveer 10 extra gemotoriseerde bewegingen per uur. Dit is een aanzienlijke toename die de reeds overbelaste toegangswegen (Winkelom en Hondstraat) verder onder druk zet. De verkeersveiligheid komt hierdoor ernstig in het gedrang, zeker voor zwakke weggebruikers.

 

  1. Geluidsoverlast

Uit het MER blijkt dat de geluidsnormen tijdens de nachtelijke uren worden overschreden. Ondanks voorgestelde maatregelen zoals sanering van de condensors en het plaatsen van akoestische schermen, is het onduidelijk of deze effectief zullen worden uitgevoerd. In het verleden zijn al gelijkwaardige maatregelen beloofd, maar niet gerealiseerd (bv. geluidsschermen die wel ingetekend maar nooit vergund werden).

 

  1. Geurhinder

Er wordt geurhinder vastgesteld bij aanwezigheid van kalveren in de stallen. Hoewel maatregelen worden voorgesteld (zoals kortere verblijfsduur en gesloten poorten), blijft de hinder voor omwonenden reëel en onvoldoende aangepakt.

 

  1. Schaalvergroting en afwijking van BPA

De uitbreiding van het personeelsbestand van 320 naar 399 medewerkers en de verschuivingen van slachthuisactiviteiten naar versnijding wijzen op een schaalvergroting die niet langer strookt met de bestemming zoals vastgelegd in het BPA Slachthuis Geel. Deze voorziet enkel in kleine en middelgrote vleesverwerkende ondernemingen. De huidige omvang van het bedrijf overstijgt dit duidelijk.

 

  1. Niet-naleving van eerdere verplichtingen

Het bedrijf heeft in het verleden verplichtingen uit eerdere vergunningen onvoldoende nageleefd. Zo werden geluidsschermen niet gerealiseerd en is het klachtenregister onvolledig. Klachten van buurtbewoners worden niet systematisch geregistreerd, wat het vertrouwen in de opvolging van nieuwe voorwaarden ondermijnt.

 

  1. Verwarring rond ontsluitingsweg

Hoewel de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg niet expliciet deel uitmaakt van deze aanvraag, wordt deze wel afgebeeld op slide 9 van de presentatie. Dit schept verwarring en doet vermoeden dat toekomstige uitbreidingen reeds impliciet voorbereid worden, zonder transparante inspraak.

 

Er werden 6 schriftelijke bezwaren ingediend die de volgende punten aanhalen:

(Bezwaren 1-3; 5-7)

De 6 voorgaande punten aangevuld met het volgende punt:
 

  1. Ontsluiting parking Hondstraat naast Bistro Vincent

In de uitbreidingsaanvraag plant Sopraco/Slachthuis/Norenca meer in- en uitstroom van de personeelsparking P3. Dit verschuift het probleem naar de openbare weg (cf. rode lijn afbeelding onderaan) en wentelt zowel emissievervuiling als verkeers- en geluidsbelasting af op de omwonenden.

Wij vragen met aandrang om geen bedrijfsverkeer, noch personenwagens, noch vrachtwagens, te ontsluiten op de Hondstraat en indien toch, dan tenminste de in 2019 afgeschafte buurtweg 8 tussen Hondstraat en Winkelom op het terrein van Sopraco terug in voege te brengen (cf. groene lijn afbeelding onderaan), zodat het bedrijfseigen verkeer maximaal op de site blijft en niet afgewenteld wordt op de woonzone met landelijk karakter.

 

Er werden 11 schriftelijke bezwaren ingediend die de volgende zaken aanhalen:

(Bezwaren 23-32; 36)

Na een grondige analyse van het dossier en de presentatie aan de buurt, kom ik tot de conclusie dat deze aanvraag een aanzienlijke negatieve impact zal hebben op de mobiliteit, verkeersdrukte, veiligheid en gezondheid.

De aanvraag voorziet een uitbreiding van het aantal vrachtwagenbewegingen van 100 naar 180 per dag, wat neerkomt op ongeveer 10 extra bewegingen per uur en dit niet alleen overdag maar ook ’s nachts. Dit is een aanzienlijke toename die de reeds overbelaste toegangswagen Winkelom en N126 verder onder druk zet.

Al het vrachtverkeer moet over de toegangsweg Winkelom om de site te bereiken of te verlaten. Dit betekent ook dat al het vrachtverkeer dient te stoppen en te vertrekken om vanuit de gemeenteweg Winkelom, de N126 op te rijden en omgekeerd. Deze vertragingen tot stilstand en het terug optrekken naar de gangbare snelheid van 70 km/h, veroorzaakt geluidsoverlast de klok rond.

Voor ons is het een absolute must dat er eerst een goede ontsluitingsweg voorzien wordt, vooraleer er sprake kan zijn voor het goedkeuren van een hernieuwing van de Omgevingsvergunning in haar huidige vorm.

 

Er werden 3 schriftelijke bezwaren ingediend die de volgende zaken aanhalen:

(Bezwaar 33 - 35)

De uitbreiding zal een negatieve invloed hebben op de buurt. Vooral mobiliteit, die nu al problematisch is, is een knelpunt.

-          Meer mobiliteitsdruk en gevaarlijk voor fietsers en voetgangers

-          Hoewel de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg niet expliciet deel uitmaakt van deze aanvraag, wordt deze wel afgebeeld op slide 9 van de presentatie. Dit schept verwarring en doet vermoeden dat toekomstige uitbreidingen reeds impliciet voorbereid worden, zonder transparante inspraak.

 

Er werd 1 schriftelijke bezwaar (bezwaar 22) ingediend dat de volgende zaken aangehaald:

(Bezwaar 22)

Hierbij wordt de groei van het slachthuis geschetst en wordt gesteld dat het aanvankelijk ‘kleine’ slachthuis uitgegroeid is tot een middelgroot bedrijf dat de draagkracht van de buurt overschrijdt. De uitbreiden van 100 naar 180 vrachtbewegingen wordt voor een woonstraat als Winkelom onhoudbaar wat betreft veiligheid, leefbaarheid en geluidsoverlast.

Ook het vermeerderen van het aantal personeelsleden zal het woon-werkverkeer met 25% doen toenemen.

Alle vervoer samen zal een overbelasting geven. Volgens de bezwaarindiener is dit strijdig met het BPA uit 1997 en het gewestplan.

Er wordt aangehaald dat het slachthuis evolueert naar een vleesverwerkende industrie die thuishoort in een industriële zone en niet in een woonzoen. Er wordt dan ook gevraagd de hernieuwing van de omgevingsvergunning in haar huidige vorm niet goed te keuren.

 

18 digitale bewaren:

Er werden 2 digitale bezwaren ingediend die dezelfde punten (1-6) aanhalen aangevuld met enkele voorbeelden van gevaarlijke situaties/ongevallen en het volgende punt:

 

  1. Landelijk karakter gaat verloren

Wij wonen in een woongebied met landelijk karakter. Landbouw gerelateerde activiteiten horen daarbij : tracktors, veewagens, maaien en ploegen van vroeg tot laat…Maar 180 vrachtwagen en 400 man personeel elke dag strookt niet met het landelijke karakter van de buurt. Het slachthuis is er al een tijdje maar is al een tijdje geen slachthuis meer maar meer een distributiecentrum.

 

De overige digitale bezwaren sluiten aan bij de voorgaande punten.

 

Er werd 1 digitaal collectief bezwaar (6 omwonenden) ingediend dat volgende punten aanhaalt:

-          Het slachthuis beschikt sinds december 2024 niet meer over een geldige omgevingsvergunning.

-          De aanvraag zal een nog sterkere negatieve impact hebben op vlak van verkeershinder, geurhinder, geluidshinder, impact op gezondheid en welzijn, schaalvergroting en afwijking BPA, verwarring ontsluitingsweg.

-          Verkeershinder:

  • verhoging van de verkeersstroom
  • Meer personenwagens door toename personeel
  • Toename vrachtverkeer
  • Verdubbeling verkeerbewegingen
  • Er zijn geen representatieve en significante verkeerscijfers beschikbaar. Beweringen zijn onvoldoende als maatstaf
  • Extra overlast en bijkomende luchtverontreiniging door dieselmotoren van vrachtwagens
  • Leefbaarheid nu reeds negatief
  • Onveilige situatie voor fietsers en bewoners

-          Geurhinder:

  • Hiervoor wordt verwezen naar het MER
  • Latente aanwezigheid van sterke geurhinder door vrachtwagens die in open opleggers slachtafval vervoeren

-          Geluidshinder:

  • Diverse klachten geluid, onduidelijk of gevolg werd gegeven aan aanbevelingen

-          Gezondheid:

  • Duidelijke aanwezigheid van roet op ramen, deuren en kozijnen
  • Toename uitlaatemissies

-          Schaalvergroting en afwijking BPA:

  • Het betreft een bovenlokale activiteit en derhalve is herlokalisering nodig.
  • Uitbreiding tast de ruimtelijke draagkracht aan
  • Onvoldoende verbinding met de natuur
  • Groenstroken bieden onvoldoende overgang naar de omliggende beschermende natuur

-          Ontsluitingsweg

  • Verwarring en gebrek aan transparantie
  • Er wordt verwezen naar een aantal documenten en er worden enkele delen uit het scopingsadvies van de gemeente aangehaald. Het standpunt hierover is niet duidelijk.

-          Klachtenregister

  • Alle klachten dienen in een register te worden bijgehouden en ter inzage liggen van de toezichthoudende ambtenaren

 

Het tweede openbaar onderzoek werd gehouden naar aanleiding van de nieuwe projectinhoudversie en loopt van 25 oktober 2025 t.e.m. 23 november 2025. Dit openbaar onderzoek is nog lopende. De bezwaren kunnen daarom nog niet besproken worden.

Er werd een informatievergadering gehouden op 29 oktober 2025.

 

  1. Adviezen

Op 4 november 2025 werd het advies ontvangen van AQUAFIN

Advies: voorwaardelijk gunstig

 

Op 28 oktober 2025 werd het advies ontvangen van stad Geel, dienst openbaar domein, team mobiliteit

In het kader van dit ontwerp-mer werd intern advies gevraagd aan de dienst openbare werken/mobiliteit. Het advies wordt opgenomen in het huidige verslag. 

Mobiliteitsadvies hervergunning project-MER slachthuis Geel (PR3679)

Gelet op de huidige toestand en de geplande en in voorbereiding zijnde wijzigingen rond de mobiliteitsvoorzieningen voor de slachthuissite in Geel, wordt op basis van onderstaande elementen een omstandig advies geformuleerd. Deze argumenten zijn ingegeven door een kritische reflectie op het bestaande wegennet, de verkeersbelasting, en de inpassing in het mobiliteitskader zoals omschreven in de gemeentelijke richtlijnen.

Historiek van de hervergunningsaanvraag

De slachthuissite verzocht in het verleden meermaals om een directe ontsluiting vanaf de site naar de R14-Westelijke Ring N71 via de Hondstraat en eigen verworven private kavels aan beide zijden van de Hondstraat, met de bedoeling om een efficiënte toegangsroute te creëren voor de site. Echter, het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) gaf hierop bij herhaling een negatief advies. De motivatie van AWV was dat het verkeer op de R14-Westelijke Ring niet verstoord mocht worden en verwees naar de  afsluiting van de nabijgelegen straat ‘Winkelom’ met paaltjes, wat bedoeld was om de doorstroming op de gewestelijke weg te verbeteren. De directie en bestuur van het slachthuis vroegen aan stad Geel om een overleg met AWV op te zetten wat ook gebeurde in 2018/2019. Het negatief standpunt van wegbeheerder AWV voor deze nieuwe ontsluiting over de eigen gronden van slachthuis gelegen aan de Ring naast Hondstraat naar N71 bleef overeind. Tot 2018 terug konden voertuigen namelijk vanaf de R14 richting Winkelom indraaien, maar deze optie werd afgesloten om de verkeersveiligheid en doorstroming te bevorderen.

  • Momenteel is Winkelom vanaf en naar de R14 uitsluitend toegankelijk voor fietsers, en deze fietsers moeten hierbij voorrang verlenen aan verkeer op de R14. Dit werd gedaan met het oog op verkeersveiligheid en het beperken van onnodige verkeersbewegingen vanuit omliggende steden.

Door de slachthuisorganisatie werd een bewonersvergadering in zaal De Vesten georganiseerd in periode rond 2019 met bewoners uit omliggende straten van de slachthuissite, waaronder Winkelom, Hondstraat en Seppendijk. Tijdens dit overleg brachten omwonenden hun zorgen naar voren over de mogelijke overbelasting van hun woonstraten door vrachtverkeer, en benadrukten ze de noodzaak van een alternatieve ontsluiting die de leefbaarheid en veiligheid in de buurt zou beschermen. In samenspraak met de slachthuissite kwam een voorstel om een directe verbinding naar de N126 te realiseren door private percelen langsheen Winkelom en de N126 te gebruiken voor een nieuwe toegang tot de slachthuissite over gronden die ook eigendom zijn van de slachthuisorganisatie.

  • Voor vrachtverkeer werd reeds een specifieke route bepaald tot op heden: het verlaten van de site moest linksaf richting de N126 om de omliggende woonstraten zo min mogelijk te belasten. Personenwagens volgen meestal ook deze route, al neemt een klein deel van het personenwagenverkeer Seppendijk om de N126 te bereiken.

De gemeentelijke straat Winkelom, de voornaamste toegangsweg, heeft momenteel geen fietspaden of voetpaden en kent een snelheidslimiet van 70 km/u. Deze situatie maakt het bijzonder onveilig voor gemengd verkeer, vooral gezien het hoge aandeel vrachtwagens (23% van het verkeer op gemeenteweg Winkelom), dat aanzienlijk hoger ligt dan het gemiddelde op de gewestweg N126 (15%).

  • De smalle gemeenteweg Winkelom, die nu de enige directe route is voor zowel vrachtverkeer als personenverkeer, veroorzaakt reeds verkeersveiligheidsproblemen door het ontbreken van fiets -en voetgangersinfrastructuur en snelheidsremmers. Hierdoor blijft de toegang voor zachte weggebruikers ontoereikend en onveilig.

De stad Geel voerde in 2019 en 2020 verkeerstellingen uit. De resultaten toonden aan dat:

  • Gewestweg N126: Meer dan 13.000 voertuigen per dag, met een snelheidsniveau (V85) net onder de juridisch toegelaten 70 km/u.
  • Gemeenteweg Winkelom: 1.175 voertuigen per dag, met een uitzonderlijk hoog aandeel vrachtverkeer. De V85 op Winkelom is vastgesteld op 66 km/u, slechts net onder de limiet van 70 km/u, wat te hoog is voor een weg die door een woongebied loopt. De aanwezigheid van een piek in vrachtverkeer tussen 4-5 uur ’s ochtends verhoogt de hinder voor omwonenden.

Deze bevindingen benadrukken de noodzaak om de snelheid op Winkelom te verlagen en de toegangsinfrastructuur voor de slachthuissite te verbeteren.

De slachthuissite voorziet een aanzienlijke uitbreiding, met een stijging van het aantal werknemers van 320 naar 399 op lange termijn. Dit zal het aantal dagelijkse autobewegingen verhogen naar 538, met een bijhorende toename in vrachtverkeer naar een verwachte 140-180 vrachten per werkdag. Deze uitbreiding zou het verkeer op gemeenteweg Winkelom nog verder belasten, met naar verwachting een stijging van 27% op deze route, terwijl de impact op de N126 relatief beperkt blijft.

  • Tweede toegang via de Hondstraat: Hoewel een tweede toegang via de Hondstraat tot de personeelsparking zou kunnen bijdragen aan een betere spreiding van het personenverkeer, leidt dit ook tot een reductie in parkeerplaatsen (van 237 naar 220). Deze wijziging kan mogelijk de druk op het openbaar domein verhogen als er niet voldoende ruimte op de site is om aan de toekomstige parkeerbehoeften te voldoen.

Ter informatie worden volgende CROW-handleidingen toegevoegd om het aantal parkeerplaatsen te staven: per 100 m² brutovloeroppervlakte bedraagt de autoparkeernorm hier in weinig stedelijk gebied in buitengebied: minimaal 2,1 tot maximaal 2,6 parkeerplaatsen. Het aandeel bezoekers bedraagt hier ongeveer 5%. Dit cijfer is exclusief vrachtwagenparkeren gerekend. Voor het aantal fietsparkeerplaatsen ligt de norm op volgende vork: minimaal 0,6 tot maximaal 0,8 fietsparkeerplaatsen per 100 m² brutovloeroppervlakte.

Het fietsgebruik onder werknemers is toegenomen tot 22%, maar de huidige voorzieningen zijn niet toereikend. De bestaande fietsenstallingen bieden niet voldoende capaciteit, en in de vergunningsaanvraag worden geen nieuwe inpandige, veilige stallingen voorzien in overeenstemming met de richtlijnen vanuit de bouwcode. Bovendien ontbreekt infrastructuur om veilig fietsen langs Winkelom mogelijk te maken.

 

Verkeersdoorstroming en veilige ontsluiting

De slachthuissite bevindt zich in een gebied dat momenteel ontoereikend is ontsloten voor zwaar vrachtverkeer langsheen Winkelom, Seppendijk en/of Hondstraat. De bestaande ontsluitingen via de N126 hebben al een hoge verkeersintensiteit, gezien de tellingen die hebben plaatsgevonden tussen 23 en 30 april 2019 op de toegangsweg en tussen 14 en 21 februari 2020 op de N126 nabij de R14. De ontsluiting via het smalle straatje Winkelom, zonder aparte fietspaden en voetpaden, en met een maximumsnelheid van 70 km/u, is niet geschikt voor een intensieve vrachtstroom, zoals de 100 vrachtbewegingen per werkdag die momenteel plaatsvinden. Hieruit volgt:

  • Veiligheid voor de zachte weggebruikers is niet gegarandeerd. Op Winkelom ontbreekt elke vorm van veilige infrastructurele scheiding voor fietsers en voetgangers, wat conflicten met vrachtverkeer veroorzaakt en de veiligheid niet bevordert.
  • Toenemend vrachtverkeer en privévervoer van de slachthuissite zou niet alleen de wegbelasting op Winkelom doen stijgen (+27% op termijn), maar ook de verkeersdruk in nabijgelegen straten, zoals Seppendijk en Hondstraat, verergeren. Vooral op Seppendijk, waar de tonnagebeperking (3,5 ton) geldt en de weg zeer smal wordt naar de aansluiting met de N126, en op het kruispunt Winkelom met de N126 verhoogt dit risico’s voor de doorstroming en het behoud van verkeersveiligheid.


Inbreuk op de functionele structuur en woonfunctie

De slachthuissite leunt sterk op de lokale weg Winkelom, die als “lokale weg III” geclassificeerd is, wat betekent dat deze enkel geschikt is voor beperkte erf- en woonontsluiting.

De hoge vrachtwagenintensiteit van 23% op Winkelom (tegenover 15% op de gewestweg N126) veroorzaakt hinder voor de omwonenden, in strijd met het statuut van deze weg.

Hoewel er bij voorgaande dossiers en tussentijds bezwaren werden geuit tegen de intensieve vrachtontsluiting via Winkelom, is er geen alternatief ontsluitingsplan ingediend. 

Gezien bovenstaande bevindingen en de bewonersvergadering georganiseerd door het slachthuis ca. 5 jaar geleden en heeft de stad initiatief genomen om bijkomende ontsluiting van de site verder te onderzoeken. Deze voorbereiding is opgestart, eerste voorbereidende schetsen over een nieuwe bedding voor een ontsluitingsweg van het slachthuis zijn getekend en zullen besproken worden met de directie van het slachthuis.

 

Fietsinfrastructuur en beperking van fietsgebruik

Volgens het vademecum fietsvoorzieningen moet het gebruik van de fiets maximaal gestimuleerd worden. In het huidige en toekomstige scenario komt deze eis niet tot zijn recht:

  • Er ontbreken fietspaden en adequate fietsstallingen bij de huidige toegang via Winkelom, en de plannen bieden maar een beperkte oplossing voor deze lacunes. De voorziene fietsvoorzieningen bij de slachthuissite zijn ontoereikend voor de 70 werknemers die de fiets gebruiken, vooral nu een verdere stijging in fietsgebruik waarschijnlijk is bij het aannemen van extra werknemers op korte termijn. 
  • Dienst mobiliteit vraagt inpandige en comfortabele fietsenstallingen voor werknemers, wat momenteel niet is voorzien in het project. Er is enkel één nieuwe fietsenstalling aan de Hondstraat, die niet geheel inpandig en vrij toegankelijk is.

 

Onevenwichtige parkeerbalans en autogebruik

Hoewel de site voldoet aan de parkeerbehoefte voor het huidige aantal personeelsleden, zal een stijging van het aantal werknemers (naar 399 op lange termijn) een verhoogde vraag naar parkeerruimte genereren. Er wordt voorgesteld om het aantal parkeerplaatsen te reduceren door de aanleg van een tweede toegang aan de Hondstraat, wat de parkeerdruk in de buurt kan verhogen, aangezien bij het verminderen van parkeerplaatsen door het creëren van een tweede toegang langs de Hondstraat het aantal parkeerplaatsen is afgetoetst bij het huidig aantal werknemers, met name 215 parkeerplaatsen, en niet bij de toekomstige evolutie in aantal werknemers die erbij zullen komen:

  • Stad Geel OD/ team mobiliteit stelt dat mobiliteitsvraagstukken door toenemend aantal werknemers en toenemend vrachtverkeer op eigen terrein moeten worden opgelost, en dat autogebruik ontmoedigd moet worden door duurzame alternatieven te faciliteren. Het project-MER biedt echter onvoldoende onderbouwing voor de parkeerbalans in relatie tot de te verwachten stijging in verkeer door een toenemend aantal werknemers op korte termijn en lange termijn zonder concrete timing. 
  • De toename van gemotoriseerde bewegingen (naar ca. 900 per werkdag) op de site zal door een beperkte afwikkeling van het autoverkeer en de vervanging van parkeerplaatsen door een tweede toegang in de buurt zorgen voor een hogere parkeerdruk op het openbaar domein bij het verwezenlijken van de lange termijnoplossing (qua toenemend aantal werknemers die met de wagen komen). 

 

Onvoldoende multimodale ondersteuning

Het mobiliteitsplan voorziet geen robuuste alternatieven voor de auto. De nabijheid van de bushalte op de N126, die sinds januari 2024 slechts door één buslijn wordt bediend, doet afbreuk aan het OV-bereik. Dit beperkt de keuzevrijheid voor werknemers en bezoekers van de site, wat in tegenspraak is met het multimodale streefbeeld. Dienst mobiliteit stimuleert multimodale bereikbaarheid door OV, deelmobiliteit, en fietsinfrastructuur, aangevuld met elektrificatie-maatregelen, zoals het creëren van laadpunten voor elektrische fietsen en wagens, maar deze zijn momenteel onvoldoende vertegenwoordigd in het project.

 

Ontbrekende aspecten binnen de mobiliteitsdiscipline van het project-MER

De project-MER ontbreekt in enkele cruciale elementen die essentieel zijn voor een duurzame mobiliteitsoplossing:

  • Alternatieve ontsluitingsroute: Zorg mee voor een directe ontsluitingsroute vanaf de N126 zonder langs Winkelom te rijden over de aanwezige en beschikbare particuliere gronden, naar analogie van de eerdere piste ontsluiting over eigen gronden van het slachthuis naar N71. 
  • Aanpassingen voor de snelheidsregimes op Winkelom (70 km/u) zijn niet opgenomen, echter wel zacht aangehaald, terwijl een verlaging naar 50 km/u logischer en veiliger is gezien het hoge aandeel vrachtverkeer en het feit dat de weg door een woongebied loopt. Het project biedt echter geen aanpassingen aan infrastructuur die noodzakelijk zijn om de verkeersveiligheid voor alle weggebruikers te garanderen.
  • Verkeersbeheersingsmaatregelen voor het vrachtverkeer ontbreken, waaronder het ontbreken van veilige circulatie bij in- en uitritten, een plan voor de spreiding van transport over de dag om congestie te vermijden, en structuren voor wachtruimte zodat vrachtwagens op geen enkel moment zullen moeten blijven wachten op openbaar domein. 
  • Betere alternatieven voor autogebruik en de manier om een modal shift te bewerkstelligen worden niet voorgesteld om het autogebruik te compenseren en de congestie op te vangen.

Stad Geel werkt momenteel aan een ontwerp voor een nieuwe ontsluitingsweg voor de site. De stad neemt deze ontsluitingsweg mee op  met een rioleringsproject (GEL3044) en bovengemeentelijk project 23.212 "verplaatsing overstort slachthuis". De nieuwe wegenis komt er na verschillende pogingen om het verkeer van het slachthuis op een andere manier te ontsluiten en de omliggende wijken niet te belasten. De nieuwe wegenis zou worden aangelegd als permanente afwikkeling voor het verkeer komende van het slachthuis. Zodoende kunnen de zijstraten ingericht worden met een traag karakter. Deze zijstraten worden bovendien geknipt, het gebied wordt via de nieuwe ontsluitingsweg ontsloten (1 kruispunt op de gewestweg). De maximum toegelaten snelheid op de nieuwe ontsluitingsweg zal 50 km/u zijn volgens het huidige ontwerp en hierop zijn geen fietsers of voetgangers toegelaten. 

 

De huidige plannen gaan uit van een aanzienlijke groei van zowel werknemers als vrachtvervoer. Om de volledige impact van deze veranderingen correct in te schatten, moet het volgende worden opgenomen in de MER-analyse:

  • Omdat verkeersdrukte rond de R14, de N126, en het smalle Winkelom kan oplopen, is een simulatie van wachttijden en capaciteit essentieel, met focus op veiligheidsrisico’s en doorstromingsefficiëntie. Hiermee kan ook worden nagegaan of de huidige infrastructuur toekomstbestendig is voor de geplande groei.
  • De MER moet ook inzoomen op de geluidsimpact van het extra vrachtverkeer. Het zwaar vrachtverkeer door een residentiële omgeving heeft aanzienlijke geluidshinder als gevolg. 
  • Er dient een gedetailleerde verkeersanalyse uitgevoerd te worden die rekening houdt met de verwachte stijging van het aantal werknemers, de modale splitsing, en de potentiële effecten op nabijgelegen straten zoals Winkelom en Seppendijk. Deze simulatie zou ook variaties gedurende piekuren moeten weergeven. In de analyse ook de te realiseren ontsluitingsweg voor het slachthuis naar N 126 als scenario mee verwerken. Actieve bijdragen vanuit het slachthuis aan die ontsluitingsmogelijkheid wordt gevraagd.

Volgens de bouwcode is een voldoende en veilig fietsbeleid verplicht voor alle nieuwe ontwikkelingen. Het project mist echter de gewenste ondersteuning voor een fietsgerichte mobiliteitsoplossing. Essentiële aanbevelingen zijn:

  • De huidige fietsenstalling is beperkt en voldoet niet aan de toekomstige behoefte (90 stallingen). Om te voldoen aan de bouwcode dient er minimaal ruimte voor 100 fietsen te zijn. De stallingen moeten inpandig en afsluitbaar zijn, met faciliteiten zoals oplaadpunten voor elektrische fietsen.

De verwachte toename van werknemers en bezoekers plaatst extra druk op de parkeercapaciteit van de slachthuissite en het openbaar domein. Voor een beter beheer van de parkeerbehoefte wordt aanbevolen:

  • Hoewel de geplande vermindering in parkeerplaatsen past binnen het beleid van stedelijke ruimteoptimalisatie, kunnen minder parkeerplaatsen zonder sterke multimodale alternatieven extra parkeerdruk veroorzaken op omliggende gebieden.
  • Het opladen van elektrische voertuigen moet in lijn zijn met de normen uit de bouwcode. Voldoende laadvoorzieningen zijn vereist om aan de toekomstige vraag te voldoen en kunnen verdeeld worden over verschillende zones om efficiënte toegang te garanderen.

De interacties tussen het vrachtverkeer van de slachthuissite en de verkeersstromen op de N126 en Winkelom vereisen maatregelen voor een veiligere verkeersafwikkeling. Aanvullende veiligheidsvoorzieningen zijn:

  • Op Winkelom zijn duidelijk zichtbare in- en uitritten noodzakelijk om conflicten tussen vrachtverkeer en andere weggebruikers te minimaliseren. De aansluitingen moeten ontworpen worden voor een vlotte en veilige doorstroom.
  • Wachtrijen van vrachtwagens op de openbare weg vormen een ernstig veiligheidsrisico, vooral wanneer deze zich op smalle toegangswegen bevinden. Alle wachtzones moeten buiten het openbaar domein worden voorzien om hinder en risico’s te minimaliseren.

Advies: ongunstig

 

Op 4 november 2025 werd het advies ontvangen van stad Geel, dienst Openbaar Domein, team grijs

Voor de beoordeling van de private riolering, zowel afvoer van afvalwater als afvoer van hemelwater, verwijzen we naar het advies van Aquafin. De voorwaarden die beschreven staan in het adviesrapport van Aquafin moeten gevolgd worden.

Advies: voorwaardelijk gunstig

 

  1. Project-MER

De aanvraag heeft betrekking op een project als vermeld in bijlage II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten, onderworpen aan milieueffectrapportage (7f Installaties voor het slachten van dieren met een verwerkingscapaciteit van 30.000 ton levend gewicht per jaar of meer). De exploitant voegde het ontwerp van milieueffectrapport bij de aanvraag. De administratie bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage heeft het milieueffectrapport nog niet voorlopig goed- of afgekeurd.

 

  1. Inhoudelijke beoordeling van het dossier door de gemeentelijke omgevingsambtenaar

Wegenis

Het perceel is gelegen langsheen een gemeenteweg (Winkelom).

 

Art. 4.3.5.§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie «wonen», «verblijfsrecreatie», dagrecreatie, met inbegrip van sport, detailhandel, dancing, restaurant en café, kantoorfunctie, dienstverlening, vrije beroepen, industrie, bedrijvigheid, «gemeenschapsvoorzieningen» of «openbare nutsvoorzieningen», kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken. Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

§ 3. In het geval de opdrachtgever instaat voor zowel het bouwen van de gebouwen als de verwezenlijking van de voor het project noodzakelijke wegeniswerken, of in het geval de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen of een overheid de wegenis aanbesteedt, kan de omgevingsvergunning voor de gebouwen worden afgeleverd zodra de omgevingsvergunning voor de wegeniswerken is verleend. Het vergunningverlenende bestuursorgaan kan in dat geval een afdoende financiële waarborg voor de uitvoering van de wegeniswerken eisen.

§ 4. De voorwaarde, vermeld in § 1, is niet van toepassing :

1° in verkavelingen waar geen of beperktere lasten op het vlak van de weguitrusting zijn opgelegd;

2° voor land- of tuinbouwbedrijven en voor bedrijfswoningen van een land- of tuinbouwbedrijf;

3° op het verbouwen, herbouwen of uitbreiden van bestaande constructies.

 

Watertoets

Volgens artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 en latere wijzigingen betreffende het integraal waterbeleid dient de aanvraag onderworpen te worden aan de watertoets. Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 en latere wijzigingen stelt nadere regels vast voor de toepassing van de watertoets. De aanvraag werd getoetst aan de kenmerken van het watersysteem, aan de relevante doelstellingen en beginselen van artikel 5, 6 en 7 van het decreet integraal waterbeleid, en aan de bindende bepalingen van het (deel)bekkenbeheerplan.

Het perceel gelegen te Geel, Afdeling 3, Sectie K, nrs. 327B, 120S, 334E, 120P en 328C2 is gelegen langs en stroomt af naar de Molse Nete, een onbevaarbare waterloop van 1ste categorie die beheerd wordt door de Vlaamse Milieumaatschappij. De locatie is volgens de watertoetskaarten gedeeltelijk overstromingsgevoelig, maar niet ter hoogte van de plaatsing van de geluidschermen.

Mogelijke schadelijke effecten voor het water zouden kunnen ontstaan door wijziging van de kwaliteit van het oppervlaktewater of het grondwater, wijziging van infiltratie naar het grondwater, wijziging van de grondwatervoorraden en het grondwaterstromingspatroon, wijziging van het overstromingsregime, het afvoergedrag of de structuurkwaliteit van de waterloop, en wijziging van waterafhankelijke natuur.

De vergunningverlenende overheid heeft de nodige adviezen opgevraagd en zal de watertoets verder beoordelen.

 

Milieuaspecten

Algemene bemerkingen

Voorliggend advies heeft betrekking op PIV5 van de aanvraag m.b.t. de hernieuwing, uitbreiding en verandering (actualisatie) van omgevingsvergunning (iioa) van het Slachthuis Geel NV (incl. Norenca NV). Enkel die aspecten die betrekking hebben op de wijzigingen die via PIV5 aangebracht worden in de aanvraag, vormen het voorwerp van voorliggend advies.

Rubriek 45

Uit het bijgevoegde project-MER kan afgeleid worden dat de huidige maximumcapaciteit van de slachtlijn 5.000 kalveren per week bedraagt. De maximumcapaciteit van de slachtlijn bedraagt dus 5.000 x 52 = 260.000 slachtdieren/jaar wat lager is dan de gevraagde 265.980 slachtdieren/jaar. Het lijkt aangewezen om hierover verduidelijking te vragen aan de exploitant.

Het is bovendien niet duidelijk hoeveel van deze maximale beschikbare slacht- en verwerkingscapaciteit momenteel ingenomen wordt (= actuele, gekende situatie met de hierbij horende gekende milieu- en hinderaspecten).

In het project-MER is opgenomen dat er in de slachthuis-gedeelte gewerkt wordt van 5-14u ( = 8 uren) en dat de kalveren worden geslacht aan een tempo van 50 à 100 per uur, teneinde een optimale kwaliteit te kunnen garanderen. Uitgaande van deze gegevens kan berekend worden dat er per dag 400 à 800 kalveren en per week 1.500 à 3.000 kalveren geslacht worden (de exploitant geeft aan dat er geen slachtactiviteiten plaats vinden tijdens het weekend). De actuele slachtcapaciteit lijkt aanzienlijk lager dan de gewenste slachtcapaciteit.

Het is aangewezen dat de exploitant in de aanvraag ook een dergelijke berekening uitvoert voor de actuele verwerkingscapaciteit.

In het project-MER wordt aangegeven dat de aanvraag betrekking heeft op actualisatie van de slachtcapaciteit (aangezien de slachtlijnen voor varkens en runderen werden stopgezet) en dat de wijziging betrekking heeft op het vervangen van de stoomketels en bijhorende stookinstallaties van Slachthuis Geel NV. Rekening houdende met hogerstaande berekening lijkt de aanvraag, ten minste voor wat betreft de slachtcapaciteit, een aanzienlijke verhoging ten opzichte van de actuele slachtcapaciteit in te houden.

Vermits ten minste een aantal van de onderzochte milieu- en hinderaspecten (o.a. m.b.t. beoordeling van geur p. 112 en m.b.t. geluid p. 281) in het project-MER uitgaan van de actuele situatie als gewenste/geplande situatie en dus de gewenste milieu- en hinderaspecten niet afdoende onderzocht lijken voor een aantal disciplines, kan het aangewezen zijn om bij eventuele vergunningverlening de max. slacht- en verwerkingscapaciteit te beperken tot deze in de actuele situatie. Indien de exploitant in de toekomst de slacht- en verwerkingscapaciteit wenst op te drijven ten opzichte van de huidige, actuele situatie, lijkt het aangewezen dat dit het voorwerp uitmaakt van nieuwe omgevingsvergunningsaanvra(a)g(en) waarbij de verschillende milieu- en hindereffecten van de gewenste situatie op oordeelkundige wijze onderzocht worden in de aanvraag en in het project-MER. Bovendien blijken een aantal hinderaspecten (geur, geluid, mobiliteit) in de actuele, gekende situatie reeds aanzienlijke effecten met zich mee te brengen. Ook vanuit dit oogpunt kan het aangewezen zijn om de max. te vergunnen slacht- en verwerkingscapaciteit te beperken tot de actuele capaciteit en om de gewenste veranderingen via toekomstige omgevingsvergunningsaanvra(a)g(en) met een onderbouwde beoordeling van de betrokken milieu- en hindereffecten met de gegevens die op dat moment beschikbaar zijn, in te dienen.

 

Water

Uit het advies van Aquafin

De voorwaarden uit het advies van Aquafin d.d. 4 november 2025 betreffende het luik ingedeelde inrichtingen worden meegenomen:

De aanvrager dienst voor vernoemd lozingspunt 2 afvalwater en hemelwater op eigen terrein te ontdubbelen uiterlijk op het moment dat er gescheiden stelsel in de straat wordt aangelegd (huidige prognose uitvoering rioleringsproject = 2027-2028).

De aanvrager dient voor vernoemde lozingspunten 2, 3 en 4 randvoorzieningen te realiseren conform GSV (cijfers opgenomen in bovenstaand advies) teneinde de afstroom naar het openbaar domein te milderen. In geval van infiltratie spreken we van 452 m³ infiltratievolume en 1096 m² oppervlakte, in geval van buffering spreken we van 589 m³ buffervolume en max. 7 l/s doorvoer.

De aanvrager dient bij voorkeur een hemelwaterstudie op te maken waarbij o.a. worden bekeken:

  • de mogelijkheid tot hergebruik van hemelwater op de site
  • hoe de scheiding van hemelwater en afvalwater bij voorkeur wordt gerealiseerd
  • het samenbrengen van afstroomzones RWA naar een centrale randvoorziening of lokale voorzieningen
  • welke voorzieningen kunnen gerealiseerd worden rekening houdend met resultaten van infiltratieproeven, grondwatermonitoring

De aanvrager dient de resultaten van deze studie + een duidelijk rioleringsplan voor te leggen aan de stad Geel alvorens tot uitvoering over te gaan van afkoppeling en realisatie randvoorzieningen

Bedrijfsafvalwater

Hier lijkt het aangewezen om het advies van VMM, inzake de gevraagde rubrieken 3.4.2 en 3.6.3.2 en de gevraagde bijzondere lozingsnormen bij te treden, gelet op hun expertise ter zake.

Grondwater

Geen bemerkingen.

Duurzaam watergebruik

Zie bemerkingen/voorstellen voor bijzondere voorwaarden in het voorgaande advies:

Er wordt enkel gebruik gemaakt van leidingwater. In het project-MER wordt ingeschat dat voor ca. 521 m³/dag en 135.420 m³/jaar gebruik zou kunnen gemaakt worden van laagwaardig water. Het globale waterverbruik wordt ingeschat als 1.720 m³/dag en 446.600 m³/jaar. Ca. 30% van het globale waterverbruik in de productie zou via laagwaardig water kunnen ingevuld worden. Eenzelfde percentage zou kunnen ingevuld worden voor de huishoudelijke toepassingen. Gezien het afvalwater te beperkt wordt gezuiverd is recupwater geen optie en is enkel hemelwater een mogelijke alternatieve bron i.p.v. hoogwaardig leidingwater.

Het hemelwater wordt momenteel niet opgevangen. Bovendien ontvangen de lozingspunten voor hemelwater zowel dak als verharding zodat moet geëvalueerd worden of het hemelwater van de verhardingen ook kan gebruikt worden en/of er mogelijkheden zijn om de daken apart af te koppelen. Al deze scenario’s brengen de nodige kosten en technische uitdagingen met zich mee. Dat geldt ook voor de installatie van aparte toevoer van opgevangen hemelwater naar de locaties met laagwaardige toepassingen.

Uit het project-MER blijkt dat verder studiewerk naar het potentieel gebruik van hemelwater aangewezen is. Dit dient zich in de eerste plaats te bestaan uit studiewerk naar de mogelijke toepassingen en de betreffende volumes en pas in tweede instantie naar de aan te koppelen oppervlaktes en te voorziene buffervolumes. Omdat het een bestaande situatie betreft, wordt de beoordeling van het effect ‘kwantitatieve impact op de waterloop (Molse Nete)’ als relevant beschouwd en zijn milderende maatregelen slechts op middellange termijn voor te stellen, volgens het project-MER.

 Het lijkt aangewezen om verder studiewerk + timing op te nemen als bijzondere voorwaarde bij eventuele vergunningverlening.

In aansluiting van de studie naar het potentieel gebruik van hemelwater dient verder onderzocht te worden of en hoe het niet nuttig ingezette hemelwater kan worden geïnfiltreerd in de bodem. Ook dit brengt de nodige uitdagingen met zich mee: dikwijls moet er worden gepompt gezien de diepte van de leidingen. Bovendien liggen de voor infiltratie beschikbare groenzones niet steeds daar waar het hemelwater wordt naar afgevoerd. Ook dit zal deel moeten uitmaken van een grondigere studie.

Enkel indien infiltratie geen optie is, dient, volgens de Vlarem-voorschriften, te worden overgegaan op een buffering met vertraagde afvoer om de impact op de ontvangende waterloop te reduceren bij hevige neerslag.

Wat betreft het hemelwater, wordt in het project-MER voorgesteld om binnen een termijn van twee jaar na de verlening van de hervergunning verder studiewerk te laten verrichten voor de optimalisatie hiervan: hergebruik, infiltratie en pas als laatste vertraagde afvoer.

m.b.t. de gevraagde rubriek 3.4.2 (klasse 2, advies VMM) en rubriek 3.6.3.2 (klasse 2, advies VMM) lijkt het aangewezen om het advies van VMM bij te treden, gelet op hun expertise ter zake;

m.b.t. duurzaam watergebruik: binnen een termijn van twee jaar na de verlening van de hervergunning verder studiewerk te laten verrichten voor de optimalisatie m.b.t. hergebruik, infiltratie en pas als laatste vertraagde afvoer van hemelwater;

Verder dient er op gewezen te worden dat de noodzaak voor een verdere uitwerking van het hemelwaterplan reeds werd aangegeven in het scopingsadvies bij het MER, alsook in het eerdere advies van het CBS. De gegevens betreffende infiltratie en buffering zijn onontbeerlijk in het kader van een lopend project van de Stad Geel. Het is dan ook wenselijk de vergunningverlenende overheid te verzoeken een hemelwaterbuffering van 589 m³ op te leggen. (zie advies Aquafin d.d. 4/11/2025)

 

Lucht
Eerder advies van het CBS:

m.b.t. luchtemissies:

  • het is aangewezen om in het project-MER bij elke stookinstallatie aan te geven welke brandstof gebruikt wordt en dat er, indien van toepassing, ook de emissies van SO2 gemeten worden (indien stookoliegestookt);
  • het is aanbevolen om bij vervangen van de stookinstallaties low-NOx branders te voorzien;

m.b.t. geuremissies:

  • in de gewenste situatie zal de slachtcapaciteit kalveren volledig opgevuld worden. De exploitant dient te verduidelijken of dit een impact heeft op de tijd waarin de kalveren aanwezig zullen zijn in de stallen, m.a.w. of dit overeenstemt met een volledige bezetting van de stallen tijdens de uren dat dit momenteel mogelijk is – of worden deze uren opgedreven? Indien de uren opgedreven worden, dient dit ingebracht te worden in het geurmodel;
  • verderzetting van de maatregelen die in het verleden werden genomen om geurhinder naar de omgeving te beperken;
  • de voorgestelde milderende maatregelen uit het project-MER opgenomen worden als bijzondere voorwaarden bij eventuele vergunningverlening:
    • laden en lossen kalveren strikt inplannen zodat de kalveren zo kort mogelijk in de stallen moeten verblijven;
    • poorten stal Vilatca zoveel mogelijk gesloten houden;
    • stallen regelmatig poetsen zodat de geur van mest beperkt wordt;
  • geurbeheersplan dient opgevolgd te worden en actueel gehouden te worden; uitvoeren van een bijkomende snuffelcampagne
  • om het effect van deze maatregelen in kaart te brengen;
  • bestuderen of de ruimte van de WZI waar de slibcontainer staat, kan vergroot worden zodat de poort van het gebouw niet continu geopend staat;
  • slachtafval kan niet worden getransporteerd in open containers

m.b.t. klachtenopvolging:

  • de stad Geel wenst op de hoogte te worden gehouden van de stand van zaken met betrekking tot de opgelegd bijzondere voorwaarden en de inhoud van het klachtenregister
  • bij calamiteiten en onvoorziene omstandigheden dient de stad Geel door de exploitant in kennis te worden gesteld zodat de stad op de hoogte is van de situatie indien er klachten zouden geuit worden.

Verder dient opgemerkt te worden dat bij de beoordeling van de geureffecten in de gewenste situatie uitgegaan wordt van de huidige, actuele situatie. Vermits de gewenste situatie uitgaat van de max. slacht- en verwerkingscapaciteit en deze momenteel slechts voor een deel ingevuld wordt, lijkt de gewenste situatie niet gelijk aan de huidige, actuele situatie (zie ook hogerstaande algemene bemerkingen). Het lijkt aangewezen om deze bemerking voor te leggen aan de POVC.

 

Mobiliteit

Eerder advies van het CBS:

  • het is aangewezen om (nog) meer in te zetten op meer duurzame vervoerswijzen van het personeel;
  • de veranderingen kunnen enkel worden toegelaten na het doorvoeren van structurele wijzigingen, om de mobiliteitsdruk (zowel van het woon-werkverkeer als het zware verkeer) op de omgeving te verlagen en tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen, kan er een toename van de transporten worden toegelaten. De structurele maatregelen dienen in samenspraak met de stad Geel te worden beslist en uitgevoerd.

In de aanvraag en in het project-MER worden, voor het mobiliteitsaspect, lange termijn effecten begroot. Deze lange termijneffecten gaan ongetwijfeld gepaard met een grotere vereiste slachtcapaciteit en verwerkingscapaciteit van het slachthuis (rubriek 45) en met een verhoging van de geloosde (jaar)debieten van afvalwater (onder meer afkomstig van het reinigen van de vrachtwagens) (rubriek 3) ten opzichte van de huidige, actuele situatie. Aan de exploitant dient gevraagd te worden of hiermee reeds rekening gehouden werd in de gevraagde tonnages en debieten m.b.t. rubriek 45 en rubriek 3. Het lijkt aangewezen dat de exploitant in de aanvraag verduidelijkt hoeveel de huidige, actuele slachtcapaciteit en verwerkingscapaciteit van het slachthuis bedraagt, vermits deze niet meer overeenstemt met de vergunde situatie (zie ook algemene bemerkingen).

Omwille van de aanzienlijke hinderaspecten m.b.t. mobiliteit op lange termijn kan het aangewezen zijn om de gevraagde slacht- en verwerkingscapaciteit te beperken tot de gekende actuele situatie en dat de lange termijn veranderingen het voorwerp dienen uit te maken van latere vergunningsaanvra(a)g(en) die op dat moment, op basis van de op dat moment beschikbare en gekende informatie, beoordeeld dienen te worden, o.a. wat betreft het mobiliteitsaspect (zie ook algemene bemerkingen).

Uit het interne advies van de dienst mobiliteit betreffenden het project-MER worden de volgende aspecten meegenomen:

  • De huidige fietsenstalling is beperkt en voldoet niet aan de toekomstige behoefte (90 stallingen). Om te voldoen aan de bouwcode dient er minimaal ruimte voor 100 fietsen te zijn. De stallingen moeten inpandig en afsluitbaar zijn, met faciliteiten zoals oplaadpunten voor elektrische fietsen.
  • Hoewel de geplande vermindering in parkeerplaatsen past binnen het beleid van stedelijke ruimteoptimalisatie, kunnen minder parkeerplaatsen zonder sterke multimodale alternatieven extra parkeerdruk veroorzaken op omliggende gebieden.
  • Het opladen van elektrische voertuigen moet in lijn zijn met de normen uit de bouwcode. Voldoende laadvoorzieningen zijn vereist om aan de toekomstige vraag te voldoen en kunnen verdeeld worden over verschillende zones om efficiënte toegang te garanderen.
  • Het mobiliteitsplan voorziet geen robuuste alternatieven voor de auto. De nabijheid van de bushalte op de N126, die sinds januari 2024 slechts door één buslijn wordt bediend, doet afbreuk aan het OV-bereik. Dit beperkt de keuzevrijheid voor werknemers en bezoekers van de site, wat in tegenspraak is met het multimodale streefbeeld. Dienst mobiliteit stimuleert multimodale bereikbaarheid door OV, deelmobiliteit, en fietsinfrastructuur, aangevuld met elektrificatie-maatregelen, zoals het creëren van laadpunten voor elektrische fietsen en wagens, maar deze zijn momenteel onvoldoende vertegenwoordigd in het project.
  • Op Winkelom zijn duidelijk zichtbare in- en uitritten noodzakelijk om conflicten tussen vrachtverkeer en andere weggebruikers te minimaliseren. De aansluitingen moeten ontworpen worden voor een vlotte en veilige doorstroom.
  • Wachtrijen van vrachtwagens op de openbare weg vormen een ernstig veiligheidsrisico, vooral wanneer deze zich op smalle toegangswegen bevinden. Alle wachtzones moeten buiten het openbaar domein worden voorzien om hinder en risico’s te minimaliseren.
  • Stad Geel werkt momenteel aan een ontwerp voor een nieuwe ontsluitingsweg voor de site. De stad neemt deze ontsluitingsweg mee op  met een rioleringsproject (GEL3044) en bovengemeentelijk project 23.212 "verplaatsing overstort slachthuis". De nieuwe wegenis komt er na verschillende pogingen om het verkeer van het slachthuis op een andere manier te ontsluiten en de omliggende wijken niet te belasten. De nieuwe wegenis zou worden aangelegd als permanente afwikkeling voor het verkeer komende van het slachthuis. Zodoende kunnen de zijstraten ingericht worden met een traag karakter. Deze zijstraten worden bovendien geknipt, het gebied wordt via de nieuwe ontsluitingsweg ontsloten (1 kruispunt op de gewestweg). De maximum toegelaten snelheid op de nieuwe ontsluitingsweg zal 50 km/u zijn volgens het huidige ontwerp en hierop zijn geen fietsers of voetgangers toegelaten. 

Geluid

Uit de aanvraag kan niet eenduidig afgeleid worden of er in de geluidsoverdrachtsmodel rekening gehouden werd met de lange termijneffecten m.b.t. mobiliteit (intern transport; laden en lossen van vee).

Verder blijft volgende bemerking uit het advies van het CBS behouden:

  • de voorgestelde milderende maatregelen uit het project-MER opgenomen worden als bijzondere voorwaarden bij eventuele vergunningverlening:
  • Poort machinekamer -10 dB zodat minimum R’w_door van 40 dB;
  • Wand machinekamer -10 dB d.m.v. voorzetwanden. Dit moet nog in detail bestudeerd worden. De detailstudie kan starten in januari 2026 en de uitvoering kan voltooid worden tegen 31/12/2027;
  • Hoge condensors -10 dB door ofwel de condensor te vervangen door een stiller type ofwel door alle bestaande ventilatoren simultaan aan te sturen en te regelen via een frequentieregeling. In de periode van de nachts mag de frequentieregeling maximaal afgesteld worden op een halvering van het maximum toerental (met alle ventilatoren tegelijk samen). Dit zorgt voor een akoestisch winst van ongeveer 10 dB;
  • Uitblaas 1 & 2 – plaatsing van geluidsdemper met minimum demping van 10 dB;
  • Plaatsing van geluidschermen van 3m hoogte aan weerszijden van de op- en afrit ter hoogte van Winkelom en aan de noordzijde van de ontsluiting van de personeelsparking aan de Hondstraat en/of eventuele verplaatsing van de toegangsweg voor bestelwagens en vrachtwagens (ontwikkelingsscenario project-MER) na aftoetsing op veiligheid;
  • Hernemen van eerdere bijzondere voorwaarde m.b.t. tot de opmaak, uitvoering en regelmatige evaluatie van een geluidsbeheersplan als onderdeel van een milieubeheersysteem;
  • De exploitant verduidelijkt of er geladen vrachtwagens of bestelwagens, waarbij de koelgroep in werking is, zullen geparkeerd worden op de bedrijfssite. In dat geval dienen deze geparkeerde vracht- of bestelwagens met koelgroep in werking, als afzonderlijke geluidsbron opgenomen worden in het project-MER.

In ieder geval dient de exploitant gewezen te worden op de bepalingen in artikel 5.15.0.6 § 2 van Vlarem II waarin gesteld wordt dat de exploitant de nodige maatregelen moet nemen om de buurt niet te hinderen door geluid en trillingen veroorzaakt door de werking van koelinstallaties op geparkeerde voertuigen. Hiertoe dient in zonderheid tussen een niet in een gesloten lokaal ingerichte parkeerplaats en elke naburige woning een ruimtelijke scheiding te bestaan van tenminste 50 m; bij werking van koelinstallaties op geparkeerde motorvoertuigen dient daarenboven tussen de parkeerplaats en de naburige woningen gelegen binnen een straal van 100 m een geluidsdempend bufferscherm voorzien; Andere maatregelen die gelijkwaardige waarborgen om de buurt te vrijwaren van geluid- en trillingshinder bieden, zijn eveneens toegelaten.

 

Biodiversiteit

De exploitatie ligt vlakbij habitatrichtlijngebied en VEN/IVON-gebied (dat nagenoeg volledig samenvalt met habitatrichtlijngebied in de nabijheid van de exploitatie) en op ca. 6,4 km van vogelrichtlijngebied.

Passende beoordeling en verscherpte natuurtoets

Hier is het aangewezen om het advies van ANB, die optreedt als adviesverlenende instantie bij te treden, gelet op hun expertise ter zake.

Bodem

Geen bijkomende bemerkingen.

 

Conclusie

Het lijkt aangewezen om via de POVC aan de exploitant te vragen om de actuele slacht- en verwerkingscapaciteit, die niet lijkt overeen te komen met de gevraagde slacht- en verwerkingscapaciteit, te verduidelijken. Overwegende dat de milieu- en hindereffecten in de gewenste, te vergunnen situatie niet ten gronde werd onderzocht voor elke discipline (o.a. niet voor geur en geluid) en overwegende dat de mobiliteitseffecten die gepaard gaan met de gevraagde, te vergunnen slacht- en verwerkingscapaciteit aanzienlijke effecten met zich meebrengen en het mobiliteitsaspect in de huidige, gekende situatie reeds aanzienlijke hinder met zich meebrengt, kan het aangewezen zijn om de te vergunnen slacht- en verwerkingscapaciteit te beperken tot deze van de actuele, huidige situatie.

 

Advies ingedeelde inrichtingen en activiteiten

De voorwaarden uit het eerdere advies blijven behouden:

Uitgaande van de gegevens opgenomen in het aanvraagdossier en rekening houdende met bovenstaande bemerkingen dient deze vergunningsaanvraag voor het onderdeel ‘ingedeelde inrichting of activiteit’ te worden geadviseerd als ongunstig voor de gevraagde veranderingen en voorwaardelijk gunstig voor de hernieuwing op voorwaarde dat:

m.b.t. de gevraagde rubriek 3.4.2 (klasse 2, advies VMM) en rubriek 3.6.3.2 (klasse 2, advies VMM):

  • lijkt het aangewezen om het advies van VMM bij te treden, gelet op hun expertise ter zake;

m.b.t. biodiversiteit:

  • uit het advies van ANB blijkt dat het project geen betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone veroorzaakt en dat het project geen onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN veroorzaakt;

m.b.t. luchtemissies:

  • het is aangewezen om in het project-MER bij elke stookinstallatie aan te geven welke brandstof gebruikt wordt en dat er, indien van toepassing, ook de emissies van SO2 gemeten worden (indien stookoliegestookt);
  • het is aanbevolen om bij vervangen van de stookinstallaties low-NOx branders te voorzien;

m.b.t. geuremissies:

  • in de gewenste situatie zal de slachtcapaciteit kalveren volledig opgevuld worden. De exploitant dient te verduidelijken of dit een impact heeft op de tijd waarin de kalveren aanwezig zullen zijn in de stallen, m.a.w. of dit overeenstemt met een volledige bezetting van de stallen tijdens de uren dat dit momenteel mogelijk is – of worden deze uren opgedreven? Indien de uren opgedreven worden, dient dit ingebracht te worden in het geurmodel;
  • verderzetting van de maatregelen die in het verleden werden genomen om geurhinder naar de omgeving te beperken;
  • de voorgestelde milderende maatregelen uit het project-MER opgenomen worden als bijzondere voorwaarden bij eventuele vergunningverlening:
    • laden en lossen kalveren strikt inplannen zodat de kalveren zo kort mogelijk in de stallen moeten verblijven;
    • poorten stal Vilatca zoveel mogelijk gesloten houden;
    • stallen regelmatig poetsen zodat de geur van mest beperkt wordt;
    • geurbeheersplan dient opgevolgd te worden en actueel gehouden te worden; uitvoeren van een bijkomende snuffelcampagne om het effect van deze maatregelen in kaart te brengen;
    • bestuderen of de ruimte van de WZI waar de slibcontainer staat, kan vergroot worden zodat de poort van het gebouw niet continu geopend staat;
  • slachtafval kan niet worden getransporteerd in open containers

m.b.t. klachtenopvolging:

  • de stad Geel wenst op de hoogte te worden gehouden van de stand van zaken met betrekking tot de opgelegd bijzondere voorwaarden en de inhoud van het klachtenregister
    • bij calamiteiten en onvoorziene omstandigheden dient de stad Geel door de exploitant in kennis te worden gesteld zodat de stad op de hoogte is van de situatie indien er klachten zouden geuit worden.

m.b.t. mobiliteit:

  • het is aangewezen om (nog) meer in te zetten op meer duurzame vervoerswijzen van het personeel;
  • de veranderingen kunnen enkel worden toegelaten na het doorvoeren van structurele wijzigingen, om de mobiliteitsdruk (zowel van het woon-werkverkeer als het zware verkeer) op de omgeving te verlagen en tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen, kan er een toename van de transporten worden toegelaten. De structurele maatregelen dienen in samenspraak met de stad Geel te worden beslist en uitgevoerd.

m.b.t. geluid:

  • de voorgestelde milderende maatregelen uit het project-MER opgenomen worden als bijzondere voorwaarden bij eventuele vergunningverlening:
    • Poort machinekamer -10 dB zodat minimum R’w_door van 40 dB;
    • Wand machinekamer -10 dB d.m.v. voorzetwanden. Dit moet nog in detail bestudeerd worden. De detailstudie kan starten in januari 2026 en de uitvoering kan voltooid worden tegen 31/12/2027;
    • Hoge condensors -10 dB door ofwel de condensor te vervangen door een stiller type ofwel door alle bestaande ventilatoren simultaan aan te sturen en te regelen via een frequentieregeling. In de periode van de nachts mag de frequentieregeling maximaal afgesteld worden op een halvering van het maximum toerental (met alle ventilatoren tegelijk samen). Dit zorgt voor een akoestisch winst van ongeveer 10 dB;
    • Uitblaas 1 & 2 – plaatsing van geluidsdemper met minimum demping van 10 dB;
  • Hernemen van eerdere bijzondere voorwaarde m.b.t. tot de opmaak, uitvoering en regelmatige evaluatie van een geluidsbeheersplan als onderdeel van een milieubeheersysteem;
  • De exploitant verduidelijkt of er geladen vrachtwagens of bestelwagens, waarbij de koelgroep in werking is, zullen geparkeerd worden op de bedrijfssite. In dat geval dienen deze geparkeerde vracht- of bestelwagens met koelgroep in werking, als afzonderlijke geluidsbron opgenomen worden in het project-MER.

Het eerdere advies wordt aangevuld met:

  • Het lijkt aangewezen om via de POVC aan de exploitant te vragen om de actuele slacht- en verwerkingscapaciteit, die niet lijkt overeen te komen met de gevraagde slacht- en verwerkingscapaciteit, te verduidelijken. Overwegende dat de milieu- en hindereffecten in de gewenste, te vergunnen situatie niet ten gronde werd onderzocht voor elke discipline (o.a. niet voor geur en geluid) en overwegende dat de mobiliteitseffecten die gepaard gaan met de gevraagde, te vergunnen slacht- en verwerkingscapaciteit aanzienlijke effecten met zich meebrengen en het mobiliteitsaspect in de huidige, gekende situatie reeds aanzienlijke hinder met zich meebrengt, kan het aangewezen zijn om de te vergunnen slacht- en verwerkingscapaciteit te beperken tot deze van de actuele, huidige situatie.
  • Binnen een termijn van twee jaar na de verlening van de hervergunning verder studiewerk te laten verrichten voor de optimalisatie m.b.t. hergebruik, infiltratie en pas als laatste vertraagde afvoer van hemelwater;
  • De voorwaarden van Aquafin:
    • De aanvrager dienst voor vernoemd lozingspunt 2 afvalwater en hemelwater op eigen terrein te ontdubbelen uiterlijk op het moment dat er gescheiden stelsel in de straat wordt aangelegd (huidige prognose uitvoering rioleringsproject = 2027-2028).
    • De aanvrager dient voor vernoemde lozingspunten 2, 3 en 4 randvoorzieningen te realiseren conform GSV (cijfers opgenomen in bovenstaand advies) teneinde de afstroom naar het openbaar domein te milderen. In geval van infiltratie spreken we van 452 m³ infiltratievolume en 1096 m² oppervlakte, in geval van buffering spreken we van 589 m³ buffervolume en max. 7 l/s doorvoer.
    • De aanvrager dient bij voorkeur een hemelwaterstudie op te maken waarbij o.a. worden bekeken:
      • de mogelijkheid tot hergebruik van hemelwater op de site
      • hoe de scheiding van hemelwater en afvalwater bij voorkeur wordt gerealiseerd
      • het samenbrengen van afstroomzones RWA naar een centrale randvoorziening of lokale voorzieningen
      • welke voorzieningen kunnen gerealiseerd worden rekening houdend met resultaten van infiltratieproeven, grondwatermonitoring
    • De aanvrager dient de resultaten van deze studie + een duidelijk rioleringsplan voor te leggen aan de stad Geel alvorens tot uitvoering over te gaan van afkoppeling en realisatie randvoorzieningen
  • De volgende elementen uit het intern advies van de dienst mobiliteit:
    • De huidige fietsenstalling is beperkt en voldoet niet aan de toekomstige behoefte (90 stallingen). Om te voldoen aan de bouwcode dient er minimaal ruimte voor 100 fietsen te zijn. De stallingen moeten inpandig en afsluitbaar zijn, met faciliteiten zoals oplaadpunten voor elektrische fietsen.
    • Hoewel de geplande vermindering in parkeerplaatsen past binnen het beleid van stedelijke ruimteoptimalisatie, kunnen minder parkeerplaatsen zonder sterke multimodale alternatieven extra parkeerdruk veroorzaken op omliggende gebieden.
    • Het opladen van elektrische voertuigen moet in lijn zijn met de normen uit de bouwcode. Voldoende laadvoorzieningen zijn vereist om aan de toekomstige vraag te voldoen en kunnen verdeeld worden over verschillende zones om efficiënte toegang te garanderen.
    • Het mobiliteitsplan voorziet geen robuuste alternatieven voor de auto. De nabijheid van de bushalte op de N126, die sinds januari 2024 slechts door één buslijn wordt bediend, doet afbreuk aan het OV-bereik. Dit beperkt de keuzevrijheid voor werknemers en bezoekers van de site, wat in tegenspraak is met het multimodale streefbeeld. Dienst mobiliteit stimuleert multimodale bereikbaarheid door OV, deelmobiliteit, en fietsinfrastructuur, aangevuld met elektrificatie-maatregelen, zoals het creëren van laadpunten voor elektrische fietsen en wagens, maar deze zijn momenteel onvoldoende vertegenwoordigd in het project.
    • Op Winkelom zijn duidelijk zichtbare in- en uitritten noodzakelijk om conflicten tussen vrachtverkeer en andere weggebruikers te minimaliseren. De aansluitingen moeten ontworpen worden voor een vlotte en veilige doorstroom.
    • Wachtrijen van vrachtwagens op de openbare weg vormen een ernstig veiligheidsrisico, vooral wanneer deze zich op smalle toegangswegen bevinden. Alle wachtzones moeten buiten het openbaar domein worden voorzien om hinder en risico’s te minimaliseren.
    • Stad Geel werkt momenteel aan een ontwerp voor een nieuwe ontsluitingsweg voor de site. De stad neemt deze ontsluitingsweg mee op  met een rioleringsproject (GEL3044) en bovengemeentelijk project 23.212 "verplaatsing overstort slachthuis". De nieuwe wegenis komt er na verschillende pogingen om het verkeer van het slachthuis op een andere manier te ontsluiten en de omliggende wijken niet te belasten. De nieuwe wegenis zou worden aangelegd als permanente afwikkeling voor het verkeer komende van het slachthuis. Zodoende kunnen de zijstraten ingericht worden met een traag karakter. Deze zijstraten worden bovendien geknipt, het gebied wordt via de nieuwe ontsluitingsweg ontsloten (1 kruispunt op de gewestweg). De maximum toegelaten snelheid op de nieuwe ontsluitingsweg zal 50 km/u zijn volgens het huidige ontwerp en hierop zijn geen fietsers of voetgangers toegelaten. 

 

 

Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening

Toetsing aan de beoordelingsgronden van artikel 4.3.1§2 van VCRO:

 

Functionele inpasbaarheid

De geluidsmuur ter hoogte van Winkelom 60 wordt voorzien op de perceelsgrens. De constructie komt deels in woongebied met landelijk karakter, deels in agrarisch gebied en deels in een zone voor ambachtelijke bedrijven en KMO.

Deze muur vormt een volledig afgesloten perceelsafsluiting met een hoogte van 3m.

De woning gelegen Winkelom 60 is een handelswoning. Bij woningen is een perceelsafsluiting met een hoogte van maximaal 2m gangbaar. Een 3m gesloten afsluiting past niet in deze omgeving. T.o.v. deze woning dient een bufferstrook voorzien te worden. Een bufferstrook dient ingericht te worden met streekeigen groen (hoogstammen met struiken en heesters als onderbegroeiing). Een geluidsmuur is niet inpasbaar in dit buffergroen.

Het achterliggende perceel, op het inplantingsplan aangeduid als “weide”, is in werkelijkheid een bosje. Door het plaatsen van de geluidsmuur aan 2 zijden van dit bos, wordt dit helemaal afgesloten. De doorgang voor kleinere dieren, zoals muizen, egels, …. verwijnt. Een volledig dichte afsluiting met een hoogte van 3m past niet in deze omgeving.

 

De tweede geluidsmuur is voorzien rondom de weide tussen de inrit tot het bedrijf en de woning gelegen Winkelom 42.

Een parkeerhaven met 5 parkeerplaatsen wordt hierdoor afgesloten. Het is niet duideljk wat er met deze verharding gebeurt en of dat deze parkeerplaatsen gecompenseerd zijn of worden.

Afbeelding met buitenshuis, schermopname, gras

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

De aanvraag is functioneel niet inpasbaar.

 

Mobiliteitsimpact

De geluidsschermen hebben in principe geen impact op de mobiliteit.

Door het plaatsen van het geluidsscherm ter hoogte van de weide worden 5 parkeerplaatsen afgesloten. Het is niet duidelijk of deze gecompenseerd zijn of nog gecompenseerd worden.

Voor de verdere bespreking van de mobiliteitsimpact wordt doorverwezen naar het luik mobiliteit in het milieuadvies en naar het advies van de dienst mobiliteit van stad Geel.

 

Schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid

De geluidsmuur wordt geplaatst in een zone die voorzien is als bufferstrook. De schaal is niet in verhouding tot dit voorschrift.

 

Visueel-vormelijke elementen

De bewoners van de naastgelegen woningen krijgen zicht op een muur met een hoogte van 3m. Er wordt geen groenbuffer voorzien aan de zijde van de woning.

Het terrein van het slachthuis paalt aan de vallei van de Nete, een ven-gebied en habitatrichtlijngebied. Door het bouwen van de geluidsmuren zal het zicht naar dit open gebied vanuit Winkelom verdwijnen.

 

Cultuurhistorische aspecten

Niet van toepassing

 

Hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid

De geluidsschermen zorgen voor een beperking van de hinder aan weerzijden van deze muren.

Er is geen afscherming voorzien voor de tegenoverliggende woningen. Ook deze bewoners ondervinden hinder van de draaiende vrachtwagens en verkeer van en naar het slachthuis.

Geluid gaat alle kanten uit. Het is niet duidelijk hoe deze hinder opgevangen zal worden.

 

Conclusie

Uit bovenstaande motivering blijkt dat aanvraag niet in overeenstemming is met de goede ruimtelijke ordening.

 

Resultaten openbaar onderzoek

Het openbaar onderzoek werd gehouden van 6 juli 2025 tot en met 4 augustus 2025. Naar aanleiding van het openbaar onderzoek werden er 72 bezwaarschriften ontvangen.

 

Evaluatie bezwaarschriften

De bezwaren kunnen worden samengebracht in de volgende punten:

  1. Uitbreiding en schaalvergroting

De geplande toename van het personeelsbestand en de bedrijfsactiviteiten zal onvermijdelijk leiden tot een significante stijging van het vracht- en personenverkeer. Deze bijkomende verkeersdruk zal de reeds zwaar belaste infrastructuur verder onder druk zetten en de veiligheid ernstig compromitteren.

Beoordeling:

In deze bemerking wordt vooral verwezen naar de bijkomende verkeersdruk, het punt sluit dan ook aan bij punt 3.

  1. Afwijking van de oorspronkelijke bestemming

De verschuivingen van slachthuisactiviteiten naar versnijding wijkt af van de bestemming zoals vastgelegd in het BPA Slachthuis Geel. Deze voorziet enkel in kleine en middelgrote vleesverwerkende ondernemingen. De huidige omvang van het bedrijf overstijgt dit duidelijk.

Het betreft een bovenlokale activiteit en derhalve is herlokalisering nodig.

Onvoldoende verbinding met de natuur

Groenstroken bieden onvoldoende overgang naar de omliggende beschermende natuur

Beoordeling:

Middelgrote vleesverwerkende ondernemingen zijn mogelijk en conform de bestemming. De vergunningverlenende overheid zal de toets van de verenigbaarheid uitvoeren. De draagkracht van de omgeving inzake mobiliteit wordt meegenomen in de beoordeling. Hierover zal ook de gemeentelijke omgevingsambtenaar een advies verlenen rekening houdend met de ingediende bezwaren en de ruimtelijke situatie. Dit punt sluit aan bij punt 3.

  1. Mobiliteit en verkeersveiligheid

De aanvraag voorziet een uitbreiding van het aantal vrachtwagenbewegingen van 100 naar 180 per dag, wat neerkomt op ongeveer 10 extra gemotoriseerde bewegingen per uur. Dit is een aanzienlijke toename die de reeds overbelaste toegangswegen verder onder druk zet. De verkeersveiligheid komt hierdoor ernstig in het gedrang, zeker voor zwakke weggebruikers. Ook het personenverkeer kent problematische proporties: met name tijdens de nachtelijke uren wordt Seppendijk frequent doorkruist door snel rijdende voertuigen en bromfietsen, wat leidt tot geluidsoverlast en een verhoogd gevoel van onveiligheid bij buurtbewoners.

Er zijn geen representatieve en significante verkeerscijfers beschikbaar. Beweringen zijn onvoldoende als maatstaf.

Extra overlast en bijkomende luchtverontreiniging door dieselmotoren vrachtwagens.

Beoordeling:

In de huidige toestand lijkt de druk op de omgeving reeds onaanvaardbaar. Het ontwerp van de weg (lokale weg categorie II) zonder een fiets- en of voetpad laat ook vermoeden dat een hoge frequentie aan zwaar verkeer aanleiding geeft tot overlast en een hoge verkeersonveiligheid voor de zwakke weggebruiker die, omwille van het ontbreken van fiets- en/of voetpaden rechtstreeks in aanraking/conflict komt met het zwaar verkeer. De hoge toegelaten snelheid versterkt deze onveiligheid en heeft een ongunstig effect op de luchtkwaliteit door optrekken en afremmen op een zeer beperkte afstand. Ook in het MER wordt aangegeven dat er in de huidige toestand reeds een negatieve beoordeling is van de mobiliteit. Daarom is het, zeker in het licht van een sterke uitbreiding van de transporten met zwaar verkeer op lange termijn, nodig dat er structurele maatregelen worden overlegd en uitgevoerd in samenspraak met de stad Geel. Een uitbreiding van de transporten zonder garanties op deze structurele maatregelen lijken niet wenselijk. Dit wordt meegenomen in de beoordeling van de milieu-effecten door de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

  1. Ontsluitingsweg achter Seppendijk

Hoewel de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg niet expliciet deel uitmaakt van deze aanvraag, wordt deze wel afgebeeld op slide 9 van de presentatie. Dit schept verwarring en doet vermoeden dat toekomstige uitbreidingen reeds impliciet voorbereid worden, zonder transparante inspraak of communicatie. De bezwaarindiener is geen vragende partij voor deze weg, die louter zou dienen van de mobiliteitsproblematiek van Sopraco op te lossen, zonder rekening te houden met de impact op de woonomgeving.

Beoordeling:

De weg wordt meegenomen in het MER als potentieel ontwikkelingsscenario omwille van de gunstige effecten op de mobiliteitsproblematiek. In de aanvraag zelf is deze niet opgenomen aangezien de exploitant niet beschikt over de nodige gronden om de weg aan te leggen. De weg zal wel onderwerp zijn en blijven van verdere afstemming en overleg tussen de stad Geel en de exploitant betreffende het verbeteren van de mobiliteitssituatie.

  1. Verwarring rond ontsluitingsweg

Hoewel de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg niet expliciet deel uitmaakt van deze aanvraag, wordt deze wel afgebeeld op slide 9 van de presentatie. Dit schept verwarring en doet vermoeden dat toekomstige uitbreidingen reeds impliciet voorbereid worden, zonder transparante inspraak.

Beoordeling:

Zie beoordeling punt 4

  1. Geluidsoverlast

Uit het MER blijkt dat de geluidsnormen tijdens de nachtelijke uren worden overschreden. Ondanks voorgestelde maatregelen zoals sanering van de condensors en het plaatsen van akoestische schermen, is het onduidelijk of deze effectief zullen worden uitgevoerd. In het verleden zijn al gelijkwaardige maatregelen beloofd, maar niet gerealiseerd (bv. geluidsschermen die wel ingetekend maar nooit vergund werden).

Beoordeling:

Mits het naleven van de algemene en sectorale voorwaarden en het opnemen van de milderende maatregelen uit het MER wordt verwacht dat de geluidsoverlast tot een aanvaardbaar niveau kan beperkt worden. Geluidsoverlast door mobiliteit wordt verder meegenomen in het luik mobiliteit (punt 3)

  1. Geurhinder

Er wordt geurhinder vastgesteld bij aanwezigheid van kalveren in de stallen. Hoewel maatregelen worden voorgesteld (zoals kortere verblijfsduur en gesloten poorten), blijft de hinder voor omwonenden reëel en onvoldoende aangepakt.

Latente aanwezigheid van sterke geurhinder door vrachtwagens die in open opleggers slachtafval vervoeren.

Beoordeling:

Mits het naleven van de algemene en sectorale voorwaarden en het opnemen van de milderende maatregelen uit het MER wordt verwacht dat de geurhinder tot een aanvaardbaar niveau kan beperkt worden. Een verbod op transport van slachtafval in open containers zal meegenomen worden in het advies aan de vergunningverlenende overheid.

  1. Niet-naleving van eerdere verplichtingen

Het bedrijf heeft in het verleden verplichtingen uit eerdere vergunningen onvoldoende nageleefd. Zo werden geluidsschermen niet gerealiseerd en is het klachtenregister onvolledig. Klachten van buurtbewoners worden niet systematisch geregistreerd, wat het vertrouwen in de opvolging van nieuwe voorwaarden ondermijnt.

Beoordeling:

In het advies aan de vergunningverlenende overheid zal worden meegenomen worden dat de stad Geel periodiek in kennis wenst gesteld te worden van de stand van zaken aangaande de opgelegd bijzondere voorwaarden en de inhoud van het klachtenregister; bij calamiteiten en onvoorziene omstandigheden dient de stad Geel door de exploitant in kennis te worden gesteld zodat de stad op de hoogte is van de situatie indien er klachten zouden geuit worden.

  1. Ontsluiting parking Hondstraat naast Bistro Vincent

In de uitbreidingsaanvraag plant Sopraco/Slachthuis/Norenca meer in- en uitstroom personeelsparking P3. Dit verschuift het probleem naar de openbare weg (cf. rode lijn afbeelding onderaan) en wentelt zowel emissievervuiling als verkeers- en geluidsbelasting af op de omwonenden.

Wij vragen met aandrang om geen bedrijfsverkeer, noch personenwagens, noch vrachtwagens, te ontsluiten op de Hondstraat en indien toch, dan tenminste de in 2019 afgeschafte buurtweg 8 tussen Hondstraat en Winkelom op het terrein van Sopraco terug in voege te brengen (cf. groene lijn afbeelding onderaan), zodat het bedrijfseigen verkeer maximaal op de site blijft en niet afgewenteld wordt op de woonzone met landelijk karakter.

Beoordeling:

Dit punt wordt meegenomen in de beoordeling van de omgevingsambtenaar in het luik mobiliteit.

  1. Landelijk karakter gaat verloren

Wij wonen in een woongebied met landelijk karakter. Landbouw gerelateerde activiteiten horen daarbij : tracktors, veewagens, maaien en ploegen van vroeg tot laat…Maar 180 vrachtwagen en 400 man personeel elke dag strookt niet met het landelijke karakter van de buurt. Het slachthuis is er al een tijdje maar is al een tijdje geen slachthuis meer maar meer een distributie centrum.

Onvoldoende verbinding met de natuur

Groenstroken bieden onvoldoende overgang naar de omliggende beschermende natuur

Beoordeling:

Dit punt sluit aan bij de punten 1, 2 en 3

 

In één van de bezwaarschriften wordt aangegeven dat de exploitant sinds 31/12/2024 niet meer beschikt over een geldige omgevingsvergunning.

Beoordeling:

De bestendige deputatie heeft op 21 maart 2024 akte genomen van het verzoek dat conform artikel 394/2, §1 van het Omgevingsvergunningsdecreet werd ingediend door nv Slachthuis Geel (KBO 463772242), gevestigd Winkelom 52 te 2440 Geel, tot verlenging van de vergunningstermijn voor het slachthuis, gelegen te 2440 Geel, Winkelom 52 op de percelen kadastraal gekend als nummer 3-K-120P, 3-K-120S, 3-K-327B, 3-K-328B2, 3-K-328C2, 3-K-328Y, 3-K-334E, 3-K-341/2D en 3-K-343B (inrichtingsnummer 20170725-0007), in afwachting van de definitieve PAS.

De termijn van hogervermelde lopende omgevingsvergunningen wordt verlengd tot en met

31 december 2024.

Artikel 394/2, §4 van het omgevingsvergunningdecreet stelt het volgende: “in afwijking van artikel 70, §1, tweede lid, mogen ingedeelde inrichtingen of activiteiten die stikstofemissies veroorzaken, verder geëxploiteerd worden na de einddatum van de vergunning in afwachting van een definitieve beslissing over een hernieuwingsaanvraag, op voorwaarde dat die hernieuwingsaanvraag uiterlijk voor de voormelde einddatum wordt ingediend.”.

De hernieuwing werd ingediend op 11/10/2024, zijnde voor de einddatum van de vergunning.

 

Het tweede openbaar onderzoek werd gehouden naar aanleiding van de nieuwe

projectinhoudversie en loopt van 25 oktober 2025 t.e.m. 23 november 2025. Dit openbaar onderzoek is nog lopende. De bezwaren kunnen daarom nog niet besproken worden.

Er werd een informatievergadering gehouden op 29 oktober 2025.

 

Bespreking adviezen

De omgevingsambtenaar heeft kennis genomen van de volgende adviezen en beoordeelt deze als volgt:

  • Het advies van AQUAFIN, afgeleverd op 4 november 2025 is voorwaardelijk gunstig.
  • Het advies van stad Geel, dienst Openbaar Domein, team mobiliteit afgeleverd op 28 oktober 2025 is ongunstig.
  • Het advies van stad Geel, dienst Openbaar Domein, team grijs afgeleverd op 4 november 2025 is voorwaardelijk gunstig.

 

Conclusie

De omgevingsambtenaar verleent volgend advies:

 

Stedenbouwkundige handelingen: ONGUNSTIG voor het plaatsen van de geluidsschermen

  • De aanvraag voldoet niet aan de voorschriften van het BPA en de aanvrager heeft geen motivatie toegevoegd i.v.m. de afwijkingen.
  • Het project voldoet niet aan de goede ruimtelijke ordening

 

Ingedeelde inrichtingen en activiteiten: DEELS ONGUNSTIG, DEELS VOORWAARDELIJK GUNSTIG:

Uitgaande van de gegevens opgenomen in het aanvraagdossier en rekening houdende met bovenstaande bemerkingen dient deze vergunningsaanvraag voor het onderdeel ‘ingedeelde inrichting of activiteit’ te worden geadviseerd als ongunstig voor de gevraagde veranderingen en voorwaardelijk gunstig voor de hernieuwing op voorwaarde dat:

 

m.b.t. de gevraagde rubriek 3.4.2 (klasse 2, advies VMM) en rubriek 3.6.3.2 (klasse 2, advies VMM):

  • lijkt het aangewezen om het advies van VMM bij te treden, gelet op hun expertise ter zake;

 

m.b.t. biodiversiteit:

  • uit het advies van ANB blijkt dat het project geen betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone veroorzaakt en dat het project geen onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN veroorzaakt;

 

m.b.t. luchtemissies:

  • het is aangewezen om in het project-MER bij elke stookinstallatie aan te geven welke brandstof gebruikt wordt en dat er, indien van toepassing, ook de emissies van SO2 gemeten worden (indien stookoliegestookt);
  • het is aanbevolen om bij vervangen van de stookinstallaties low-NOx branders te voorzien;

 

m.b.t. geuremissies:

  • in de gewenste situatie zal de slachtcapaciteit kalveren volledig opgevuld worden. De exploitant dient te verduidelijken of dit een impact heeft op de tijd waarin de kalveren aanwezig zullen zijn in de stallen, m.a.w. of dit overeenstemt met een volledige bezetting van de stallen tijdens de uren dat dit momenteel mogelijk is – of worden deze uren opgedreven? Indien de uren opgedreven worden, dient dit ingebracht te worden in het geurmodel;
  • verderzetting van de maatregelen die in het verleden werden genomen om geurhinder naar de omgeving te beperken;
  • de voorgestelde milderende maatregelen uit het project-MER opgenomen worden als bijzondere voorwaarden bij eventuele vergunningverlening:
    • laden en lossen kalveren strikt inplannen zodat de kalveren zo kort mogelijk in de stallen moeten verblijven;
    • poorten stal Vilatca zoveel mogelijk gesloten houden;
    • stallen regelmatig poetsen zodat de geur van mest beperkt wordt;
    • geurbeheersplan dient opgevolgd te worden en actueel gehouden te worden; uitvoeren van een bijkomende snuffelcampagne om het effect van deze maatregelen in kaart te brengen;
    • bestuderen of de ruimte van de WZI waar de slibcontainer staat, kan vergroot worden zodat de poort van het gebouw niet continu geopend staat;
  • slachtafval kan niet worden getransporteerd in open containers

 

m.b.t. klachtenopvolging:

  • de stad Geel wenst op de hoogte te worden gehouden van de stand van zaken met betrekking tot de opgelegd bijzondere voorwaarden en de inhoud van het klachtenregister
    • bij calamiteiten en onvoorziene omstandigheden dient de stad Geel door de exploitant in kennis te worden gesteld zodat de stad op de hoogte is van de situatie indien er klachten zouden geuit worden.

 

m.b.t. mobiliteit:

  • het is aangewezen om (nog) meer in te zetten op meer duurzame vervoerswijzen van het personeel;
  • de veranderingen kunnen enkel worden toegelaten na het doorvoeren van structurele wijzigingen, om de mobiliteitsdruk (zowel van het woon-werkverkeer als het zware verkeer) op de omgeving te verlagen en tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen, kan er een toename van de transporten worden toegelaten. De structurele maatregelen dienen in samenspraak met de stad Geel te worden beslist en uitgevoerd.

 

m.b.t. geluid:

  • de voorgestelde milderende maatregelen uit het project-MER opgenomen worden als bijzondere voorwaarden bij eventuele vergunningverlening:
    • Poort machinekamer -10 dB zodat minimum R’w_door van 40 dB;
    • Wand machinekamer -10 dB d.m.v. voorzetwanden. Dit moet nog in detail bestudeerd worden. De detailstudie kan starten in januari 2026 en de uitvoering kan voltooid worden tegen 31/12/2027;
    • Hoge condensors -10 dB door ofwel de condensor te vervangen door een stiller type ofwel door alle bestaande ventilatoren simultaan aan te sturen en te regelen via een frequentieregeling. In de periode van de nachts mag de frequentieregeling maximaal afgesteld worden op een halvering van het maximum toerental (met alle ventilatoren tegelijk samen). Dit zorgt voor een akoestisch winst van ongeveer 10 dB;
    • Uitblaas 1 & 2 – plaatsing van geluidsdemper met minimum demping van 10 dB;
  • Hernemen van eerdere bijzondere voorwaarde m.b.t. tot de opmaak, uitvoering en regelmatige evaluatie van een geluidsbeheersplan als onderdeel van een milieubeheersysteem;
  • De exploitant verduidelijkt of er geladen vrachtwagens of bestelwagens, waarbij de koelgroep in werking is, zullen geparkeerd worden op de bedrijfssite. In dat geval dienen deze geparkeerde vracht- of bestelwagens met koelgroep in werking, als afzonderlijke geluidsbron opgenomen worden in het project-MER.

 

Het eerdere advies wordt aangevuld met:

  • Het lijkt aangewezen om via de POVC aan de exploitant te vragen om de actuele slacht- en verwerkingscapaciteit, die niet lijkt overeen te komen met de gevraagde slacht- en verwerkingscapaciteit, te verduidelijken. Overwegende dat de milieu- en hindereffecten in de gewenste, te vergunnen situatie niet ten gronde werd onderzocht voor elke discipline (o.a. niet voor geur en geluid) en overwegende dat de mobiliteitseffecten die gepaard gaan met de gevraagde, te vergunnen slacht- en verwerkingscapaciteit aanzienlijke effecten met zich meebrengen en het mobiliteitsaspect in de huidige, gekende situatie reeds aanzienlijke hinder met zich meebrengt, kan het aangewezen zijn om de te vergunnen slacht- en verwerkingscapaciteit te beperken tot deze van de actuele, huidige situatie.
  • Binnen een termijn van twee jaar na de verlening van de hervergunning verder studiewerk te laten verrichten voor de optimalisatie m.b.t. hergebruik, infiltratie en pas als laatste vertraagde afvoer van hemelwater;
  • De voorwaarden van Aquafin:
  • De aanvrager dienst voor vernoemd lozingspunt 2 afvalwater en hemelwater op eigen terrein te ontdubbelen uiterlijk op het moment dat er gescheiden stelsel in de straat wordt aangelegd (huidige prognose uitvoering rioleringsproject = 2027-2028).
  • De aanvrager dient voor vernoemde lozingspunten 2, 3 en 4 randvoorzieningen te realiseren conform GSV (cijfers opgenomen in bovenstaand advies) teneinde de afstroom naar het openbaar domein te milderen. In geval van infiltratie spreken we van 452 m³ infiltratievolume en 1096 m² oppervlakte, in geval van buffering spreken we van 589 m³ buffervolume en max. 7 l/s doorvoer.
  • De aanvrager dient bij voorkeur een hemelwaterstudie op te maken waarbij o.a. worden bekeken:
    • de mogelijkheid tot hergebruik van hemelwater op de site
    • hoe de scheiding van hemelwater en afvalwater bij voorkeur wordt gerealiseerd
    • het samenbrengen van afstroomzones RWA naar een centrale randvoorziening of lokale voorzieningen
    • welke voorzieningen kunnen gerealiseerd worden rekening houdend met resultaten van infiltratieproeven, grondwatermonitoring
  • De aanvrager dient de resultaten van deze studie + een duidelijk rioleringsplan voor te leggen aan de stad Geel alvorens tot uitvoering over te gaan van afkoppeling en realisatie randvoorzieningen
  • De volgende elementen uit het intern advies van de dienst mobiliteit:
  • De huidige fietsenstalling is beperkt en voldoet niet aan de toekomstige behoefte (90 stallingen). Om te voldoen aan de bouwcode dient er minimaal ruimte voor 100 fietsen te zijn. De stallingen moeten inpandig en afsluitbaar zijn, met faciliteiten zoals oplaadpunten voor elektrische fietsen.
  • Hoewel de geplande vermindering in parkeerplaatsen past binnen het beleid van stedelijke ruimteoptimalisatie, kunnen minder parkeerplaatsen zonder sterke multimodale alternatieven extra parkeerdruk veroorzaken op omliggende gebieden.
  • Het opladen van elektrische voertuigen moet in lijn zijn met de normen uit de bouwcode. Voldoende laadvoorzieningen zijn vereist om aan de toekomstige vraag te voldoen en kunnen verdeeld worden over verschillende zones om efficiënte toegang te garanderen.
  • Het mobiliteitsplan voorziet geen robuuste alternatieven voor de auto. De nabijheid van de bushalte op de N126, die sinds januari 2024 slechts door één buslijn wordt bediend, doet afbreuk aan het OV-bereik. Dit beperkt de keuzevrijheid voor werknemers en bezoekers van de site, wat in tegenspraak is met het multimodale streefbeeld. Dienst mobiliteit stimuleert multimodale bereikbaarheid door OV, deelmobiliteit, en fietsinfrastructuur, aangevuld met elektrificatie-maatregelen, zoals het creëren van laadpunten voor elektrische fietsen en wagens, maar deze zijn momenteel onvoldoende vertegenwoordigd in het project.
  • Op Winkelom zijn duidelijk zichtbare in- en uitritten noodzakelijk om conflicten tussen vrachtverkeer en andere weggebruikers te minimaliseren. De aansluitingen moeten ontworpen worden voor een vlotte en veilige doorstroom.
  • Wachtrijen van vrachtwagens op de openbare weg vormen een ernstig veiligheidsrisico, vooral wanneer deze zich op smalle toegangswegen bevinden. Alle wachtzones moeten buiten het openbaar domein worden voorzien om hinder en risico’s te minimaliseren.
  • Stad Geel werkt momenteel aan een ontwerp voor een nieuwe ontsluitingsweg voor de site. De stad neemt deze ontsluitingsweg mee op  met een rioleringsproject (GEL3044) en bovengemeentelijk project 23.212 "verplaatsing overstort slachthuis". De nieuwe wegenis komt er na verschillende pogingen om het verkeer van het slachthuis op een andere manier te ontsluiten en de omliggende wijken niet te belasten. De nieuwe wegenis zou worden aangelegd als permanente afwikkeling voor het verkeer komende van het slachthuis. Zodoende kunnen de zijstraten ingericht worden met een traag karakter. Deze zijstraten worden bovendien geknipt, het gebied wordt via de nieuwe ontsluitingsweg ontsloten (1 kruispunt op de gewestweg). De maximum toegelaten snelheid op de nieuwe ontsluitingsweg zal 50 km/u zijn volgens het huidige ontwerp en hierop zijn geen fietsers of voetgangers toegelaten. 

 

Er wordt benadrukt dat volledige inrichting moet worden herbekeken en moet worden afgestemd op de noden van de verschillende belanghebbenden, de geldende regels en in het licht van toekomstige ontwikkelingen van het bedrijf. Aangeraden is om met alle betrokken partijen rond de tafel te zitten en deze noden op elkaar af te stemmen. Het plaatsen van geluidsmuren, met een grote visuele impact, zorgt misschien wel voor het beperken van de huidige geluidsoverlast maar tegelijk wordt er mogelijk bijkomende geluidsoverlast veroorzaakt door onoordeelkundig plaatsen van de parking.

 

 

Lasten

Niet van toepassing

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist om een deels ONGUNSTIG en deels GUNISTIG advies te verlenen voor de hernieuwing, uitbreiding en verandering (actualisatie) van de milieuvergunning van het slachthuis Geel nv (incl. Norenca nv).


Stedenbouwkundige handelingen: ONGUNSTIG voor het plaatsen van de geluidsschermen

  • De aanvraag voldoet niet aan de voorschriften van het BPA en de aanvrager heeft geen motivatie toegevoegd i.v.m. de afwijkingen.
  • Het project voldoet niet aan de goede ruimtelijke ordening

 

Ingedeelde inrichtingen en activiteiten: DEELS ONGUNSTIG, DEELS VOORWAARDELIJK GUNSTIG:

Uitgaande van de gegevens opgenomen in het aanvraagdossier en rekening houdende met bovenstaande bemerkingen dient deze vergunningsaanvraag voor het onderdeel ‘ingedeelde inrichting of activiteit’ te worden geadviseerd als ongunstig voor de gevraagde veranderingen en voorwaardelijk gunstig voor de hernieuwing op voorwaarde dat:

 

m.b.t. de gevraagde rubriek 3.4.2 (klasse 2, advies VMM) en rubriek 3.6.3.2 (klasse 2, advies VMM):

  • lijkt het aangewezen om het advies van VMM bij te treden, gelet op hun expertise ter zake;

 

m.b.t. biodiversiteit:

  • uit het advies van ANB blijkt dat het project geen betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van een speciale beschermingszone veroorzaakt en dat het project geen onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN veroorzaakt;

 

m.b.t. luchtemissies:

  • het is aangewezen om in het project-MER bij elke stookinstallatie aan te geven welke brandstof gebruikt wordt en dat er, indien van toepassing, ook de emissies van SO2 gemeten worden (indien stookoliegestookt);
  • het is aanbevolen om bij vervangen van de stookinstallaties low-NOx branders te voorzien;

 

m.b.t. geuremissies:

  • in de gewenste situatie zal de slachtcapaciteit kalveren volledig opgevuld worden. De exploitant dient te verduidelijken of dit een impact heeft op de tijd waarin de kalveren aanwezig zullen zijn in de stallen, m.a.w. of dit overeenstemt met een volledige bezetting van de stallen tijdens de uren dat dit momenteel mogelijk is – of worden deze uren opgedreven? Indien de uren opgedreven worden, dient dit ingebracht te worden in het geurmodel;
  • verderzetting van de maatregelen die in het verleden werden genomen om geurhinder naar de omgeving te beperken;
  • de voorgestelde milderende maatregelen uit het project-MER opgenomen worden als bijzondere voorwaarden bij eventuele vergunningverlening:
    • laden en lossen kalveren strikt inplannen zodat de kalveren zo kort mogelijk in de stallen moeten verblijven;
    • poorten stal Vilatca zoveel mogelijk gesloten houden;
    • stallen regelmatig poetsen zodat de geur van mest beperkt wordt;
    • geurbeheersplan dient opgevolgd te worden en actueel gehouden te worden; uitvoeren van een bijkomende snuffelcampagne om het effect van deze maatregelen in kaart te brengen;
    • bestuderen of de ruimte van de WZI waar de slibcontainer staat, kan vergroot worden zodat de poort van het gebouw niet continu geopend staat;
  • slachtafval kan niet worden getransporteerd in open containers

 

m.b.t. klachtenopvolging:

  • de stad Geel wenst op de hoogte te worden gehouden van de stand van zaken met betrekking tot de opgelegd bijzondere voorwaarden en de inhoud van het klachtenregister
    • bij calamiteiten en onvoorziene omstandigheden dient de stad Geel door de exploitant in kennis te worden gesteld zodat de stad op de hoogte is van de situatie indien er klachten zouden geuit worden.

 

m.b.t. mobiliteit:

  • het is aangewezen om (nog) meer in te zetten op meer duurzame vervoerswijzen van het personeel;
  • de veranderingen kunnen enkel worden toegelaten na het doorvoeren van structurele wijzigingen, om de mobiliteitsdruk (zowel van het woon-werkverkeer als het zware verkeer) op de omgeving te verlagen en tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen, kan er een toename van de transporten worden toegelaten. De structurele maatregelen dienen in samenspraak met de stad Geel te worden beslist en uitgevoerd.

 

m.b.t. geluid:

  • de voorgestelde milderende maatregelen uit het project-MER opgenomen worden als bijzondere voorwaarden bij eventuele vergunningverlening:
    • Poort machinekamer -10 dB zodat minimum R’w_door van 40 dB;
    • Wand machinekamer -10 dB d.m.v. voorzetwanden. Dit moet nog in detail bestudeerd worden. De detailstudie kan starten in januari 2026 en de uitvoering kan voltooid worden tegen 31/12/2027;
    • Hoge condensors -10 dB door ofwel de condensor te vervangen door een stiller type ofwel door alle bestaande ventilatoren simultaan aan te sturen en te regelen via een frequentieregeling. In de periode van de nachts mag de frequentieregeling maximaal afgesteld worden op een halvering van het maximum toerental (met alle ventilatoren tegelijk samen). Dit zorgt voor een akoestisch winst van ongeveer 10 dB;
    • Uitblaas 1 & 2 – plaatsing van geluidsdemper met minimum demping van 10 dB;
  • Hernemen van eerdere bijzondere voorwaarde m.b.t. tot de opmaak, uitvoering en regelmatige evaluatie van een geluidsbeheersplan als onderdeel van een milieubeheersysteem;
  • De exploitant verduidelijkt of er geladen vrachtwagens of bestelwagens, waarbij de koelgroep in werking is, zullen geparkeerd worden op de bedrijfssite. In dat geval dienen deze geparkeerde vracht- of bestelwagens met koelgroep in werking, als afzonderlijke geluidsbron opgenomen worden in het project-MER.

 

Het eerdere advies wordt aangevuld met:

  • Het lijkt aangewezen om via de POVC aan de exploitant te vragen om de actuele slacht- en verwerkingscapaciteit, die niet lijkt overeen te komen met de gevraagde slacht- en verwerkingscapaciteit, te verduidelijken. Overwegende dat de milieu- en hindereffecten in de gewenste, te vergunnen situatie niet ten gronde werd onderzocht voor elke discipline (o.a. niet voor geur en geluid) en overwegende dat de mobiliteitseffecten die gepaard gaan met de gevraagde, te vergunnen slacht- en verwerkingscapaciteit aanzienlijke effecten met zich meebrengen en het mobiliteitsaspect in de huidige, gekende situatie reeds aanzienlijke hinder met zich meebrengt, kan het aangewezen zijn om de te vergunnen slacht- en verwerkingscapaciteit te beperken tot deze van de actuele, huidige situatie.
  • Binnen een termijn van twee jaar na de verlening van de hervergunning verder studiewerk te laten verrichten voor de optimalisatie m.b.t. hergebruik, infiltratie en pas als laatste vertraagde afvoer van hemelwater;
  • De voorwaarden van Aquafin:
  • De aanvrager dienst voor vernoemd lozingspunt 2 afvalwater en hemelwater op eigen terrein te ontdubbelen uiterlijk op het moment dat er gescheiden stelsel in de straat wordt aangelegd (huidige prognose uitvoering rioleringsproject = 2027-2028).
  • De aanvrager dient voor vernoemde lozingspunten 2, 3 en 4 randvoorzieningen te realiseren conform GSV (cijfers opgenomen in bovenstaand advies) teneinde de afstroom naar het openbaar domein te milderen. In geval van infiltratie spreken we van 452 m³ infiltratievolume en 1096 m² oppervlakte, in geval van buffering spreken we van 589 m³ buffervolume en max. 7 l/s doorvoer.
  • De aanvrager dient bij voorkeur een hemelwaterstudie op te maken waarbij o.a. worden bekeken:
    • de mogelijkheid tot hergebruik van hemelwater op de site
    • hoe de scheiding van hemelwater en afvalwater bij voorkeur wordt gerealiseerd
    • het samenbrengen van afstroomzones RWA naar een centrale randvoorziening of lokale voorzieningen
    • welke voorzieningen kunnen gerealiseerd worden rekening houdend met resultaten van infiltratieproeven, grondwatermonitoring
  • De aanvrager dient de resultaten van deze studie + een duidelijk rioleringsplan voor te leggen aan de stad Geel alvorens tot uitvoering over te gaan van afkoppeling en realisatie randvoorzieningen
  • De volgende elementen uit het intern advies van de dienst mobiliteit:
  • De huidige fietsenstalling is beperkt en voldoet niet aan de toekomstige behoefte (90 stallingen). Om te voldoen aan de bouwcode dient er minimaal ruimte voor 100 fietsen te zijn. De stallingen moeten inpandig en afsluitbaar zijn, met faciliteiten zoals oplaadpunten voor elektrische fietsen.
  • Hoewel de geplande vermindering in parkeerplaatsen past binnen het beleid van stedelijke ruimteoptimalisatie, kunnen minder parkeerplaatsen zonder sterke multimodale alternatieven extra parkeerdruk veroorzaken op omliggende gebieden.
  • Het opladen van elektrische voertuigen moet in lijn zijn met de normen uit de bouwcode. Voldoende laadvoorzieningen zijn vereist om aan de toekomstige vraag te voldoen en kunnen verdeeld worden over verschillende zones om efficiënte toegang te garanderen.
  • Het mobiliteitsplan voorziet geen robuuste alternatieven voor de auto. De nabijheid van de bushalte op de N126, die sinds januari 2024 slechts door één buslijn wordt bediend, doet afbreuk aan het OV-bereik. Dit beperkt de keuzevrijheid voor werknemers en bezoekers van de site, wat in tegenspraak is met het multimodale streefbeeld. Dienst mobiliteit stimuleert multimodale bereikbaarheid door OV, deelmobiliteit, en fietsinfrastructuur, aangevuld met elektrificatie-maatregelen, zoals het creëren van laadpunten voor elektrische fietsen en wagens, maar deze zijn momenteel onvoldoende vertegenwoordigd in het project.
  • Op Winkelom zijn duidelijk zichtbare in- en uitritten noodzakelijk om conflicten tussen vrachtverkeer en andere weggebruikers te minimaliseren. De aansluitingen moeten ontworpen worden voor een vlotte en veilige doorstroom.
  • Wachtrijen van vrachtwagens op de openbare weg vormen een ernstig veiligheidsrisico, vooral wanneer deze zich op smalle toegangswegen bevinden. Alle wachtzones moeten buiten het openbaar domein worden voorzien om hinder en risico’s te minimaliseren.
  • Stad Geel werkt momenteel aan een ontwerp voor een nieuwe ontsluitingsweg voor de site. De stad neemt deze ontsluitingsweg mee op  met een rioleringsproject (GEL3044) en bovengemeentelijk project 23.212 "verplaatsing overstort slachthuis". De nieuwe wegenis komt er na verschillende pogingen om het verkeer van het slachthuis op een andere manier te ontsluiten en de omliggende wijken niet te belasten. De nieuwe wegenis zou worden aangelegd als permanente afwikkeling voor het verkeer komende van het slachthuis. Zodoende kunnen de zijstraten ingericht worden met een traag karakter. Deze zijstraten worden bovendien geknipt, het gebied wordt via de nieuwe ontsluitingsweg ontsloten (1 kruispunt op de gewestweg). De maximum toegelaten snelheid op de nieuwe ontsluitingsweg zal 50 km/u zijn volgens het huidige ontwerp en hierop zijn geen fietsers of voetgangers toegelaten. 

 

Er wordt benadrukt dat volledige inrichting moet worden herbekeken en moet worden afgestemd op de noden van de verschillende belanghebbenden, de geldende regels en in het licht van toekomstige ontwikkelingen van het bedrijf. Aangeraden is om met alle betrokken partijen rond de tafel te zitten en deze noden op elkaar af te stemmen. Het plaatsen van geluidsmuren, met een grote visuele impact, zorgt misschien wel voor het beperken van de huidige geluidsoverlast maar tegelijk wordt er mogelijk bijkomende geluidsoverlast veroorzaakt door onoordeelkundig plaatsen van de parking.